'Wanneer ben je een held? We zijn terug en we leven'

De onfortuinlijke kosmonauten Tsiblijev en Lazoetkin zijn na een half jaar in de ruimte weer op aarde teruggekeerd. Blij, maar nerveus over de ontvangst.

STERRENDORP, 15 AUG. Rillend van de kou (of zijn het de zenuwen?) staan de kosmonautenvrouwen Loedmila en Larisa op de landingsbaan te wachten. De avond valt, er komt een briesje opzetten, maar het Aeroflot-toestel met Vasili Tsiblijev en Aleksandr (Sasja) Lazoetkin, op wier verblijf in het oude Russische ruimtehuis Mir een vloek leek te rusten, is nog niet te bekennen.

Ja, ze zijn “ontzettend opgelucht” dat hun mannen enkele uren eerder levend uit de krappe Sojoez-capsule zijn gekropen, ergens in de woestijn van Kazachstan. Maar tegelijk hypernerveus. De glimlach waarmee commandant Tsiblijev in de tv-camera zei: “Ik leef!” was bevrijdend, maar ook een beetje krampachtig. “Ik wil hem eerst zelf zien en vasthouden, zonder ruimtepak”, zegt Larisa, terwijl ze haar welkomstboeket dicht tegen zich aan drukt.

Loedmila vertelt hoe zwaar de zomer haar viel. Veel tijd doorgebracht met Larisa. Iedere dag bellen. Soms ook over de radio met Sasja, haar man, die als boordwerktuigkundige het gehavende ruimteschip met veel kunst- en vliegwerk in een baan om de aarde had weten te houden. De dag van de ernstigste stroomstoring, toen de lichten aan boord van het ruimtelab doofden en alle navigatie- en communicatieapparatuur een etmaal lang haperde, zat Loedmila met haar kinderen in de auto, op de terugweg van een korte vakantie. Ze wist van niets. “Ik zette de radio aan en toen hoorden we het: de Mir tolde, de boordcomputer was uitgeschakeld... En wij reden daar maar. We gingen door een hel.'

Nu hebben Loedmila en Larisa nieuwe zorgen: loopt hun mascara uit door die enkele te vroege traan? En: krijgen hun mannen wel een warm onthaal van het publiek en de pers? Of zijn ze zondebokken voor alles wat er het afgelopen half jaar mis ging tijdens hun vlucht, die “de meest problematisch in de geschiedenis van de Russische bemande ruimtevaart' is genoemd?

De hele spannende donderdag verliep “goddank zonder tegenslagen”. Samen hadden Larisa en Loedmila de landing van minuut tot minuut gevolgd: van het ontkoppelen van de Sojoez, het ontbranden van de stuwraketten die de capsule op de juiste plek in de dampkring schoten, de met bliksemschichten gepaard gaande val door de stratosfeer - van Vuurland schuin over de Atlantische oceaan, Afrika, Turkije en de Kaspische Zee - het openklappen van de oranje-met-witte parachute, tot het zachte neerkomen, om zestien minuten over twee Nederlandse tijd.

Het vluchtleidingscentrum Koroljov vulde zich met applaus. Op een groot projectiescherm verscheen de tekst: “De Sojoez TM25 is terug op aarde. Wij feliciteren de bemanning met de voltooiing van hun succesvolle expeditie Kosmos 23.”

Succesvol? Al tijdens de vlucht lieten Russische ruimtevaartdeskundigen doorschemeren dat gezagvoerder Tsiblijev verwijtbare fouten had gemaakt, die het einde kunnen betekenen van het elf jaar oude ruimtelab. Omdat ook president Jeltsin had gezegd dat de botsing eind juni tussen de Mir en het vrachtschip Progress door “menselijke factoren” was veroorzaakt, begon het erop te lijken dat Tsiblijev en Lazoetkin, eenmaal terug op aarde, de wind van voren zouden krijgen.

Nog geen uur na de landing zei Vladimir Blagov, de adjunct-vluchtleider, dat een speciale technische commissie de twee zal ondervragen. “Pas daarna kan de schuldvraag worden beantwoord.” Hij had ook goed nieuws: de nieuwe Mir-bemanning (bestaande uit commandant Solovjov, boordwerktuigkundige Vinogradov en de Amerikaanse gastastronaut Michael Foale), is erin geslaagd een kapotte Elektron-zuurstofgenerator te repareren. En wel met behulp van een aspirientje waarmee de vindingrijke bemanning een verstopping in een van de buisjes had weten op te lossen. Loedmila, gekleed in een geel met zwart mantelpakje, is blij voor de nieuwe crew, maar zegt te hopen dat het oordeel over Tsiblijev en haar man niet al te hard zal zijn.

Als het lang verwachte Aeroflot-vliegtuig tegen elven eindelijk naar het ereplatform taxiet, zegt ze: “Ik hou mijn hart vast.” De 43-jarige Tsiblijev, die eerder last had van een onregelmatige hartslag, komt als eerste naar buiten. Zijn haren zitten in de war, maar hij ziet er blakend gezond uit. Hij lacht en zwaait ontspannen.

Lazoetkin daarentegen is zo bleek en zo slap als een vaatdoek. Zijn wangen zijn ingevallen en hij kijkt verdwaasd uit zijn ogen. Beide kosmonauten dragen een blauw vliegenierspak, steunkousen tot aan hun liezen (om de door de gewichtloosheid verstoorde bloedsomloop te helpen), en gymschoenen. In het vliegtuig van Kazachstan naar Moskou hebben ze watermeloen gegeten, en daarna een feestmaal van kip, kaviaar, worst en aardappels.

Onder het eten had Tsiblijev hardop gefilosofeerd over zijn mogelijke ontvangst: “Het is makkelijk om een zondebok te vinden. Pang, pang, en weg is hij. Maar wie schiet daar iets mee op?” Een held voelt hij zich evenmin: “Wanneer ben je een held? Zoals ik het zie: als je sterft onder een tank of in een grote explosie. Maar wij zijn terug en we leven.”

Behalve het kluitje familie, artsen, veiligheidsbeambten en verslaggevers staat er onder aan de vliegtuigtrap een welkomstcomité van slechts één persoon: een luchtmachtgeneraal, die is gekomen namens Jeltsin. Hij overhandigt een presidentieel telegram waarin de twee geprezen worden om hun “doorzettingsvermogen, moed en heldhaftigheid'. Het volgende moment vallen de twee kosmonauten in de armen van hun vrouwen. Sasja Lazoetkin krijgt drie rode rode van zijn 8-jarige dochtertje. “Zij wil later ook kosmonaut worden”, had haar moeder eerder op de avond gezegd.