Triomf kasteloze bij halve-eeuwfeest

India bestaat vandaag vijftig jaar. Hoewel de samenleving sinds de onafhankelijkheid ingrijpend is veranderd, is het eeuwenoude kastenstelsel nog springlevend.

NEW DELHI, 15 AUG. Het was vannacht een ogenblik van triomf voor de pas aangetreden Indiase president Kocheri Raman Narayanan, en met hem voor 150 miljoen andere kastelozen. Kort na middernacht viel de man die 76 jaar geleden werd geboren als een 'onaanraakbare' als eerste en enige de eer te beurt het parlement en het Indiase volk toe te spreken ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid.

“Laat ons het hoofd buigen”, maande Narayanan de natie, “voor Bharat Mata (Moeder India), wier kinderen wij zijn, en laat ons een eed afleggen om haar en het Indiase volk te dienen, zonder te letten op kaste, klasse, geloof, godsdienst, taal of regio.” Voor velen elders in de wereld misschien een cliché, maar voor de Indiërs, die nog altijd moeite hebben met het gelijkheidsbeginsel, een nuttige wenk.

Het zou vijftig jaar geleden ondenkbaar zijn geweest dat op zo'n gewichtig moment de honneurs voor India zouden zijn waargenomen door een kasteloze. Narayanan vormt het levende bewijs dat er diepe bressen zijn geslagen in de oudste en meest Indiase instelling, het kastenstelsel. Dat instituut heeft de afgelopen millennia als een onwrikbaar schild over het land gelegen.

De opmars van onderop blijft niet tot het overigens vooral ceremoniële presidentschap beperkt. Tot afgrijzen van veel Brahmanen, de hoogste kaste, wordt de volkrijkste deelstaat, Uttar Pradesh, al ten tweede male geleid door een kasteloze vrouwelijke premier, Mayawati. Anno 1997 bestaan er bovendien kasteloze professoren, advocaten, schrijvers en succesvolle zakenlui.

Maar hoe hoopvol zulke tekenen ook zijn voor aanhangers van een egalitaire samenleving, het blijven vooralsnog grote uitzonderingen. Een kaste blijft in het dagelijkse leven van India een dominerende rol spelen, en niet alleen op het platteland. Hiermee onderscheiden miljoenen Indiërs nog altijd de ene persoon van de andere. En meestal komt het er op neer dat iemand van de lagere kaste of een kasteloze bij zo'n identificatie aan het kortste eind trekt. Een groot deel van de bevolking trekt zich er niets van aan dat allen voor de wet gelijk zijn en dat onaanraakbaarheid in 1950 expliciet in de grondwet is verboden.

“Hoe smaakt het vlees van dode beesten”, werd de schrijver Daya Pawar, zelf een kasteloze, enige tijd geleden gevraagd door een collega-intellectueel. Zijn gesprekspartner zinspeelde daarbij op weinig subtiele wijze op het oude gebruik onder kasteloze dorpelingen om bij gebrek aan ander voedsel dood vee te villen en het vlees ervan vervolgens te consumeren.

“Wilt u uw was bij onze gezamenlijke kraan misschien na ons doen”, kreeg Pawars vrouw in een middenklassewijk in Bombay, een van de modernste steden van India, te horen van haar buren. Eerder hadden diezelfde buren haar duidelijk gemaakt dat ze haar was ergens anders diende op te hangen, omdat er wel eens onreine druppels van haar kleren op hun erf zouden kunnen vallen.

Wie op zondag de landelijke dagbladen opslaat, die vooral worden gelezen door de stedelijke middenklasse, treft daar pagina's achtereen huwelijksadvertenties aan, netjes gerangschikt naar kaste.

Pagina 4: Brahmanen eten niet met kastelozen

Tegenwoordig is er ook een heel klein kolommetje met kastelozen die op zoek zijn naar bruid of bruidegom, uit de eigen groep natuurlijk, want zoals alle Indiërs huwen ook zij nu eenmaal het liefst iemand van de eigen 'soort'.

Jongeren die verliefd worden op iemand van een andere kaste, nemen vooral in de dorpen een groot risico. Niet alleen gaat het naar Indiase normen niet aan op eigen houtje je partner uit te zoeken - dat is een familieaangelegenheid - maar ook moet de zuiverheid van de eigen kaste gehandhaafd blijven. Van tijd tot tijd duiken er berichten op over liefdespaartjes van verschillende kasten, die op gruwelijke wijze door hun eigen familie zijn vermoord.

Voor buitenlanders is het Indiase kastenstelsel dikwijls verwarrend. Ook Indiërs zelf weten, wanneer ze iemand voor het eerst ontmoeten, dikwijls niet tot welke kaste die behoort, al kunnen ze het soms uit de naam afleiden. Aan het uiterlijk is het meestal niet te zien, al zijn pover geklede mensen meestal van lagere komaf.

Vooral in de bekrompen wereld van India's 500.000 dorpen, waar weinig vreemdelingen komen, liggen de verhoudingen meestal nog rotsvast. In de goede helft van het dorp wonen de hogere kasten, aan de rand of als het aan de hogere kasten ligt nog wat verder, de kastelozen. De hogere kasten vermijden fysiek contact met de lagere kasten. Wanneer er per ongeluk toch eens een kasteloze bij hen over de vloer komt, wordt het huis na afloop zorgvuldig gereinigd. En als het even kan, houden de Brahmanen de kastelozen en lagere kasten verre van hun waterputten. Samen eten met mensen van lagere komaf is voor hen al helemaal uit den boze.

Het kastenstelsel dateert van zo'n 4.000 jaar geleden, toen Arische stammen uit Centraal-Azië zich meester maakten van grote delen van India. Ze voerden een strenge sociale rangorde in met racistische trekjes, waarbij zijzelf als blanken bovenaan stonden en de donkere inheemsen onderaan. De Ariërs waren geobsedeerd door reinheid, in het bijzonder waar het om voedsel en water ging.

Oorspronkelijk was het kastenstelsel sterk beroepsgebonden. Een deel van de mensen deed werk dat zo vuil was, dat ze in de ingewikkelde kastenstructuur niet eens werden opgenomen. Dit werden de kastelozen of 'onaanraakbaren'. Een belangrijk aspect van het stelsel is ook dat er, althans in dit leven, geen mobiliteit mogelijk is. Wie eenmaal een brahmaan (lid van de priesterkaste), een kshatriya (lid van de oorspronkelijke krijgerskaste), een vaisya (de handelskaste), een shudra (de nederige kaste van handwerkers en boeren) of een kasteloze is, blijft dat ook.

Tot in deze eeuw is strak vastgehouden aan deze structuur. Kastelozen mochten hindoe-tempels niet betreden. Als een brahmaan passeerde moest een kasteloze eerbiedig het hoofd afwenden, zodat hun blikken elkaar niet kruisten. Geen onaanraakbare peinsde er over deze door de goden gewilde orde aan te vechten.

Vooral door toedoen van één man kwam hierin verandering: dr. B.R. Ambedkar (1891-1956), zelf een kasteloze, die het dankzij wilskracht en een superieur intellect tot minister in het Indiase kabinet bracht. Hij geldt tevens als de architect van de Indiase grondwet. Ambedkar, nog altijd de afgod van alle kastelozen, had het herhaaldelijk aan de stok met Gandhi, omdat die volgens Ambedkar onvoldoende deed om het lot van de kastelozen te verbeteren.

In de jaren vijftig brak Ambedkar met het hindoeïsme en hij bekeerde zich met talrijke van zijn volgelingen tot het boeddhisme. Hiermee trad hij in de voetsporen van miljoenen Indiase moslims en christenen die in bekering een makkelijke weg uit het kastenstelsel zagen. In de praktijk werden ze echter meestal met evenveel minachting behandeld als altijd.

Ambedkars onvermoeibare campagne voor de kastelozen inspireert nog steeds miljoenen. Heel geleidelijk begint het tot de kastelozen door te dringen dat de Indiase democratie ook hun mogelijkheden biedt om via hun stem eigen leiders in het parlement te kiezen, die iets voor de eigen groep doen.

De gevestigde politieke partijen beseffen steeds meer dat ze de achtergebleven groepen iets moeten bieden, willen ze hun stem behouden en er zijn inmiddels ook eigen partijen voor de kastelozen. Onder invloed van het veranderende klimaat is er een ingewikkeld systeem van positieve discriminatie ingevoerd, dat een niet onaanzienlijk deel van de banen bij de overheid en plaatsen op de universiteiten voor kastelozen en andere achtergestelden reserveert. Tot grote woede van de hogere kasten, die dit als een volkomen misplaatste concurrentievervalsing beschouwen.

De kastelozen worden onmiskenbaar strijdbaarder. Ze aanvaarden niet langer voetstoots de beledigingen van de hogere kasten. Op uiteenlopende plaatsen in het land is het hierdoor de laatste jaren tot bloedige confrontaties gekomen tussen de hogere en lagere kasten. Vooral op het achterlijke platteland in Bihar en Tamil Nadu hebben deze conflicten het karakter aangenomen van een regelrechte burgeroorlog, waarbij tientallen mensen om het leven zijn gekomen.

Maar ook in Bombay was het vorige maand raak. Daar was, kennelijk bij wijze van provocatie, een keten van schoenen gehangen om een standbeeld van Ambedkar. Toen een groep kastelozen de straat opging om hiertegen te protesteren, opende de politie prompt het vuur. Tien kastelozen werden gedood. Ze zullen de laatsten niet zijn die hun leven laten voor een India, waar meer gelijkheid bestaat dan de laatste duizenden jaren gebruikelijk was.