Topgesprek over conflict om Abchazië

TBILISI, 15 AUG. In de Georgische hoofdstad Tbilisi heeft president Edoeard Sjevardnadze gisteren onverwachts negen uur lang gesproken met Vladislav Ardzinba, de leider van het separatistische Abchazië. Ze tekenden vandaag een verklaring, waarin ze beloven hun geschillen vreedzaam te regelen.

Ardzinba kwam gisteren met de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Jevgeni Primakov, aan in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Het was het eerste directe overleg tussen de twee leiders sinds de oorlog van 1992 en 1993, waarin Abchazië zich van Georgië losmaakte. Ardzinba zei na afloop dat de dialoog “een zeker optimisme” had gewekt. Sjevardnadze sprak van “een eerlijke conversatie”. Primakov zei gisteren te hopen op een doorbraak in de richting van een vredesakkoord dat door Sjevardnadze en Ardzinba in Moskou zou moeten worden getekend, in aanwezigheid van president Jeltsin.

De Abchaziërs kwamen in 1992 in opstand tegen de Georgiërs. Ze slaagden er in 1993 in, na een oorlog die naar schatting tienduizend mensen het leven kostte, het Georgische leger (en meer dan 200.000 Georgische burgers) uit hun 'republiek' te verdrijven. In het grensgebied is sinds 1994 een Russische vredesmacht gelegerd, die de partijen uit elkaar moet houden en die formeel zou moeten toezien op de terugkeer van vluchtelingen. In de praktijk is van die terugkeer echter geen sprake.

Het vredesoverleg is vastgelopen op het vraagstuk van de vluchtelingen en op dat van de toekomstige status van Abchazië. De Abchaziërs willen alleen met Georgië verder in de vorm van een unie of confederatie van twee onafhankelijke en gelijkwaardige staten; Georgië houdt vast aan de eenheidsstaat waarin Abchazië maximale autonomie kan krijgen. (Reuter, AFP)