Portret van de Schaduw

J.P.M. Passage: Havank, schets van leven en werk. Passage, 240 blz. ƒ 34,50

Zo'n tien miljoen boeken moet hij tijdens zijn leven hebben verkocht. Hoewel nadere gegevens ontbreken, staat vast dat weinig Nederlandse schrijvers in deze eeuw populairder zijn geweest dan Hans van der Kallen. Maar voor de meeste van zijn trouwe lezers was de man achter de dertig detective-romans een grote onbekende. Zij kenden alleen zijn pseudoniem, een door Anton van Duinkerken bedachte bekorting van 's mans volledige naam: Havank. En sommigen weten wellicht ook nog hoe uitgeverij Bruna het uitkomen van elk nieuw boek annonceerde op affiches in de stations: 'Stop! 'n Havank!'

Alleen een kleine kring van bewonderaars heeft zich de laatste jaren bekommerd om leven en werken van Hans van der Kallen (1904-1964) en de meest actieve van hen is de neerlandicus J.P.M. Passage. Na een aantal deelstudies heeft hij nu over Havank een 'schets van leven en werk' gepubliceerd, die geen biografie mag heten 'omdat er zo weinig documentatie over de auteur beschikbaar blijkt, dat een volwassen biografie nog op zich laat wachten.'

Met de beschikbaarheid van documentatie blijkt het echter danig mee te vallen. Passage, een ietwat stroef stilist, dreigt er af en toe zelfs de greep op te verliezen - zó overdadig is het aantal data, topografische bijzonderheden en persoonlijke details dat hij weet op te dissen. Soms laat hij opeens een gat vallen dat zonder veel moeite te vullen was geweest. Na een in extenso geciteerd verzoek aan Anton van Duinkerken om de eerste Havank te recenseren in De Tijd, ontbreekt bijvoorbeeld het antwoord op de vraag of Van Duinkerken dat vervolgens ook heeft gedaan - en wat hij er dan over schreef. Maar verder blijkt Passage over meer dan voldoende materiaal te beschikken; de schets had best een volwassen biografie kunnen worden.

Intrigerend vind ik vooral de vele passages waarin een rechtstreeks verband wordt gelegd tussen Van der Kallen en de personages die hij schiep. Doorgaans is het discutabel de levenswandel van een auteur te reconstrueren aan de hand van zijn boeken, maar J.P.M. Passage heeft er alle reden toe. Havanks held Charles Carlier van de Sûreté Nationale, alias de Schaduw, kreeg nu eenmaal veel mee van zijn schepper: zijn jongensjaren op een katholiek internaat en de daaruit voortkomende kostschoolhumor, zijn liefde voor Dickens, zijn hang naar mystiek, zijn levendige belangstelling voor mooie vrouwen en het levenslange enerzijds-anderzijds in zijn houding ten opzichte van het geloof. 'Carlier is een keihard gelovige en vroom anarchist,' aldus de roman Hoofden op hol - en zo zag Van der Kallen zichzelf óók. Al even natuurgetrouw zijn de vele Franse, Engelse en Nederlandse lokaties in de boeken beschreven; de auteur blijkt vrijwel overal zelf te hebben gewoond of rondgereist.

Leven en werk zijn onscheidbaar, concludeert Passage dan ook. 'Zijn leven wàs primair: schrijven.' Niettemin besteedt hij ook volop aandacht aan het rommelige liefdesleven dat Van der Kallen er op na moet hebben gehouden, aan de vele vriendinnen die in de boeken min of meer herkenbaar werden opgevoerd en aan de bijbehorende gevoelens die er eveneens in kunnen worden nagelezen. Gaandeweg ging Havank aan zulke uitwijdingen trouwens zo veel ruimte geven, dat de intrige er wel eens door in de verdrukking raakte. Passage waagt zich niet aan een kwaliteitsoordeel (hij kondigt alleen een volgende deelstudie aan, over de manier waarop Havank de spanning opbouwde), maar de vele citaten maken ruimschoots duidelijk wat de sterke èn de zwakke kanten waren.

En soms heeft de tijdgeest er curieuze sporen in achtergelaten, zoals in de beschrijving van een jazz-club in Polka Mazurka (1939), waar een 'negerorkest' zat te spelen: 'Over dat karkas van koper-en-blik glibberde als vettige en onnoembare viezigheid de kwijlende stem van een muskus zweetenden neger.'