Personeelsopties: heeft u ze nog niet?

In korte tijd zijn in Nederland aandelenopties als bonusregeling populair geworden in het bedrijfsleven. De stijgende beurs vergrootte die populariteit alleen maar. Nu willen de ambtenaren soortgelijke bonussen. Maar de overheid is juist van plan de slagroom van de taart af te scheppen.

ROTTERDAM, 15 AUG. Personeelsopties zijn in het Nederlandse bedrijfsleven razendsnel uitgegroeid tot statussymbool en sweeteners, zoals Britten en Amerikanen het financiële snoepgoed voor medewerkers aanduiden. Net als de riante lease-auto en de mobiele telefoon behoren de aandelenopties inmiddels tot de parafernalia van zowel de jonge carrièremaker als van zijn gearriveerde collega op de hoogste verdieping van het hoofdkantoor. In veel Amsterdamse café's, waar jonge bankiers, vertegenwoordigers in zeeppoeder en effectenhandelaren hun meest recente verworvenheden uitwisselen, zijn medewerkers met opties van de baas nog net een beetje meer iemand dan degenen met alleen royale onkostenvergoedingen, individuele bonussen en een auto van de zaak.

Opties, de werknemers zijn er dol op, zo hebben grote Nederlandse ondernemingen ontdekt. “De Nederlandse werknemer houdt niet van gokken, dat zijn van die verhalen die je krijgt”, vertelde bestuursvoorzitter M. Tabaksblat van Unilever onlangs in deze krant: “Nou, de Nederlandse werknemer vindt het prachtig.” Het Nederlands-Britse voedings- en wasmiddelenconcern is niet zo lang geleden begonnen met een optieplan voor al zijn medewerkers in Nederland en de opties waren bijna niet aan te slepen. Beursgenoteerde ondernemingen zoals Unilever gebruiken de personeelsopties om jong commercieel en financieel talent aan te trekken en gerijpt talent vast te houden.

Net zoals de onophoudelijk piepende mobiele telefoon in de binnenzak van een blazer menig terrasbezoeker irriteert, zo zijn ook de modieuze opties in opspraak geraakt. Dit voorjaar lanceerde premier Kok een aanval op de al te lucratieve optieregelingen op aandelen in het eigen bedrijf, die door de ongekende stijging van de aandelenkoersen op de beurs van menig loonslaaf een vermogende heeft gemaakt.

Voor veel optiebezitters is het een loterij zonder nieten. Nederland had in een klap zijn eigen 'volgevreten katten', de ongeveer duizend à 1.500 managers die met nagenoeg gratis opties van de baas een gigantische koerswinst incasseerden. De term 'Fat cats' zag het licht als bijnaam van topmanagers bij de geprivatiseerde nutsbedrijven in het Verenigd Koninkrijk die zichzelf enkele jaren terug voorzagen van riante salarissen, omdat die bedragen in het private bedrijfsleven nu eenmaal de norm waren.

Topman Cedric Brown van energiegigant British Gas was een gemakkelijk doelwit van de publieksbladen toen hij vrijwel tegelijkertijd zowel zijn eigen salaris marktconform verhoogde van 270.000 pond naar 475.000 pond als 25.000 mensen (een derde van het personeel) op straat wilde zetten.

Het paarse kabinet bespreekt vandaag de voorstellen van VVD-minister G. Zalm (Financiën) en zijn PvdA-staatssecretaris W. Vermeend om de prijs van het lootje in de huidige loterij-zonder-nieten te verhogen. Met fiscale maatregelen wordt wat slagroom van de taart gestreken. Tegelijkertijd kiest de regering nadrukkelijk voor een verdere verbreiding van de optieplannen onder zoveel mogelijk werknemers door onder meer de spaarloonregeling te verruimen. De links-liberale coalitie tracht zo de bovenbaas-bonus te transformeren tot werknemerskapitalisme met de medewerker als aandeelhouder.

Jan Modaal met personeelsopties is een beetje eigenaar van zijn eigen bedrijf, of liever: een toekomstige eigenaar. Want opties zijn een recht om een aandeel op de effectenbeurs op termijn te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. De vooraf vastgestelde prijs is bijvoorbeeld 100 gulden en de beurskoers loopt op tot 125 gulden. Dan is de winst 25 gulden. Die koerswinst is in Nederland, anders dan in 'optielanden' Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, volledig onbelast. Wie een optie krijgt, valt wel in een mild belastingtarief dat het kabinet nu wil verhogen, samen met een extra belasting als de opties binnen drie jaar wordt geïncasseerd. Als de koers van de aandelen niets doet of zelfs daalt, dan loopt de optie waardeloos af.

De populariteit van opties onderstreept de nieuwe filosofie die uit Amerika en het Verenigd Koninkrijk naar Nederland is overgewaaid. In de Angelsaksische landen was het motto: maak van de directeur een aandeelhouder. In Nederland, waar consensus en grotere inkomensgelijkheid de maatschappelijke norm zijn, is het verbreed tot: maak een kapitalist van eerst de directeur en vervolgens ook een beetje van de arbeider. Samen zullen zij harder werken voor alle aandeelhouders.

Het merendeel van de personeelsopties in Nederland is nu nog in handen van de bovenbazen, maar ook op lagere verdiepingen van de kantoren begint de werknemersparticipatie gestalte te krijgen. Veruit het populairst is echter de vertrouwde winstdelingsregeling.

Vooral in de financiële wereld, waar beurshandelaren met een rekenknobbel, financiële adviseurs en scherpzinnige analisten goud waard zijn, heersen de optieplannen. Opties voor het hele personeel zijn vooral daar te vinden, bij firma's als ABN Amro, ING, Aegon en Fortis. Maar ze zijn er ook bij Unilever en volgens Tabaksblat is dat “op alle niveau's, in fabrieken, op de kantoren”.

In elke vestiging van de verzekeraar Aegon, die in Nederland als eerste een omvangrijk optieplan had, hangt een elektronisch scherm met de actuele koers van het aandeel op de beurs. De Aegon-medewerkers die een broodje gaan eten in de bedrijfskantine kunnen zo zien hoeveel rijker zij de afgelopen uren zijn geworden. Ook bij Unilever is de beurskoers een gespreksonderwerp, vertelde Tabaksblat onlangs: “Als ik praat met mensen, dan zie je dat ze inderdaad de aandelenkoers in de gaten houden en dat ze zich ook wel kunnen voorstellen dat bepaalde maatregelen genomen moeten worden. Dat is wat ik wil.”

Of de betrokkenheid van werknemers door de fixatie op de aandelenkoers van het eigen bedrijf werkelijk wordt vergroot, is vooralsnog de vraag. De voorstanders zeggen van wel, en hebben onderzoeksmateriaal dat leert dat bedrijven met personeelsopties en werknemersparticipatie harder groeien en winstgevender zijn dan ondernemingen zonder deze financiële prikkels.

Daartegenover staan enkele excessen van managers, zoals de top van Daf die in 1989 in een klap zo'n twintig miljoen gulden rijker werd. In Nederland komen zulke affaires echter zelden naar buiten, doordat bedrijven in tegenstelling tot Engeland, weinig informatie hoeven te geven over deze verborgen weelde. Menig Nederlandse optiebezitter heeft zijn koerswinsten de afgelopen tijd verzilverd, wat ook niet wijst op een langdurige betrokkenheid bij de onderneming.

Vooralsnog lijken opties vooral een vast bestanddeel geworden van het salarispakket, dat de begenadigde medewerker aan de onderneming moet binden in de slag om gewild talent. Toen premier Kok belasting op opties in het vooruitzicht stelde, volgde rap de Nederlandse fiscale reflex. Voor (top-)managers zijn opties al verworven rechten. Als de overheid hun potentiële winst daarop wil korten, eisen zij gewoon meer opties. Of het bedrijf zelf betaalt de hogere belasting, zoals Unilever nu al doet bij zijn Nederlandse werknemersopties.

Het is een beetje zoals met het verbod dat menige Amsterdams horecazaken uitvaardigden op het gebruik van mobiele telefoons. Veel bellers zijn daarom uitgeweken naar gelegenheden waar naast het bord ook een draagbare telefoon wordt geserveerd.