Onmogelijke opgave voor waterpoloërs

ROTTERDAM, 15 AUG. Gewapend met groot zelfvertrouwen streek de nationale waterpoloploeg vorige week neer in Sevilla. De eindoverwinning in een vierlandentoernooi, bijna twee weken geleden in Breda, sterkte het gemoed van de selectie van bondscoach Hans van Zeeland.

Na zeges op de Oekraïne, Duitsland en Griekenland leek een klassering bij de bovenste acht bij de Europese kampioenschappen plotseling een reële mogelijkheid. De eerste twee wedstrijden, tegen Slowakije en de Oekraïne, moesten en zouden gewonnen worden om deelname aan de WK, begin volgend jaar in Perth, veilig te stellen.

De realiteit in de braadpan van Sevilla leert dat de waterpoloërs in een vicieuze cirkel verkeren. Op de openingsdag van het EK was de ploeg kansloos in het cruciale treffen met Slowakije (6-4), een tegenstander waar het vooraf van meende te kunnen (en moeten) winnen. Gisteravond volgde een bescheiden eerherstel nadat de Oekraïne met 10-4 aan de kant was gezet. “Nu was er wel die agressiviteit. Nu zag ik een ploeg die wilde winnen, gisteren zag ik er een die niet wilde verliezen”, constateerde Van Zeeland na afloop.

De overwinning verdreef gisteravond voor even de grafstemming die woensdag de overhand had na het debacle tegen de Slowaken. Maar de zege kon niet verhullen dat Nederland al na twee dagen voor een bijna onmogelijke opgave staat, een plaats bij de bovenste acht vrijwel uitgesloten lijkt en volgend jaar vermoedelijk aangewezen is op het B-circuit. Vanavond stuiten de poloërs op gastland en olympisch kampioen Spanje, morgen en overmorgen gevolgd door ontmoetingen met twee andere grootmachten uit het internationale waterpolo, verliezend olympisch finalist Kroatië en Hongarije, de nummer vier van Atlanta. “Van die landen win je niet met één vinger in de neus. Dat red je net niet”, luidde het understatement van Van Zeeland na de winst op de Oekraïne.

De waterpoloërs balanceren al jaren tussen kunnen en moeten. In de aanloop naar de Olympische Spelen in Atlanta werd het aantal trainingsuren drastisch opgevoerd. Met ruime financiële steun van het NOC*NSF verkreeg de ploeg onbeperkt toegang tot het KNVB-sportcentrum in Zeist, dat in de wandelgangen als snel werd omgedoopt tot Lake Zeist. Aansluiting bij de wereldtop was volgens de waterpoloërs een kwestie van tijd en als bezetenen trainden zij het licht uit de ogen.

De eerste tussenstop, de EK van twee jaar geleden in Wenen, liep uit op een teleurstelling. Nederland eindigde als tiende in het immense Prater-stadion en verliet met gebogen hoofd tussentijds het toernooi. Het leek een incident maar toen de ploeg ook bij het olympisch kwalificatietoernooi faalde, doemde steeds nadrukkelijker het beeld op van een stel goedwillende amateurs die bezig waren met een hopeloze missie. Genoegdoening vond de ploeg een paar maanden later toen via een omweg alsnog kwalificatie voor de Spelen werd afgedwongen.

Maar in Atlanta ging het opnieuw mis. In de groepswedstrijden fungeerde Nederland als speelbal van de grote jongens. Pas in de verliezersronde deed de ploeg van zich spreken. Roemenië werd met 10-8 verslagen. Het betekende de eerste en enige zege van de acht wedstrijden die Nederland speelde in het Georgia Aquatic Center. De tiende plaats in een veld van twaalf vormde de zoveelste teleurstelling voor het zevental.

De bescheiden klassering was voor het NOC*NSF aanleiding het geldverslindende project stop te zetten. De poloërs moesten afstand doen van hun A-status en waren weer net als voorheen aangewezen op de financiële reserves van de zwembond. Sinds vorig najaar moet de ploeg het doen met een budget van 300.000 gulden. Met als gevolg dat doelstellingen en trainingsuren werden teruggebracht op het oude niveau.

Het gestoei met bal, lijf en leden vergt veel kracht en energie. Vooral in fysiek opzicht schiet de ploeg de laatste jaren tekort op de grote toernooien. Van Zeeland klaagde de voorbije maanden over een gebrek aan 'vastigheid'. Waar de oud-international maar wilde aangeven dat het de ploeg aan vaste patronen ontbreekt. Volgens Van Zeeland, zelf in 1976 met de nationale ploeg winnaar van de olympische bronzen medaille, een gevolg van het dichtdraaien van de geldkraan. Waarmee de vicieuze cirkel rond is.