Milieu ontbreekt in poldermodel

Het is een hete zomer. Niet zozeer wegens het weer, als wegens de economie. Die is zo sterk gegroeid, dat de effectenbeurs er gek van is geworden. Er zijn miljarden in hete lucht belegd. Industriële fondsen kunnen niet bijna allemaal 10 keer sneller in waarde stijgen dan de economie groeit en iedere belegger weet dat, maar ieder denkt zijn winst op te kunnen strijken voordat anderen dat doen.

Het is een oud spel. Je kunt er op gokken dat de krach kort na de zomer komt, waarschijnlijk al in september, want in 1987, toen de communicatie wat minder snel ging, kwam hij op 19 oktober. Kan het ons wat schelen als de speculanten dan sip kijken?

Maar als de krach een economische depressie in zou leiden (wat in 1987 niet, maar in 1929 wèl gebeurde) zou dat anders worden. Dan kijkt iedereen sip. Is het daarom geen algemeen belang om de extreme speculatie op de effectenbeurs, zoals die deze zomer plaatsheeft, aan te pakken? Als de economische wetenschap iets voorstelt, kan dat. Want de wetenschap begrijpt die speculatie niet als een natuurverschijnsel, maar als een rationeel gedrag bij grote winstverwachtingen, die worden gevoed door een sterke economisch groei. Dat leidt tot het inzicht dat de groei wat afgeremd moet worden.

Ook economische groei is geen natuurverschijnsel. In deze eeuw is deze gemiddeld 3 procent per jaar geweest. Gebleken is dat deze groei bevorderd en geremd kan worden, al is dat verre van eenvoudig, en dat degene die het meeste groeit benijd wordt. Wim Kok mocht de nijdassen laatst komen uitleggen hoe hij het in Nederland heeft klaargespeeld.

Het poldermodel van economische groei heet meer geprezen dan doorgrond, maar het doorgronden ervan is niet al te moeilijk. Kennelijk werken de vier productiefactoren die de economie onderscheidt hier net iets beter dan elders samen. Arbeid is betaalbaar en flexibel, kapitaal zelfs spotgoedkoop, grondstoffen zijn er te over en met de vierde factor, nieuwe technologie, wordt alom geleurd. Van deze vier factoren is duidelijk dat kapitaal en technologie net zo werken als elders. Ze zijn volledig internationaal bepaald. Het succes in de polder moet dus met arbeid en met het gebruik van de natuur te maken hebben. Omdat de arbeid nu ook weer niet echt goedkoop is, blijft er maar één factor over: zou het kunnen dat de natuur hier meer dan elders wordt gebruikt - dat wil zeggen: verbruikt, versjacherd en geplunderd?

Dat zou betekenen dat de groei simpel kan worden afgeremd door die plundering van de natuur te stoppen.

Wie de zaak tot zover heeft doordacht, raakt aan het twijfelen. De bedenkers van het poldermodel beweren immers dat het sparen van het milieu geen afname van de groei betekent. Is er dan soms een vijfde factor in het spel, de quintessens die ons ontgaat? Het model blijkt in staat om CO-emissies, die een goede maat zijn voor de schade aan het milieu, tussen 1990 en 2000 met 3 procent te verlagen. Daartoe heeft dit land zich bij verdrag verplicht. Nu meent het RIVM dat de emissies sinds 1990 al met 10 procent zijn toegenomen en in 2000 wel 14 procent hoger zullen zijn. De quintessens is dus het verschil van 17 procent.

Wie zo redeneert neemt de zaak niet serieus. Hij vindt het milieu geen issue meer. Wie staat er in dat geval nog te dringen om een zinnig project als een groot offshore windturbinepark op de Noordzee te financieren? Zo'n park zou 10 gigawatt groot kunnen zijn en CO-emissies met 10 procent terug kunnen dringen. Stel je een gebied van 35 bij 35 kilometer op de Doggersbank voor waar vele honderden 50 meter lange wieken de wind wegmalen. Een Delfts adviesbureau heeft in opdracht van Greenpeace uitgezocht dat elektriciteit uit dat park op zee 10 tot 50 procent duurder zal zijn dan elektriciteit uit turbines op land, die over 30 jaar, als het park gereed kan zijn, 8,3 cent per kilowattuur zal kosten. Het goedkoopste alternatief, elektriciteit uit aardgas, zal dan 6,3 tot 7,8 cent per kilowattuur kosten, al naar gelang de plundering is voortgeschreden. Een paar miljard van de overheid voor het aanleggen van de infrastructuur (zoals ook met de spoorwegen gebeurd is en gebeurt) kan het project rendabel maken.

Niets wijst er op dat zoiets serieus wordt overwogen.

Deze zomer rolt het geld alleen maar elders. In de krant van 30 juli wordt een Amsterdamse belegger geciteerd: In de jaren zeventig was beleggen “prut”. Het was een Chinese watermarteling. Je moest als belegger in vastgoed zitten, zeiden ze. “En nu? Het is een omgekeerde krach. Je verdient in een maand wat je vroeger in een jaar verdiende. Het is een door God gegeven recht dat aandelen alleen maar omhoog gaan.”

Hier is de quintessens God. Wordt daarin niet exact de onzin van het poldermodel geopenbaard?