Meeslepende onzin in het circus

Rindert Kromhout: Allez hop! Illustraties van Jan Jutte. Uitgeverij Leopold. 119 blz. Vanaf 9 jaar. ƒ 24,90

Rindert Kromhout houdt van rondreizende toneelspelers, van kermissen, circussen, dorpsfeesten en drinkgelagen. Aanstekelijk was zijn enthousiasme al eerder in Rare vogels, waarin een groep dieren een rondtrekkend theatergezelschap vormt. Ditmaal schrijft hij in Allez hop! over een circusgroep-in-ruste. Kromhout maakt in een overweldigend tempo kinderboeken, waarvan dit soort kluchtige verhalen duidelijk de beste zijn.

Maria de koorddanseres, Pepe de degenslikker, Guido de boeienkoning en hun collega's zijn neergestreken in een verlaten dorp. Ze voelen zich te bejaard om nog op te treden. Hun leven lijkt lekker rustig, maar eigenlijk zijn ze aan het wegkwijnen. Een overstroming die hen naar de stad drijft, doorbreekt de impasse.

De reis, die voert door een met een dikke laag modder overstroomd landschap, over een rivier waarvan de brug kapot is en door een diep en donker woud, vergt veel van hun improvisatievermogen. Ze zijn gedwongen hun kunsten weer te vertonen. Koorddanseres Maria, die niet langer licht en lenig is, maar honderdzes kilo weegt, waagt zich op een koord over kolkend water: 'Ze maakte een sprongetje en landde precies op het touw. 'Weer net als vroeger!' riep ze. 'Dat heerlijke touw onder mijn heerlijke voetjes!'

Rindert Kromhout schrijft zonder veel opsmuk, rechttoe-rechtaan, maar wel beeldend. De humor zit meer in de inhoud, in de vele verwikkelingen, dan in de stijl. Zijn kolder is af en toe wat vergezocht. Als clowns buitelen zijn grappen over elkaar heen: een tandeloze leeuw, die vroeger doof was en nu genezen, schrikt voordurend van zijn eigen gebrul; de degenslikker eet telkens vlak voor de maaltijd de glazen en het overige serviesgoed op; de boeienkoning brult steeds gepassioneerd 'Bind me vast, bind me vast.'

Alles bij elkaar dreigt Allez hop! alle geloofwaardigheid te verliezen en al te flauw te worden. Maar de nonsens worden zo consequent volgehouden, dat de lezer zich eraan overgeeft, in een melige bui raakt en zich laat meeslepen. Zeker kinderen zullen hard en lang om dit pretentieloze boek moeten lachen.

De karakters zijn typetjes, met vaste eigenaardigheden en een vaste droom. De dwerg Stasos wil weer menselijke kanonskogel zijn en een boek over het circus schrijven. Maria heeft als alternatief voor het koorddansen, om de lamlendigheid te bestrijden, besloten het wereldrecord op één been staan en liedjes zingen te verbeteren.

Nog het meest complex is het karakter van de mopperende oude clown Cleopatra in haar rolstoel. Zij heeft nooit willen stoppen met optreden, wilde in het harnas sterven. Ze verlangt naar haar broer Manuel waarmee ze samen een ezel vormde. Zij was het hoofd. Manuel hield het niet uit in het dorp en ging op zoek naar een ander circus, samen met zijn vrouw. 'Sinds ze waren vertrokken, bijna een jaar geleden, had Cleopatra nooit meer iets van Manuel gehoord. Ze miste hem zo, haar lieve kont.' Een rode draad in het boek vormen de voorbereidingen voor haar honderdste verjaardag. Voor die gelegenheid herrijst de circustent nog eenmaal in oude glorie.

Net als voor veel andere geslaagde Kromhout-boeken, zoals De Paljas en de Vuurvreter, Rare vogels en Lui Lei Enzo (Gouden Penseel 1994), maakte Jan Jutte de zwart-wit illustraties. In dikke zwarte lijnen zette hij robuust de circusfiguren neer, compleet met in kelen verdwijnende degens, rammelende kettingen aan de boeienkoning, rare mutsen en hoeden. Helaas wekken de tekeningen de indruk 'weggedrukt' te worden door de tekst. Jammer dat Jutte niet wat meer ruimte heeft gekregen, want door zijn plaatjes krijg je pas echt zin weer eens naar het circus te gaan.

    • Judith Eiselin