McVeigh spreekt, maar in raadselen

WASHINGTON, 15 AUG. Zijn hele proces woonde Timothy McVeigh zwijgend bij. Maar gisteren, toen de rechter formeel de doodstraf bekrachtigde die een jury in Denver hem twee maanden geleden had opgelegd, deed hij voor het eerst zijn mond open.

De man die schuldig is bevonden aan de bloedige aanslag die in 1995 een overheidsgebouw in Oklahoma Stad verwoestte, waarbij 168 mensen om het leven kwamen, sprak niet zijn eigen woorden. Hij citeerde slechts de voormalige opperrechter Louis Brandeis, die in 1928 schreef: “Onze regering is de machtige, alomtegenwoordige leraar. Ten goede of ten kwade, door haar voorbeeld onderwijst ze het hele volk.”

McVeigh gaf zelf geen uitleg bij het citaat, maar het lijkt erop dat hij er de verantwoordelijkheid voor de aanslag mee bij de regering wil leggen. Zijn advocaten voerden tijdens zijn proces aan dat McVeigh geobsedeerd was door de gewelddadige manier waarop agenten van de federale overheid in 1993 een sekte bestormden, die zich had verschanst in een boerderij in Waco, in Texas. Bij de bestorming vielen 81 doden.

Openbare aanklager Joseph Hartzler drukte journalisten op het hart om de woorden van McVeigh niet het gewicht te geven van de uitspraak van een staatsman. Niettemin werd het citaat in de Amerikaanse media gisteren uitgebreid becommentarieerd. De gedachte overheerste dat McVeigh zijn daad met de woorden van de opperrechter trachtte te rechtvaardigen.

In een telefoongesprek met een journalist heeft McVeigh te kennen gegeven dat hij geen vertrouwen meer heeft in de hoofdadvocaat, Stephen Jones, die hem door de rechtbank is toegewezen. Toch kondigde Jones gisteren aan dat hij onmiddellijk na het formele doodvonnis een beroepsprocedure in gang heeft gezet. Het Hof van beroep dat de zaak nu onder zich krijgt, moet beslissen over McVeighs verzoek om Jones te vervangen.

Volgens McVeigh heeft zijn advocaat herhaaldelijk tegen hem gelogen. “Ik wil hem niet bij mijn hoger beroep hebben”, zei hij in een telefoongesprek vanuit de gevangenis met een journalist. In een reactie zei Jones dat zijn cliënt onder grote spanning leeft en dat hij juridisch verplicht is om hem te vertegenwoordigen tot en met de eerste beroepsprocedure. Het hoger beroep van McVeigh zal naar verwachting zeker vier jaar in beslag nemen.