Grasbaal in plastic nu ook in Nederland

LELYSTAD, 15 AUG. Het is, althans voor Nederland, een betrekkelijk nieuw fenomeen: de cilindervormige balen gras die men vooral in Friesland, Noord- en Zuid-Holland op de weidevelden en bij de boerderijen ziet liggen. Het plastic omhulsel kan van kleur verschillen (vooral zwart, wit en mosgroen zijn in zwang), maar de inhoud is altijd hetzelfde. Ze bestaat uit pas gemaaid en licht voorgedroogd gras, dat melkkoeien, stieren, pinken en kalveren in de wintertijd, als ze de stallen bevolken, tot voedsel moet dienen.

In feite zijn die balen stuk voor stuk miniatuurkuilen, kleine kopieën van de grote kuil of grashoop waar het gemiddelde boerenerf in de rundveesector over beschikt. De ons omringende landen passen de nieuwe vorm van krachtvoer-conservering al jaren toe; van daaruit is deze techniek naar Nederland overgewaaid, maar of ze hier een hoge vlucht zal nemen, wordt door experts betwijfeld.

Zo iemand is H. van Dijk (59), die namens een landbouwinstituut te Lelystad sinds jaar en dag professionele voorlichting geeft over grasland en voedergewassen. Hij kent het klappen van de zweep ook uit de agrarische praktijk, want hij stamt uit een boerengeslacht in de Alblasserwaard en is wekelijks een dag werkzaam op het aloude familiebedrijf in Hoornaar. Volgens zijn schatting wordt het balensysteem toegepast op tien à vijftien procent van de totale hoeveelheid in te kuilen gras en hij verwacht dat dit percentage vooralsnog niet zal groeien, vooral wegens de hoge kosten.

Dat laatste is een groot nadeel van de grasbaal, die moet worden geperst en gewikkeld, wat doorgaans met twee verschillende machines gebeurt. Vergeleken met de klassieke kuil geeft dat een prijsstijging van circa dertig procent. Daar staat als belangrijk voordeel tegenover dat de boer niet om de haverklap de grote kuil hoeft open te maken om er voer voor zijn veestapel uit te halen. Openmaken betekent dat er lucht in de grashoop komt en de kans op broei en schimmel toeneemt. Nederland telt om en nabij de vierenhalf miljoen runderen, waaronder 1,6 miljoen melkkoeien. Als onvervalste herkauwers kunnen ze niet zonder ruwvoer in de vorm van gras of hooi met snijmais en een beetje stro als gangbare toegift. Hooi is de laatste decennia strek uit de gratie geraakt. Ook wat dat betreft is de tijd van Ot en Sien - en die van de tekenaar Jetses met zijn licht geromantiseerde voorstellingen van het landleven - voorgoed voorbij. Tot de jaren zestig bestond het winterrantsoen van de Nederland koe voor tweederde uit hooi, nu is dat nog maar zeven à acht procent.

Geheel verdwenen is dit voedingsmiddel dus niet. Menig boer - vertelt Van Dijk - blijft eraan hechten, omdat hooi, mits droog bewaard, niet bederft en extra nut heeft voor kalveren en zieke dieren. Hooibergen zijn er nog wel, maar ze worden nauwelijks meer gebruikt. Ook hooi wordt tegenwoordig in balen opgeslagen.

In het algemeen echter geldt kuilgras (na vers gras) om zijn hoge voedingswaarde als het beste voor de koe. Bovendien is de boer bij het inkuilen minder afhankelijk van het weer en kan hij ook sneller en met gering verlies aan calorieën te werk gaan. Redenen waarom kuilgras de boerenerven stormenderhand heeft veroverd, al zit er een esthetisch nadeel aan: die duizenden met zwarte folie afgedekte en met autobanden verzwaarde grashopen op het platteland zijn bepaald geen lust voor het oog.

Nieuw is inkuilen (de technicus zegt ensileren) allerminst. Gras conserveren met behulp van zonnewarmte, hooiwinning dus, mag dan de oudste papieren hebben, ook inkuilen grijpt naar een ver verleden terug. Voor zover valt na te gaan, werd dit systeem al circa duizend jaar voor Christus in Egypte toegepast. Later, in de vroege middeleeuwen, moet het in Italië zijn ingevoerd en ten noorden van de Alpen begon het omstreeks 1800 aftrek te vinden.

In Nederland werd in 1845 voor het eerst gras ingekuild, door baron van Wassenaar op zijn landgoed Hoekelum in Bennekom, maar dat bleef lange tijd voor de buitenwereld verborgen. Pas in 1866 bracht de baron verslag uit: “Zodra de spurrie in het najaar zaad begint te zetten en het droog weder is, laat ik haar maaien, bij elkaar harken en in de put werken.” Ze liggen wit, zwart of groen verspreid in de weilanden: grasbalen in plastic. Een nieuwe vorm van gras conserveren in Nederland.