Geen pillen- maar biermuziek; Big beat verslaat monotone house-muziek

De Britse jeugd is moe van de monotoon voortdenderende house-muziek. In de Londense clubs is 'big beat' populair, muziek met afwisselende ritmes van groepen als Headrillaz. Bandleden Caspar en Darius: “De mensen zaten te wachten op muziek die zo'n energie heeft dat je geen ecstacy-pillen nodig hebt om meegevoerd te raken.”

Op het Lowlands-festival (22-24 augustus, bij Biddinghuizen) treden op: The Chemical Brothers (24 aug.), Headrillaz (23 aug.) en Lo Fidelity Allstars (23 aug.). Cd's:Chemical Brothers: Exit Planet Dust / Dig Your Own Hole (Virgin); Fatboy Slim: Better Living Through Chemistry (Skint Records); Headrillaz: Coldharbour Rocks (V2); Lo Fidelity Allstars: Kool Rok Bass (cd-single, Skint Records); The Prodigy: The Fat Of The Land (XL); Compilaties: Live At The Social Volume 1, mixed by The Chemical Brothers / Volume 2, mixed by Jon Carter (Heavenly Recordings); Brassic Beats Volume 1 en 2 (Skint Records) Give 'Em Enough Dope, Volume 1-3 (Wall Of Sound); The First XI en The Second XI (Wall Of Sound); Chemical Beats (Urban Essentials)

Groot-Brittannië lijkt, na achttien jaar conservatief bewind onder de 'dynamische nieuwe' Labour-regering vervuld van optimisme. Londen swingt weer, melden de trendy bladen. 'Londen brandt', kopt het 'urbanmagazine' Trace zelfs, bij een artikel over alle nieuwe bedrijven en café's in de hoofdstad. 'Wees Hier Nu' staat op posters overal in de stad - een aankondiging van de nieuwe cd Be Here Now van Oasis, de massaal aanbeden popgroep die deel uitmaakt van de soundtrack voor deze bruisende tijd.

Maar de muziek diede heersende sfeer beter verklankt, heet big beat. Een energieke, opwindende, levendige mengeling van hiphop, house, funk en rock. Dankzij The Chemical Brothers en The Prodigy, die miljoenen cd's verkochten, werd big beat deze zomer big business.

De term big beat ontstond bij gebrek aan een betere verzamelnaam. Zo wil Mark Jones niet dat zijn platenmaatschappij Wall Of Sound met 'big beat' aangeduid wordt. Welke omschrijving heeft hij liever? “Fucked up.” En de groep Headrillaz geeft de voorkeur aan 'weird beats'. “Ach”, zegt Jones, “als zo'n etiketje voorkomt dat mensen in winkels tien uur moeten zoeken voor ze mijn platen vinden, dan vind ik het wel best.”

Breakbeats

Big beat verschilt van house in de ritmes: gevarieerde, uit de Amerikaanse hiphop overgenomen 'breakbeats' in plaats van de monotoon doordenderende house-dreun. Dat was ook de reden voor het ontstaan van big beat, zegt Damian Harris, directeur van de toonaangevende platenmaatschappij Skint Records. “De acidhouse-clubs begonnen een paar jaar geleden wat saai te worden, met die vierkwartsmaat die de hele avond doorging.”

Harris begon in '95 in Brighton met een stel vrienden met de wekelijkse Big Beat Boutique-avonden, die na een korte aanlooptijd constant uitverkocht waren. Big Beat Boutique, waar de naam van het genre aan ontleend is, was geïnspireerd op Heavenly Sunday Social, een clubavond in Londen die een jaar eerder begonnen was. Het DJ-duo The Chemical Brothers baarde er opzien door allerlei stijlen door elkaar te draaien: hiphop, house, funk, maar ook gitaarrock en The Beatles - als het maar swingde.

Ook in sociaal opzicht was de sfeer was losser. “Kijken en bekeken worden, cool, met een Franse sigaret in de mondhoek”, zo omschrijft Mark Jones de sfeer in clubs waar house en acid jazz (dance met sterke jazz-invloeden) te horen was. “Het was zo serieus geworden, daar hadden de mensen wel genoeg van. Ze wilden gewoon lol hebben.” Opvallend was dat in de Heavenly Sunday Social het drinken van bier weer in zwang kwam. “Toen ik hoorde dat mensen die uitgingen pints dronken, keek ik daar wel van op”, zegt Harris. “Bier drinken deed je in pubs.”

Feest

Op de dansvloer van de Londense club The End, waar de maandelijkse, door Harris georganiseerde Skint On Fridays-avond plaatsvindt, vertelt de 20-jarige Rob dat het gebruik van ecstacy-pillen één van de redenen was waarom hij house niet langer leuk vond. “Die druggy sfeer beviel me niet”, zegt hij. “Dit is meer biermuziek.” Gaan bezoekers van houseparty met de ogen dicht op in een eigen half-chemisch wereldje, op deze big beat-avond dansen de mensen uitbundig met elkaar: ze verkeren eerder in een feest- dan in een narcotische roes.

Luisterend naar de muziek die DJ Cut La Roc draait, wordt duidelijk waarom. Bij een goede house-party gaan de platen ongemerkt in elkaar over in een onafgebroken ritme, dat hooguit vertraagd en versneld wordt; dat zorgt voor een trance-achtige toestand, die door drugs versterkt kan worden. Op de big beat-avond in The End is juist elke plaat steeds anders dan de vorige. Ze sluiten op elkaar aan, maar zijn meer bedoeld om de mensen wakker te schudden dan ze in trance te brengen. De overgangen zijn ruw. Een geliefde techniek van Cut La Roc is de plaat die opstaat een zwieper naar achteren te geven, zodat je het geluid razendsnel achterstevoren hoort: Trrrrrrr. Dan start hij snel de volgende plaat.

Rob kijkt met bewondering naar de scratch-techniek van Cut La Roc, maar eigenlijk zijn hij en zijn vriend Dave gekomen voor Fatboy Slim, ofwel Norman Cook, de man die ooit in de sullige popgroep The Housemartins zat, daarna in het hippere Beats International. “Wij volgen hem overal”, zegt Dave. “Norman's gonna rock the place!” Evenals Rob is Dave amateur-DJ: overdag werken ze in een textielfabriek in hun woonplaats Skegness.

Om half elf stonden ze buiten al te wachten, een half uur voor de club openging. “De vorige keer heb ik anderhalf uur in de rij gestaan”, zegt Dave. Om kwart voor elf heeft zich inderdaad een rij tot aan de hoek van de straat gevormd.

Binnen loopt het langzaam vol. In een kleine zaal hangen mensen in banken of dansen ze ontspannen op rustige hiphop. In de grote zaal ernaast denderen de big beats uit de boxen en zorgen knipperlichtjes langs de muur voor een stroboscopisch effect. De vlam slaat in de pan bij een nummer van The Chemical Brothers. Op de dansvloer gooien de mensen die zich in het zweet dansen hun armen in de lucht, en maken ze instemmende gebaren richting DJ. Langs de kant staan mensen met een flesje Stella Artois of Grolsch, met hun hoofd en bovenlichaam knikkend in het ritme van de muziek. Ook wordt veel mineraalwater gedronken uit plastic flesjes die worden bijgevuld met water uit de kranen in de toiletten. Een meisje vraagt mij of ik iemand weet die pillen verkoopt; een half uur later zie ik haar nog tevergeefs op zoek.

Als Fatboy Slim het overneemt, is de sfeer optimaal. Hij draait vrolijke, platen, onder meer van hemzelf. Een grote dansvloerhit is het bizarre Fatboy Slim-nummer Michael Jackson. Het begint met een aanstekelijke funky elektrische gitaar, waarna enerverende, dwingend swingende beats invallen. Als ze even stilvallen, zegt een kinderstem: 'Michael Jackson, look what you've done!' Een langzaam aanzwellende roffel kondigt de terugkeer van de beats aan. Even later stokt het ritme opnieuw, en prevelt een mannenstem een telkens herhaald 'michaeljackson michaeljackson michaeljackson', dat overgaat in 'tinaturner tinaturner tinaturner'. In afwachting van de beats staan Dave en Rob al te springen, in koor “Norman! Norman!” roepend. “En, had ik gelijk of niet?” schreeuwt Dave in mijn oor. “Norman rocks the place!”

Een andere knaller is Diesel Power van The Prodigy, waaruit de grote invloed van hiphop blijkt: in het nummer is de Amerikaanse rapper Kool Keith te horen. De spanning stijgt, want deze Kool Keith zal zo meteen optreden. Fatboy Slim zet een droge hiphop-beat op, en Kool Keith komt met een tweede rapper in het DJ-hok staan. Hij rapt vloeiend, maar na een paar nummers haken veel mensen af en gaan richting kleine zaal, waar DJ Jon Carter draait. De kale hiphop-beats gaan snel vervelen. “Hij had eigenlijk beter in de kleine zaal gekund”, zegt organisator Damian Harris na afloop. “Al vond ik het fantastisch. Hiphop blijft voor mij de grootste invloed.”

“Hiphop heeft een nieuwe injectie nodig”, zegt Mark Jones van Wall Of Sound, “het zit vast. Het ironische is dat wij hiphop genomen hebben, er iets aan toegevoegd hebben en het nu terugverkopen aan Amerika.” Hij doelt op het succes van The Prodigy, die met hun album op één binnenkwamen in de Amerikaanse hitlijsten. De eclectische big beat-muziek is volgens hem typisch Brits.

Een verklaring voor het succes van The Prodigy is dat de band de uitstraling van een rockgroep heeft. De wild op het podium rondbanjerende dansers/rappers en de gitarist die de show maken, spreken meer tot de verbeelding dan een anonieme producer die thuis platen in elkaar knutselt. Ook Damian Harris van Skint Records benadrukt het belang van “het band-element”: “Dat maakt het opwindend om naar te kijken.”

Meppen

Daags na de clubavond vindt in het Londense Finsbury Park een festival plaats met een aantal big beat-groepen, die inderdaad een goede show brengen. Bijvoorbeeld de door Skint Records uitgebrachte Lo Fidelity Allstars, die opzwepende nummers spelen. De big beats komen niet alleen uit een toetsenbord, ze worden nog eens versterkt door een hard meppende drummer. Tegen de microfoonstandaard leunend, een blikje bier in zijn hand, staat de prikkelend arrogante zanger Wrekked Train, die het publiek zo nu en dan tot actie maant. 'Punk paste' noemt de groep, die volgend weekend op het Lowlands-festival te zien is, zichzelf: een eigenwijze punk-houding gecombineerd met collage-achtige, in elkaar geplakte teksten.

In een van de andere tenten speelt Headrillaz, een groep die ook op Lowlands te zien zal zijn. De kern van de band wordt gevormd door de broers Darius en Caspar, die in de studio samen de muziek in elkaar zetten. Op het podium is de rolverdeling anders: Caspar bedient de toetsen, Darius speelt bas en gitaar. Live doen ook drummer Steve en rapper Saul mee.

Headrillaz begon op Oudejaarsavond '95, vertelt Darius. “We zaten in de groep Slowly, en speelden ontspannen, langzame triphop. We hadden een beetje genoeg van die groep, omdat de muziek wel érg langzaam was. Op die avond waren we DJ's op een feestje, en we draaiden een nieuw, energiek nummer. De tweeduizend man in dat pakhuis gingen allemaal als gekken aan het dansen. Toen sloeg de klok middernacht en besloten we dat we in die richting door zouden gaan.”

Voorop staat volgens Darius dat de muziek, ook iets vreemds en ontregelends moet hebben. Een 'mad vibe'. Darius: “Eigenlijk is het een terugkeer naar onze tienertijd: lekker kabaal maken.” Hij zegt zijn gitaar niet als een instrument te beschouwen, maar als “een ding waar rare geluiden uit komen. Een jankend dier.”

Naast de optredens met Headrillaz zijn Caspar en Darius ook nog als DJ's actief. “Er is een duidelijke verschuiving”, zegt Caspar. “Een paar jaar geleden deden monotone, repetitieve grooves het goed op de dansvloer, nu merk je dat de mensen loos gaan op verrassende arrangementen en feestelijke muziek. Het lijkt erop dat de mensen zaten te wachten op muziek die zo'n energie heeft dat je geen ecstacy-pillen nodig hebt om meegevoerd te raken.”

Een columniste in het dagblad The Guardian mopperde onlangs dat er door het New Labour-optimisme een taboe op klagen rust, waar de Britten toch altijd zo goed in waren. Damian Harris moet erom lachen. “Ik ken genoeg mensen die klagen, hoor. We lopen niet allemaal de hele dag met een tevreden glimlach rond.”

    • Sietse Meijer