Gedoogbeleid

In zijn column van 6 augustus 'Een nonchalante staat?' bekritiseert Hofland het huidige Nederlandse 'gedoogbeleid' ten aanzien van drugs. Hij vergelijkt daarbij het gedrag van de staat ten aanzien van het gebruik van alcohol, tabak en drugs.

“De meerderheid van de kiezers - aldus Hofland - wil dat de staat zich niet aan de verantwoordelijkheid voor het welzijn van de burgers onttrekt als het gaat om het gebruik van alcohol, tabak en drugs. Daarom staan er waarschuwingen op de pakjes sigaretten en hebben cafés vergunningen nodig.” En dan vervolgt hij: “Het is merkwaardig dat roken en drinken blijkbaar meer tot de collectieve zorg gaan horen, terwijl het blowen tot voor kort via het 'gedogen' naar een schemergebied tussen het collectief welzijn en het particuliere rijk van het individu werd verwezen.”

Als iemand dit over een jaar of twintig zou lezen, zou hij alleen maar kunnen aannemen dat anno 1997 de Nederlander meer vrijheid werd geboden in zijn mogelijkheid om aan drugs te komen en om die te gebruiken, dan met betrekking tot alcohol en sigaretten. Zelfs als Hofland geheelonthouder en niet-roker zou zijn, had hij beter moeten weten. Als de staat aan “zijn verantwoordelijkheid voor het welzijn van de burgers” op een zelfde manier uitdrukking zou hebben gegeven met betrekking tot alcohol, tabak en drugs, zou de wereld heel wat ellende bespaard worden.

Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat de Verenigde Staten binnen een jaar of vijfentwintig met betrekking tot drugs tot een zelfde conclusie zullen komen, als waartoe zij in 1933 zijn gekomen met betrekking tot alcohol. Zonder enige twijfel zal dan ook in de andere westerse landen in de kortst mogelijke tijd een einde worden gemaakt aan het monopolie van de criminele wereld op de productie, verspreiding en verkoopbevordering van drugs. Dat Nederland hierbij niet in zijn eentje een eigen weg kan gaan, is een andere kwestie, die niets te maken heeft met de gedachte dat de staat zich niet aan de verantwoordelijkheid van de burgers mag onttrekken als het gaat om het gebruik van alcohol, tabak en drugs'', zoals Hofland het uitdrukt.

Er valt meer over deze column van Hofland op te merken. Maar uit eerbied voor zijn grijze haren (bij die eerbied heb ik tenslotte ook een eigen belang), zal ik het hierbij laten.