Een literaire replica van Elvis

Mark Childress: Koning van Memphis ('Tender'). Uit het Amerikaans vertaald door Petra Souisa. Het Spectrum, 656 blz. ƒ 44,90

Bijna twintig jaar geleden verfilmde het Monty Python-team het leven van Brian, een arme Judaeër uit het begin van onze jaartelling wiens carrière toevallig parallel loopt aan die van een beroemde tijdgenoot. De hoofdpersoon krijgt vlak na zijn geboorte drie koningen aan zijn kribbe, wordt als jongeman aangezien voor de Messias, en raakt wegens vermeende revolutionaire praktijken in conflict met de Romeinen ('Romani ite domum!'). Uiteindelijk wordt hij per vergissing aan het kruis genageld, terwijl zijn lotgenoten monter zingen dat je het leven van de zonnige kant moet bekijken.

Het onlangs vertaalde Koning van Memphis, een lijvige sleutelroman van de Amerikaan Mark Childress (1957), werkt volgens hetzelfde procédé als Monty Python's Life of Brian - zij het dat het boek niet humoristisch bedoeld is en dat de parallellen niet Jezus Christus gelden maar een andere superster die inmiddels religieus aanbeden wordt. Zelfs muzikale analfabeten zullen Childress' hoofdpersoon herkennen: een straatarme jongen uit het Zuiden van de Verenigde Staten die - gewapend met een gitaar, een elastieken stem, een eclectische muzieksmaak en een wulps scharnierend bekken - de rock'n'roll bij de Amerikaanse jeugd introduceert. Om binnen twee decennia te veranderen van een jonge god met energie èn talent in een schmierende dikzak met een eet- en een drugsprobleem.

Leroy Kirby (let op het Frans van de voornaam) is kortom een literaire replica van Elvis Presley, wiens twintigste sterfdag morgen wordt herdacht. Net als The King wordt hij geboren in Tupelo, Mississippi, als zoon van een kwartjesvinder en een moeder die hem in liefde smoort, en net als Hij verhuist hij naar Memphis, waar hij muzikaal wordt gevormd door de country & western en de rhythm & blues die over de radio en in de kroegen klinken. Leroy is eenzaam, net als Elvis; hij is ambitieus en hardwerkend, wordt overrompeld door de roem en voelt zich altijd schuldig tegenover zijn moeder. Zelfs zijn hebbelijkheden passen in het klassieke Elvis-epos dat popcriticus Greil Marcus de 'Presliad' noemde; zo dineert hij met stapels cheeseburgers en raakt hij seksueel het meest opgewonden van witte meisjesonderbroeken.

Eigenlijk zijn alleen de namen anders in Koning van Memphis. Moeder Gladys heet Agnes (hoewel haar bijnaam, 'Satnin', dezelfde is die Elvis voor zijn moeder gebruikte); Graceland is omgedoopt in 'Hopeville'; en de titels van alle vroege Elvis-liedjes zijn geparafraseerd, zodat 'Heartbreak Hotel' verandert in 'You're Breaking My Heart' en 'Jailhouse Rock' in 'Prisonhouse Blues'. Daar staat tegenover dat beroemdheden als Ed Sullivan, Natalie Wood en Colonel Tom Parker optreden onder hun eigen naam; vooral dat laatste wekt verwarring, omdat we ook in Kirby's sigarenrokende sjoemelmanager Sam Sanders de beruchte artiestenbons herkennen.

Mark Childress, die een paar jaar geleden bewondering afdwong met de geestige ontwikkelingsroman Crazy in Alabama, concentreert zich in het extreem gedetailleerde Koning van Memphis op het begin van Leroy's leven en werken. Hij heeft zich daarvoor maximaal ingeleefd in het model voor zijn hoofdpersoon. Als je de roman uitleest - en dat gaat ondanks de dikte snel - heb je het idee dat je Elvis kent en weet wat hem in de jaren 1935-1959 bewoog. Overigens is het aan te raden om het boek in het Amerikaans te lezen; de Nederlandse vertaalster heeft de toch al vlotte stijl van Childress - korte alinea's, veel dialoog - jammerlijk verpopulariseerd, en doorspekt met anglicismen. Wie zich niet ergert aan frasen als 'retegoed' en 'een dijk van een zangstem', doet dat wel aan vertalingen als 'een na-de-show-feestje' of 'de beste ontdekking sinds voorgesneden brood.'

Koning van Memphis eindigt met de dood van Kirby's moeder en zijn vertrek als soldaat naar Duitsland, de waterscheiding die we ook kennen uit de carrière van Elvis. Daarmee loopt de roman precies parallel aan de recente Presley-biografie van Peter Guralnick, Last Train to Memphis. Dat wil niet zeggen dat Childress zich door Guralnick heeft laten beïnvloeden, want de Amerikaanse editie van zijn roman (Tender) verscheen al in 1990. Maar voor de liefhebber is Childress' subjectieve benadering van de Elvis-mythe een natuurlijk - en op zijn minst vermakelijk - complement van de superstrenge studie van Guralnick.