Een leesbaar privé-leven

Chistopher Hibbert: Wellington. A personal history. HarperCollins, 460 blz. ƒ 69,90

Dat Christopher Hibbert zijn biografie van de hertog van Wellington net als die van Nelson drie jaar geleden tot een 'personal history' beperkt heeft, betekent niet dat hij zich onbevoegd acht in militaire zaken. Hij heeft zeven werken van militaire geschiedenis op zijn naam, van Agincourt tot de slag bij Arnhem, dus hij had ons met gezag kunnen uitleggen hoe het bij Trafalgar en Waterloo eraan toeging. Dat hij daarvan heeft afgezien, komt denk ik omdat hij eigenlijk geen grondige studies wilde maken. Met zijn ervaring als biograaf (Wellington is zijn elfde werk van deze soort) kon hij de persoonlijkheden van Wellington en Nelson beschrijven en prettig leesbare boeken afleveren, zonder jarenlang bezig te hoeven zijn met onderzoek.

Het is hem met de admiraal beter gelukt dan met de generaal. Nelsons leven was korter, maar ook kleurrijker en extraverter dan dat van Wellington, die in de herinnering blijft als een terughoudende heer van hoog aanzien, generaal b.d. en in zijn laatste twintig jaar oud-premier. Zijn persoonlijke leven in intieme zin leek alleen in zoverre op dat van Nelson dat hij de aanwezigheid van zijn vrouw zelden kon verdragen. Hij vond haar dom en onaantrekkelijk, al voordat hij met haar trouwde op haar vierendertigste, maar hij had verwachtingen gewekt en voelde zich als heer verplicht, formeel hoewel niet emotioneel.

Nelson viel in de armen van Emma Hamilton, schreef haar uitgelaten brieven en gedroeg zich onzorgvuldig in Napels, waar haar man gezant was. Wellington had relaties met een aantal voorname vrouwen: de prinses de Lieven, Lady Salisbury, Lady Shelley, Harriet Arbuthnot, Harriette Wilson en wie weet hoeveel andere. Wat ervan kwam was misschien weinig, in elk geval te weinig om de vertelkunst van Christopher Hibbert te stimuleren. De meest kenmerkendeverwikkeling in Wellingtons leven was die in zijn laatste jaren, toen hij al weduwnaar was, met Angela Burdett-Coutts, de ongehuwde weldoenster uit de bankiersfamilie. Zij deed hem een huwelijksaanzoek dat hij met begrip en toewijding afsloeg. Een tijdje later verscheen zij onverhoeds in Apsley House, om hem te spreken. Zij werd niet binnengelaten en hij schreef een boze brief: 'Ik ontvang talrijke belangrijke mensen 's morgens, wat moeten die denken als zij hier ineens een vrouw tegenkomen!' Heel plausibel in 1850, maar droog, zo'n heer die zich gedraagt als heer.

Minder karakteristiek, en minder doorgrondelijk, was zijn twintig jaar lange relatie, uitgedrukt in ontmoetingen en in honderden brieven, met Anna Maria Jenkins. Ze maakten kennis nadat zij hem in 1834 een brief had gestuurd over de zorg voor zijn ziel; zij bleek, hoewel opdringerig in haar christelijkheid, een knap meisje van twintig jaar. Wat hij aan haar had, vertelt Hibbert niet, en wij mogen er het onze van denken. Al getuigen zijn brieven vaak van kribbigheid en misverstand, hij brak de relatie niet af.

Zulke levensvormen zijn van generaals net zo goed als van burgers enige aandacht waard. Sommige mensen drukken er zich grotendeels in uit; in het geval van Wellington zijn het bijkomstigheden. De hoofdzaken zijn in de eerste plaats zijn twee carrières, die van officier en politicus. Een commando in India en zijn deelname aan het bombardement van Kopenhagen waren de inleiding; de Spaanse veldtocht en de slag bij Waterloo zijn zijn grote werken geweest als opperbevelhebber. In de bijna veertig jaar die hij daarna nog te leven had (hij stierf in 1852 op 83-jarige leeftijd), vervulde hij enkele ambassadeur- en ministerschappen, als hoogste dat van premier van 1828 tot 1830.

Zijn sterkste prestatie als hoofd van de regering was de Katholieke Emancipatie, de toelating van katholieken tot het parlement. Hij was er niet bepaald een voorstander van, maar hij zag in dat de druk vanuit Ierland, toen nog deel van het Verenigd Koninkrijk, niet meer was tegen te houden. De extreme antipapisten van de Tory-partij verwensten hem als een willoze nieuwlichter. Even later, toen de hervorming van het kiesrecht onvermijdelijk werd, stond hij pal als conservatief en trad af.

Om Wellingtons werk te bestuderen en zijn talenten als veldheer en bestuurder te beoordelen moeten wij niet bij Hibbert zijn; dat wisten wij al op de titelpagina, en het zou niet te pas komen om er later over te klagen. Wij moeten ons tevreden stellen met wat wèl bij hem in het zicht komt, soms boven verwachting duidelijk. De veldslagen van de Spaanse campagne tegen Napoleons veldheren worden in het kort afgedaan, maar er staan harde beschrijvingen bij van de plunderingen door de Engelse troepen in Spaanse dorpjes en in zuidwest Frankrijk. Wellingtons toon als hij de troepen op de vijand afstuurde is niet te horen; wel klinkt duidelijk zijn ontsteltenis door en druppelen zijn tranen als hij na de strijd het slagveld rondging en de lijsten van de verliezen doorneemt. Wat zijn troepen en onderbevelhebbers van zijn leiderschap vonden wordt een enkele keer in het voorbijgaan aangestipt; onmiskenbaar blijkt dat zij vaak teleurgesteld waren omdat hij nooit iemand complimenteerde, persoonlijk noch in rapporten.

Aannemelijk is ook dat de grote man na zijn zestigste, na zijn regeringsperiode, nooit meer een minuut voor zichzelf had. Hij werd steeds gevraagd om voor portretten te zitten, erebanen aan te nemen, zijn opinie te geven, geld bij te dragen, plechtigheden bij te wonen, op feestjes te komen,. En hij was niet goed in weigeren, hoewel hij er van tijd tot tijd zijn humeur bij verloor.

Hoeveel er ook uit dit beeld van Wellington is weggelaten, de lezer ziet hem voor zich zoals hij gekeken moet hebben wanneer iemand hem weer eens kwam lastigvallen met een verzoek ergens aan mee te doen. Wie hem in zijn geheel wil zien moet terug naar de tweedelige biografie door Elizabeth Longford, uit 1969 en 1972, of wachten op de volgende. Het onderwerp heeft nog niet afgedaan.

    • J.J. Peereboom