De boer komt nog varkens tekort

Maandag gaat het bedrijfsleven na aanvankelijke weigering met minister Van Aartsen praten over diens plannen om de varkensstapel in te krimpen. Terwijl de landelijke boerenbond LTO-Nederland niet langer bezwaar maakt tegen enigerlei beperking van de veestapel, gaan varkenshouders gewoon door met het uitbreiden van hun bedrijven. “Anders kunnen we de milieukosten niet betalen.”

Het was best wel rustiek daar in de schaduw op het gazon van Gerry en Jan van de Biezen, boerenechtpaar in het buitengebied van het Brabantse Nuland. De kinderen hadden vakantie, de bouw van de zogenoemde groene labelstal voor 1.800 varkensplaatsen, die 68 meter lang is en met zijn overhellend dak wel wat weg heeft van een Zwitsers chalet, lag wegens de bouwvak stil. Vorige week waren de laatste van de 400 vleesvarkens van het bedrijf gehaald in het kader van de wegens de varkenspest ingevoerde opkoopregeling. Nieuwe biggen konden door het vervoersverbod niet, zoals het in de vaktaal heet, worden “ingelegd”. Nu restte alleen nog de zorg voor de 200 vleeskalveren en voor de 22 hectare gras- en maïsland. En de zorgen. Want hoewel het de boer met zijn montere blik vanonder het petje van voederfabriek UTD niet was aan te zien, zijn die er wel degelijk. “We zijn uit zelfbehoud misschien een beetje berustend en afwachtend geworden.”

Pastor X. van der Spank, die geestelijk adviseur is van de nog altijd machtige Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond NCB, weet te vertellen over “boerinnen die de lucht uit de stal niet meer kunnen velen, kinderen die op school worden aangesproken over de varkenspest en van wie een deel nu voor zichzelf heeft uitgemaakt: mij zien ze nooit in zo'n stal”. Daardoor komt het door de NCB zo gekoesterde gezinsbedrijf in gevaar.

Zoals de varkens slechts een paar keer in hun leven het daglicht zien, zo is dat doorgaans ook met de sores van de meeste Brabantse houders. Die zijn een stuk minder luidruchtig dan varkensvoorman Wien van den Brink van de Nederlandse Vakbond van Varkenshouders. Maar wijten de “negatieve publieke opinie” aan de wijze van berichtgeving waardoor “een ernstig imagoprobleem” is ontstaan. Varkensboeren treden de media achterdochtig tegemoet. H. Janssen, die bij de NCB hoofd is van de dienst Sociaal-pastorale zaken: “Boeren zijn doorgaans niet zo extrovert of lopen met hun problemen te koop. Liever worstelen ze zich er zelf uit, eventueel met de hulp van familie, vrienden of buren.”

Op het Brabantse platteland, waar de meeste varkens zitten, is ook een zekere weerbarstigheid in het denken vast te stellen. “Aan de nieuwe stal”, zegt Van de Biezen, “bouwen we gewoon door. Daar zijn we in januari mee begonnen. Maar als ik toen geweten had dat Van Aartsen met zijn plan om 25 procent te korten zou komen, dan had ik de precieze uitwerking van die maatregelen wel even afgewacht. Maar dat ik er spijt van heb wil ik niet zeggen. Die 1.800 varkens hebben we nodig voor een goede bedrijfsontwikkeling. Alleen dan kun je voldoen aan de zwaardere eisen die aan de sector worden gesteld op het gebied van milieu en diervriendelijkheid. Via onze kanalen moet over de plannen nog worden onderhandeld en dus zal de soep wel niet zo heet worden gegeten als ze wordt opgediend en komt er waarschijnlijk een ook voor ons werkbaarder compromis uit de bus.” De NCB, waarvan Van de Biezen voor de afdeling Nuland voorzitter is, zegt in een reactie op de plannen: “Gedwongen inkrimping is een heilloze weg en leidt tot verzwakking van de bedrijven. Vooral gezinsbedrijven en jonge ondernemers komen in de problemen. Bedrijven die allang milieumaatregelen hebben getroffen worden ook gepakt. Herstructureren ja, verplicht inkrimpen nee!”

Gisteren werd bekend dat LTO-Nederland akkoord gaat met de door Van Aartsen bedachte varkensrechten. Daarmee wil hij een stop zetten op de steeds maar verdergaande groei, ondanks de pest, van het aantal varkens. Heeft een veehouder 4 varkens dan gaat er één vanaf, heeft hij er 400 dan gaan er 100 vanaf. Dit ongeacht de vraag of het om scharrelvarkens gaat. Elke veehouder krijgt in de plannen van Van Aartsen papieren varkensrechten ter grootte van zijn huidige aantal minus 25 procent. Uitbreiding is alleen nog maar mogelijk door het opkopen van rechten bij boeren die ermee ophouden en waar dan de 25 procent al vanaf is. Vijfentwintig procent vindt het landbouwbedrijfsleven te veel. Het praat maandag met Van Aartsen over diens plannen.

Het vakblad Oogst meldde al op 1 augustus dat het de varkensboeren wel duidelijk is dat in 2010 “de markt een stuk kleiner zal zijn en dat minder varkens onontkoombaar zijn”. Dat jaar was richtlijn voor het bureau Twijnstra Gudde dat voor het landbouwbedrijfsleven een toekomstvisie ontwierp.

“Als de plannen van Van Aartsen doorgaan”, zegt de Nulandse boer Van de Biezen, “betekent dat voor ons een inkomstenderving van 50.000 tot 75.000 gulden. Bovendien springen Duitse of Deense collega's dan in het gat door meer te gaan produceren terwijl voor ons de kostprijs alleen maar omhoog zal gaan.”

Faillissementen in de branche kwamen voor zover bekend nog niet voor. Met de opkoopregeling kwam er ineens een redelijke smak geld binnen: ƒ 285,40 per 100 kilogram varken. Daar wordt nu nog op geteerd. Er worden weliswaar schulden gemaakt maar men gaat pas failliet, zeggen varkensboeren, als de schulden groter zijn dan de waarde van het onderpand en het percentage eigen vermogen ligt bij de meesten hoog. “En gezien de omstandigheden zal geen bank het in zijn hoofd halen de kredietkraan dicht te draaien”, aldus ingewijden, “dat krijgen ze straks als alle ellende voorbij is onherroepelijk op hun brood.”

Ook met de werkloosheid tengevolge van de pest valt het kennelijk nog mee. De met de sector gelieerde bedrijven konden de problemen tot dusver meestal oplossen door het aanvragen van werktijdverkorting. Bij de arbeidsvoorziening voor Noordoost-Brabant is sinds eind juli een servicelijn voor vragen over de gevolgen voor de werkgelegenheid in gebruik, maar de telefoon staat beslist nog niet roodgloeiend. “Dat komt door de vakantie en doordat varkenshouders”, zegt H. van Lith van deze dienst, “zelf op zoek gingen naar tijdelijk ander werk in de plantsoenendienst, bij collega-boeren, in de tuinbouw of bij het afnemen van bloed of het ruimen van bedrijven die van varkenspest verdacht worden. Maar als de plannen van Van Aartsen in hun volle omvang door mochten gaan, dan zullen naar onze schatting toch wel 5.000 tot 7.000 ontslagen in de voederindustrie, de slachterijen, de transportondernemingen, de loonbedrijven, de veterinaire diensten en zo verder vallen. En wat te denken van de middenstanders in de dorpen die afhankelijk zijn van de welstand op het platteland?”

De varkenspest werd op 4 febuari voor het eerst vastgesteld op een bedrijf in Venhorst in de Peel. Het aantal besmette bedrijven begint nu tegen de 400 te lopen. Meer dan 7 miljoen varkens en biggen kwamen sindsdien aan een voortijdig einde. Ze zijn allen naar de destructors gebracht; ook de varkens waar niets mee aan de hand was, maar die wegens preventieve ruiming of omdat ze de hokken uitgroeiden werden opgekocht. De Europese Unie droeg tot nog toe 875 miljoen gulden van de kosten, de Nederlandse overheid 682 miljoen en het bedrijfsleven zelf 42,5 miljoen.

Wie de varkensconcentratiegebieden bezoekt ziet overal hetzelfde beeld: vaak met rood-witte band afgesloten erven en ook zompige matten met het ontsmettingsmiddel natronloog. Daarachter wordt gespannen afgewacht wat de gesprekken over de inkrimpingsplannen van Van Aartsen maandag opleveren.

Voor de Nulandse varkenshouder betekent het in de nieuwe situatie niet de beoogde 1.800 varkens maar zo'n 350 minder. “Onze nieuwe stal”, zegt hij, “die dus veel minder ammoniak in het milieu brengt, kost per varkensplaats 100 gulden extra en dat geld moet wel worden opgebracht. We hebben echt geen moeite met de milieueisen mits ze vallen binnen aanvaardbare economische grenzen. Door de varkensrechten”, zegt Van de Biezen, “ worden de boeren niet meer gestimuleerd om milieuvriendelijker te werken omdat het dan om het aantal staarten zal gaan en niet langer om de hoeveelheid fosfaat.” Maar de minister vindt de huidige mestboekhouding slecht te controleren. Dat blijkt ook uit cijfers van het CBS dat vaststelde dat de stapel met 700.000 stuks was toegenomen. Daarom wil hij juist overstappen op het tellen van staarten.

“Een groot aantal varkenshouders”, zo staat te lezen in het NCB Journaal, “heeft in 1996 fosfaatrechten, die per varkensplaats neerkomen op 400 gulden, gekocht en is vervolgens gaan bouwen. Die aangekochte rechten dreigt men nu kwijt te raken. Ook de niet benutte rechten wegens het renoveren van stallen in het kader van het Ammoniak Reductie Plan (ARP) gaan verloren. De betrokken varkenshouders voelen zich dus dubbel gepakt.”

In de sector zijn voor de plannen van de minster weinig goede woorden, vooral over het tijstip waarop ze bekend werden. “Alsof men een slachtoffer dat toch al op de grond ligt nog eens een paar gemene trappen nageeft. Zo wordt het door veel leden gevoeld”, zegt Janssen van de NCB. Van de Biezen: “De minister maakt duidelijk misbruik van de situatie. Het is bovendien zonneklaar dat het niet in de eerste plaats om een dierziekte maar om een politieke of handelsziekte gaat want met vaccinatie had geen enkel varken de pest hoeven te krijgen.” Van den Brink van de NVV spreekt zelfs over “gelegenheidswetgeving”.

Pastor Van der Spank, gevraagd naar de stemming onder de Brabantse varkenshouders op dit moment: “Men heeft de klap - eerst die van de pest en later die van de inkrimpingsplannen - moeten verwerken, maar ik heb de indruk dat veel varkenshouders nu tot de ontdekking komen dat het maatschappelijk draagvlak voor de manier waarop ze tot nog toe hun bedrijf voeren begint af te kalven. Daarom ook zegt de NCB in zijn commentaar op de plannen van de minister dat acties een averechts effect hebben voor het draagvlak in de samenleving. Veel varkenshouders”, aldus Van der Spank, “voelen zich in een kwalijke hoek gezet doordat er ten onrechte een relatie wordt gelegd tussen het grote aantal dieren en de varkenspest. Ik zeg altijd maar zo: zolang een slachterij als Dumeco per dag nog zo'n 8.000 varkens slacht en al dat vlees zijn weg op de markt vindt, dan geeft de consument daarmee aan nog wel degelijk varkensvlees te willen en dat tegen een zo laag mogelijke prijs. Men is aan beide kanten, dunkt mij, wat doorgeslagen, ook de burgers die zich eerder druk maken over een dode kanariepiet dan over de dood van een buurman. Deze tijd van pest is daarom een goed moment tot herbezinning.”

Maar veel varkensboeren zitten nog altijd gevangen in de macht van de grote aantallen en de tot nog toe gehanteerde concepten. Op de vraag of Van de Biezen zijn nieuwe stal alsnog zou kunnen inrichten voor scharrelvarkens zegt hij: “Hoe zouden we dat moeten doen? Varkens zo houden dat ze naar buiten kunnen? Dan zal de burger weer gaan klagen over de stank die ze dan weer veroorzaken. Pas als de consument massaal te kennen geeft dat hij voor een lapje vlees van een scharrelvarken een dubbeltje per ons meer over heeft, dan zullen we op scharrelvarkens overgaan want als een goede producent doe je dat wat de consument eist. Pas als iets rendabel wordt, zal de sector er massaal op inspringen.”

    • Max Paumen