Bart Brentjens teert op olympische roes

Een jaar geleden werd Bart Brentjens de eerste olympisch kampioen mountainbiken. Kort daarna won hij de Tour voor mountainbikers. Op een enkele uitzondering na bleven grote successen sindsdien uit.

ROTTERDAM, 15 AUG. Een glimlach kon Bart Brentjens niet onderdrukken toen hem begin deze week voor de tv-camera werd gevraagd of hij misschien over zijn hoogtepunt heen is. Aanleiding voor die vraag was zijn negende plaats in de Tour voor mountainbikers, op liefst drie kwartier van de Deense winnaar Kristensen. “Het is moeilijk om aan de top te blijven, maar ik ben niet over mijn top heen. Ik weet dat ik het nog kan en wat er in Frankrijk is misgegaan”, antwoordde de 28-jarige Limburger zelfverzekerd.

De twee voorgaande edities van 'Le Tour VTT' schreef Brentjens op zijn naam en dit jaar hielden de kenners er rekening mee dat hij de trilogie zou voltooien. Glansrijk won hij de eerste etappe en daarmee leek de toon gezet voor het vervolg van de kleurrijke wedstrijd door bergen, heuvels, dalen en afgelegen dorpjes.

Maar het noodlot wachtte hem rustig op, in de derde etappe. De ene tegenslag volgde op de andere. Eerst reed Brentjens in een groepje van ongeveer vijf renners de verkeerd kant op. Ze hadden slechts vijftien kilometer gereden toen duidelijk werd dat ze een afslag hadden gemist. “Ik had beter moeten opletten”, zegt hij vanuit zijn hotel in Frankrijk, waar hij deze week aan een etappekoers voor wegrenners deelneemt.

Acht kostbare minuten gingen verloren. Voor Brentjens was dit het begin van een lange lijdensweg. Lichamelijk kon hij de Tour makkelijk aan. “Ik voelde me sterk genoeg om opnieuw te winnen.” Geestelijk eiste de wedstrijd, die een week duurde, des te meer zijn tol.

Brentjens: “Toen bleek dat we verkeerd waren gereden, is van alles door m'n hoofd gaan malen. Ik dacht, nou is 't gedaan, ik kan net zo goed stoppen. Een paar uur heb ik met die gedachte rondgereden. De hele tijd heb ik zitten piekeren.” Begeleider Gert-Jan Theunisse hield Brentjens op de fiets met de mededeling dat hij nog vijfde kon worden in het klassement. Een schrale troost.

“Maar toen reed ik lek en viel ik terug in het groepje waaruit ik was ontsnapt.” Meer onfortuin klopte die dag bij de olympische kampioen aan de deur. Hij kwam hard op zijn zadel terecht en blesseerde zijn stuitje. Nog steeds is niet helemaal duidelijk of het lichaamsdeel gekneusd of gescheurd is, wat Brentjens wel weet is dat het nog steeds pijn doet.

Brentjens' blessure maakte het onmogelijk om in de slotfase van Le Tour VTT nog een keer te vlammen. “Ik had graag willen laten zien dat ik nog kan winnen. Ook voor mezelf. Ik baalde ervan dat dat niet lukte, door de pijn”.

De concurrenten van Brentjens roken het bloed van de renner die als een verzwakte prooi door het Franse landschap zwalkte. Als aasgieren zagen ze hun kans schoon om de Nederlander een vernietigende slag toe te brengen. “De eerste dag stond al in de Franse sportkrant l'Equipe een stuk onder de kop: 'Iedereen tegen Brentjens'. Maar dat ben ik wel gewend. Ze rijden altijd tegen mij.”

Toeschouwers ter plekke in de Tour en tv-kijkers zagen hoe Brentjens veelvuldig werd gepasseerd. Dat was men niet gewend, met uitzondering van de WK afgelopen najaar in Cairns. Daar moest Brentjens als gevolg van een voedselvergiftiging zijn titel ziek, zwak en misselijk verdedigen. Aan de Australische kust kwam hij niet verder dan de zesde plaats.

“Dat was een tegenslag, maar door de olympische titel kon dat seizoen toch al niet meer stuk”, blikt hij terug. De Tour voor mountainbikers die hij toen voor de tweede achtereenvolgende keer won, was voor Brentjens een royale toef slagroom op een feestelijke taart.

Sindsdien wordt hij hinderlijk achtervolgd door zijn triomftocht in Atlanta. “In de meeste wedstrijden na de Olympische Spelen heb ik geen enkele druk gevoeld”, vertelt Brentjens. “Ik heb genoten van die trui. Daar rijd je zo gemakkelijk mee. In die tijd sliep ik erg weinig en leefde ik slecht en toch ging het allemaal goed. Nu train ik meer en gaat het minder goed.”

Moeite om zich na zoveel mooie, succesvolle jaren weer op te peppen had Brentjens naar eigen zeggen niet. “Een nieuwe sponsor, nieuw materiaal; ook dat werkt motiverend. Bovendien, als de wedstrijden beginnen, wil ik er toch weer tegenaan.”

Na de Tour gunde Brentjens zich amper rust. Nog moe van zijn inspanningen in Frankrijk pakte hij na één dag in Nederland zijn spullen en ging hij dinsdag met Theunisse terug naar Frankrijk, voor de Tour de l'Ain, een etappekoers voor wegrenners die begon in de buurt van Dijon en tot en met zondag duurt. Woensdag reed hij daar de eerste (vlakke) etappe, 200 kilometer op de racefiets.

In een massasprint, waarbij Brentjens zich ver van het gooi- en smijtwerk in de frontlinies hield, eindigde hij op de 87ste plaats. Gisteren moesten in een 160 kilometer lange rit een aantal cols worden bedwongen. Collega's uit de Tour komt Brentjens er deze week niet tegen. “De meesten kunnen het niet opbrengen zo kort na de Tour een etappekoers te rijden. Ik heb zelf ook goed moeten nadenken of ik het wel zou doen. Uiteindelijk denk ik dat het toch het beste is.”

Kilometers maken op de racefiets beschouwt Brentjens als de ideale voorbereiding op mountainbike-wedstrijden. “Ik werk hier alweer aan mijn volgende doelen.” Ondanks zijn indrukwekkende staat van dienst heeft Bart Brentjens nog niets van zijn gretigheid verloren.

Terwijl hij in Frankrijk kilometers vreet, heeft hij de blik gericht op twee wereldbekerwedstrijden, in Houffalize (België) en Annecy (Frankrijk), en op het evenement dat zijn misère van 1997 in één klap moet doen vergeten; het wereldkampioenschap mountainbiken op 21 september in de schilderachtige Zwitserse bergen bij Château d'Oex.

“Dat is een speciale dag.” Brentjens droomt weg bij het vooruitzicht weer in de regenbooitrui van de wereldkampioen te mogen rondrijden. Voorzichtig denkt hij al aan Sydney, waar hij in 2000 zijn olympische titel zal verdedigen. “Langzaam begint dat weer te leven.”