Arrestatiebevel knakt Bouta's zucht naar respect

Uit een duister mengsel van marxisme en christendom komt Astrid Roemer (in NRC Handelsblad van 14 augustus) tot twee stellingen: Bouterse moet worden berecht in Suriname door een volkstribunaal (een 'publieksjury' noemt ze het) en Bouterse moet boeten voor zijn zonden door zich in te zetten voor zijn geboorteland.

Wat het eerste betreft: natuurlijk zou het eindeloos aanvaardbaarder zijn als Bouterse zich in Suriname zou moeten verantwoorden voor zijn daden, omdat dan niet alleen drugssmokkel, maar ook de gebeurtenissen van 8 december 1982 aan de orde kunnen komen. In Nederland kan hij niet worden berecht voor de moordpartijen in Moiwana, waar tientallen vrouwen en kinderen door zijn manschappen zijn geliquideerd, en ook niet voor de executies in Fort Zeelandia, al hadden sommige slachtoffers de Nederlandse nationaliteit. Men had dan veel eerder om zijn uitlevering moeten hebben gevraagd, maar in de jaren tachtig had Nederland zo weinig belangstelling voor Suriname, dat men de economische relatie verbrak en de voormalige kolonie liet verloederen. De betrokkenheid die men nu toont heeft te maken met de ervaring uit het verleden en niet, zoals Roemer in haar literaire versimpeling denkt, met een 'spierballensteekspel' tussen de macho's Docters van Leeuwen en Desi Bouterse.

Maar het ging Roemer niet alleen om berechting in Suriname, maar ook om berechting door een volkstribunaal, althans een jury die een 'weerspiegeling is van de totale Surinaamse gemeenschap'. Daar schuilt een wel erg cynische adder in het gras. Waar komt het wantrouwen tegenover de Surinaamse rechterlijke macht uit voort? Uit het feit dat Bouterse deze groep nog niet volledig in bedwang heeft?

De 'totale gemeenschap' is trouwens voor meer dan de helft jonger dan vijfentwintig jaar. Het zijn merendeels jongeren met weinig opleiding en een slecht geheugen. Zij weten niet beter dan dat Suriname een land is waar je rijk wordt als je veel wapens en weinig scrupules hebt. Zij zien Bouterse als hun voorbeeld, zij hebben Bouterse aan de verkiezingsuitslag van eenderde van de stemmen geholpen en zij bepalen momenteel de toon en sfeer in het land.

Maar gelukkig zijn er nog altijd mensen die wel een geheugen hebben. Een herinnering aan de tijd dat Suriname fatsoenlijk was, dat er wetten waren die moesten worden nageleefd, dat er regels waren van beschaving en zedelijkheid. Ze zijn een minderheid aan het worden, deze brave burgers, maar ze vormen wel de enige morele ruggengraat die het land bezit.

De tweede stelling van Roemer is dat Bouterse 'gedoemd is zich politiek in te zetten in het belang van zijn geboorteland, om zijn omstreden schuld menselijkerwijs te kunnen inlossen'. Je zou er haast 'amen' achter horen en het lacherig wegwuiven, als er niet een merkwaardige kern van waarheid in zat. Want het is precies wat Bouterse zèlf denkt. Bouterse verbeeldt zich echt dat hij zich inzet voor zijn land, en hij denkt inderdaad dat hij op die manier van zijn zonden zal worden verlost. Waarom anders zou deze man, die tot de rijksten van het Caraïbische gebied behoort, een politieke carrière ambiëren? Als hij zich gedeisd had gehouden zou hij zich ongestoord kunnen amuseren met zijn speeltjes, zijn auto's, zwembaden en plezierjachten. Dat heeft Ronnie Brunswijk tenminste wel gedaan.

Bouterse had kunnen weten dat hij het met Nederland aan de stok zou krijgen als hij politieke activiteiten zou ontplooien en erger: als hij zou zegevieren. Maar hij heeft dat risico genomen en men kan wel raden waarom: omdat hij eindelijk het respect wil van die mensen die misschien geen macht en geen geld hebben, maar wel zedelijkheid en fatsoen. Bouterse vecht om het respect van de 'brave burgers', die hem sinds 1982 hebben geëxcommuniceerd, die zich voor hem schamen, die hem mijden als was hij een leproos. Als een bezetene vecht Bouterse om de kleinste minderheid van het land, maar om hen gaat het nu eenmaal.

Roemer heeft dus gelijk als ze zegt dat Bouterse verlossing zoekt 'door zich in te zetten voor zijn geboorteland', maar ze suggereert tegelijk dat hij dat ook daadwerkelijk doet, wat van een opvallend geheugenverlies getuigt. Men hoeft haar er toch niet aan te herinneren dat deze eenvoudige sergeant in korte tijd honderden miljoenen uit de staatskas liet verdwijnen, ineens grootaandeelhouder werd van vele grote bedrijven en bijna de gehele rijstsector domineert? Gelukkig hebben sommigen het allemaal opgeschreven, zoals Gerard van Westerloo in zijn boek De laatste dagen van een kolonel, en kan Roemer het rustig nalezen.

De juiste houding van iedere weldenkende Surinamer en Nederlander in de kwestie rond het arrestatiebevel zou moeten zijn dat het misschien niet ideaal is dat juist Nederland een dergelijk initiatief neemt, maar dat Nederland helaas het enige land is dat daartoe in staat en bereid is. Ook als men er niet in slaagt Bouterse te berechten, heeft men tenminste wel zijn zucht naar respect enigszins verijdeld, en daardoor de beschaafde minderheid van het land een hart onder de riem gestoken.