Werk aan Maas loopt tien jaar vertraging op

MAASTRICHT, 14 AUG. De werken aan de Maas, die de omgeving van de rivier van Eijsden tot Den Bosch beter moeten beschermen tegen overstromingen, worden waarschijnlijk pas in 2015 voltooid. Het project had in 2005 klaar moeten zijn, maar dat is om financiële redenen niet haalbaar. De norm van het Deltaplan Grote Rivieren, dat de theoretische kans van overstromingen wil beperken tot één in de 250 jaar, wordt daardoor pas tien jaar later gehaald.

Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) moet het voorgenomen uitstel nog bespreken in het kabinet, maar ze heeft de projectorganisatie De Maaswerken al laten weten dat ze niet genoeg financiële middelen heeft voor de plannen, die veel duurder uitvallen dan was voorzien. Voor het deelproject Zandmaas/Maasroute, van Roermond tot Den Bosch, heeft Jorritsma 500 miljoen gulden gereserveerd, terwijl volgens de projectorganisatie een bedrag van 1,9 tot 2,7 miljard gulden nodig is.

Projectdirecteur J. Huurman van De Maaswerken denkt dat door een uitgekiende fasering van de werkzaamheden toch zeventig à tachtig procent van de gebieden langs de Maas binnen de gestelde termijn een goede bescherming (één overstroming in de 250 jaar) kan genieten. De kans op wateroverlast is voor bepaalde delen nu vijf keer groter (eens in de vijftig jaar), ondanks de aanleg van kaden en dijken, direct na de laatste overstroming in 1995. Het Limburgse college van Gedeputeerde Staten heeft zijn verontrusting uitgesproken over het voorgenomen uitstel omdat daarmee eerdere afspraken - uit 1995 en van afgelopen voorjaar - zouden zijn geschonden.

Met het nu gereserveerde bedrag kan, volgens De Maaswerken, alleen de bestaande rivierbedding worden uitgediept, terwijl de projectorganisatie die oplossing buiten beschouwing heeft gelaten. In het gisteren gepresenteerde tussenrapport Maasvarianten stelt zij drie andere oplossingen voor, die de beveiliging combineren met een beperkte ontwikkeling van natuurgebieden. Daarvoor zou de rivierbedding behalve verdiept ook verbreed moeten worden.

In het eenvoudigste alternatief zou 37 kilometer natuurlijke rivieroever ontstaan. De alternatieven sluiten volgens de projectorganisatie beter aan bij de plannen met de Grensmaas, waar grootschalige natuurontwikkeling voorop staat. De Grensmaas, tussen Borgharen en Roosteren de grens met België, leent zich beter voor natuurontwikkeling omdat er geen scheepvaart plaatsvindt en omdat de bodem veel grind bevat waaruit de kosten van het project kunnen worden betaald. Maar hoe sneller dat grind op de markt komt, hoe minder geld het opbrengt. Door de verlenging van de uitvoeringstermijn van vijf tot vijftien jaar denkt Jorritsma de prijs van het grind beter op peil te houden.

Bovendien heeft de minister de projectorgansitie verwezen naar mogelijke nieuwe financiers, die een bijdrage kunnen leveren.