Tarieven onder druk

AMSTERDAM, 14 AUG. Vorige verslagweek werd in deze rubriek al uiteengezet hoe de (sinds juli) versnelde verzwakking van de D-mark ten opzichte van de dollar, tot toenemende verwachtingen heeft geleid ten aanzien van een renteverhoging door de Duitse centrale bank. Ook deze verslagweek bleven dergelijke verwachtingen bestaan en stonden de Duitse geldmarkttarieven - vooral in het midden van de verslagweek - opnieuw onder opwaartse druk. De Duitse centrale bank besloot afgelopen het beleningstarief echter niet te verhogen.

Samen met de Duitse geldmarkttarieven stegen gedurende de verslagweek ook de Nederlandse tarieven. De Nederlandse 3-maands rente, de 'benchmark' van de geldmarkt, klom met 6 basispunten (honderdste procentpunten) naar 3,40 procent. De 6- en 12 maands interbancaire rentes stegen met respectievelijk 7 en 5 basispunten tot 3,50 procent en 3,66 procent. Hiermee is duidelijk dat de verwachting ten aanzien van een Duitse renteverhoging voorlopig nog niet uit de markt is verdwenen. Dat de dollar gedurende de verslagweek weer iets verzwakte tegenover de D-mark, heeft hier niets aan kunnen veranderen. De fractioneel grotere stijging van de Nederlandse tarieven (ten opzichte van de Duitse) hangt wellicht samen met een door DNB relatief krap gehouden geldmarkt.

De licht verzwakte dollar liet ook in de Weekstaat, de verkorte balans van DNB, een duidelijk spoor achter. Doordat DNB de waarde van haar deviezen wekelijks herziet, daalde de post 'waarderingsverschillen goud en deviezen' met 106 miljoen gulden. Dit bedrag valt echter in het niet bij de (per saldo) positieve waarderingsverschillen ter grootte van ruim 1,2 miljard gulden die DNB sinds begin juli jl. mocht bijboeken, hoofdzakelijk als gevolg van de stijging van de dollar. Ter informatie: de goudvoorraad wordt slechts eens in de drie jaar opnieuw gewaardeerd. Opvallend is verder, gezien de huidige vakantieperiode, dat de hoeveelheid bankbiljetten in omloop gedurende de verslagweek met 226 miljoen gulden afnam; de vakantie-opnames zijn klaarblijkelijk overtroffen door terugstromend geld, dat al eerder werd opgenomen. Deze per saldo geldmarktverruimende mutatie werd ruimschoots gecompenseerd door een 539 miljoen gulden kleinere speciale belening. Als gevolg hiervan moesten de banken ruim 300 miljoen gulden interen op hun bij DNB aangehouden kasreserves.

Bron: ING Economisch Bureau