Roma de kinderen van de rekening

Eén televisieprogramma over het succesvolle leven van een groepje Tsjechische Roma (zigeuners) in Canada is voldoende geweest om de Roma in de Tsjechische Republiek het hoofd op hol te brengen.

ROTTERDAM, 14 AUG. Sinds de uitzending van het programma Met eigen ogen staan de telefoons bij de Canadese ambassades in Praag en Wenen niet meer stil, staan er rijen van op tickets naar Canada beluste Roma voor de kantoren van de luchtvaartmaatschappij CSA en verkopen Roma hun bezittingen om hun vertrek naar het verre Canada te kunnen betalen.

Het zal straks allemaal om een misverstand blijken te gaan, want Canada zit niet te wachten op Roma-immigranten en is ook geen eldorado voor Roma. Maar op dit moment maken bij de Roma in de Tsjechische Republiek zulke waarschuwingen geen indruk.

De plotselinge craze onder de Tsjechische Roma - 33.000 volgens officiële cijfers, in werkelijkheid 200.000 tot 300.000 - is te verklaren door de veelal ellendige omstandigheden waaronder ze leven. Er wonen in Oost-Europa naar schatting acht miljoen Roma. Met uitzondering van slechts één land - Macedonië - gaat het hun overal slecht: zij zijn, met de bejaarden, de grote slachtoffers van de transformatie sinds 1989. Ze zijn doorgaans slecht of helemaal niet opgeleid - velen zijn ongeletterd - en ze zijn na de val van het socialisme doorgaans als eersten werkloos geraakt. In Tsjechië is 70 procent van de Roma werkloos. In een land als Bulgarije is 45 procent van de Roma ook nog eens dakloos. Ze werden verder als eersten het slachtoffer van de korting op sociale uitkeringen. En ze worden bovendien door de autochtonen, inclusief de overheden en de politie, met de nek aangekeken en gediscrimineerd en door niemand vertegenwoordigd. De Roma zijn de verschoppelingen bij uitstek van de nieuwe democratieën.

In Tsjechië valt het voor de Roma in vergelijking met landen waar de economische en sociale voorzieningen nog veel slechter en waar de Roma bovendien talrijker zijn, zoals in Slowakije, Roemenië en Bulgarije, nog mee. Maar ook in Tsjechië zijn de Roma tussen de wal en het schip geraakt. De gevolgen van de 'fluwelen scheiding' van Tsjechië en Slowakije in 1993 heeft hun situatie nog verder verslechterd. Talrijke Roma in Tsjechië bezaten geen papieren en zijn sindsdien statenloos: tienduizenden Roma pendelen nog steeds voortdurend heen en weer tussen Tsjechië en Slowakije, onwelkom in beide landen. Bij een opiniepeiling kwam vorig jaar 29 procent van de Tsjechen er voor uit er racistische gevoelens jegens de Roma op na te houden. Tachtig procent van de Tsjechen wil geen Rom als buurman. Zeventig procent wil speciale wetten tegen de Roma.

Al in 1975 zei Ladislav Body, de enige Rom in het Tsjechische parlement, dat bij racistische aanslagen in Tsjechië dertig Roma waren vermoord en dat de Roma in de belangrijkste steden waar ze wonen, Ostrava, Decín en Ceska Lipa, eigen verdedigingseenheden hadden gevormd. “De Roma geloven niet meer dat de staat in staat is hun levens en gezinnen te beschermen.”

Het geweld tegen de Roma is vooral afkomstig van extreem-rechts, aanhangers van de semi-fascistische Republikeinse Partij en skinheads. Met grote regelmaat worden Roma aangevallen en afgetuigd of neergestoken door groepen skinheads.

Maar het racisme blijft niet tot skinheads beperkt: het is open en bloot en leeft bij velen. Het kan voorkomen dat bij een zwembad een bord wordt opgehangen waarop Roma de toegang wordt ontzegd. De directeur, aangesproken door de media, ontkent dan dat het Roma zijn die er niet in mogen: het verbod slaat op “vieze mensen en mensen met luizen”, kennelijk zijn eufemisme voor Roma. Vorig jaar raakte een kandidaat voor het parlement van de Vrije Democraten/Liberale Nationale Sociale Partij, Rudolf Baranek, een hotelhouder, in opspraak. Hij had aan de ingang van zijn hotel een toegangsverbod voor Roma opgehangen en kwam er tegenover een krant rustig voor uit dat hij Roma als dieven beschouwt. Ook algemeen gerespecteerde voorzitter van zijn partij, de voormalige dissident en oud-minister van Buitenlandse Zaken Jiri Dienstbier, vond dat er niets mis was met het toegangsverbod.

Het racisme jegens de Roma wordt krachtig aangewakkerd vanuit de extreem-rechtse Republikeinse Partij, die wordt geleid door Miroslav Sladek. Hij kon vorig jaar rustig in het parlement uitleggen dat “zigeuners moeten worden gestraft” en wel voor “het feit van hun geboorte”, want dat was “hun grootste misdaad”. De opmerkingen werden op de televisie uitgezonden. Roma-vertegenwoordigers protesteerden, maar Sladek genoot parlementaire immuniteit en kon niet worden aangepakt. De enige troost voor de Roma was dat alle parlementariërs uit protest wegliepen uit de zaal - behalve de Republikeinen en de communisten. Inmiddels is Sladeks parlementaire immuniteit opgeheven - niet wegens zijn opmerkingen tegen de Roma, maar omdat hij heeft gezegd het jammer te vinden dat er in de Tweede Wereldoorlog niet meer Duitsers zijn vermoord. Twee andere parlementariërs van de Republikeinse Partij raakten hun immuniteit kwijt nadat ze bij het vroegere concentratiekamp Terezin (Theresienstadt) kransen ter herinnering aan vermoorde joden hadden weggeschopt.