Onzekerheid regeert naast God in Iran

Uitzetting dreigt voor een aantal uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers. Bij terugkeer in Iran is hun lot onzeker, zoals alles in het land van de ayatollahs onzeker is. Ondanks de pragmatische koers van de president.

AMSTERDAM, 14 AUG. De beslissing om uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers naar hun land terug te sturen, is volgens de Nederlandse regering “niet op voorhand onverantwoord”, zei premier Kok medio juni. Twee maanden eerder becommentariëerde staatssecretaris Schmitz (Justitie) de uitspraak van de rechter van de vreemdelingenkamer, dat het niet in alle gevallen onveilig is naar Iran terug te gaan. Volgens Schmitz “betekent die uitspraak overigens niet dat het in alle gevallen veilig is om terug te keren”.

Beide bewindslieden baseerden zich op een zogeheten ambtsbericht over Iran van het ministerie van Buitenlandse Zaken, waarin de pragmatische koers van ex-president Rafsanjani werd geprezen. Daar werd aan toegevoegd dat zijn pragmatisme “niet kan worden uitgelegd als een aanwijzing dat ook de mensenrechtensituatie ten principale zou zijn verbeterd”. Die “blijft nog altijd zorgelijk”, aldus het ambtsbericht.

Alle bekommernis in Nederland over de Iraanse asielzoekers berust op drie politieke pijlers, twee binnenlandse en één buitenlandse. Op binnenlands gebied vinden regering en parlement dat Nederland zo min mogelijk vluchtelingen moet opnemen - en hun zeker niet moet toestaan te blijven als ze zijn uitgeprocedeerd. Tegelijkertijd dient men tegenover de publieke opinie en het van tijd tot tijd opspelende geweten de situatie in Iran niet al te mooi af te schilderen.

Op buitenlands gebied moeten daarentegen de altijd precaire betrekkingen met Iran geen al te grote schade oplopen, omdat de overheid het een Europees en vooral Nederlands belang vindt de “kritische dialoog” met Iran zo snel mogelijk te hervatten. Deze dialoog combineert immers profijtelijke handelsrelaties met diplomatiek geformuleerde kritiek. Zij is - volgens de officiële opvatting van de Europese Unie - noodzakelijk “omdat men een zo belangrijk land als Iran niet moet isoleren”.

Maar het lot van teruggestuurde Iraniërs is onzeker; daar kan geen Europese politicus omheen. Het is net zo onzeker als het lot van Iraniërs die hun land niet hebben verlaten. Dat komt omdat Iran sinds de overwinning van de Islamitische Revolutie in 1979 op zowel politiek als economisch gebied een veelvoud van naast elkaar operende machtscentra heeft die nu eens samenwerken, dan weer elkaar bestrijden.

Uiteindelijk beslist een groep sociaal-conservatieve geestelijken wat goed en slecht is voor Iran. Eén van hen is de invloedrijke ayatollah Ahmed Janati, hoofd van de Raad van Wachters, die bepaalt of de door het parlement aangenomen seculiere wetten niet in strijd zijn met de islamitische voorschriften. Zo kan de Raad parlementsbesluiten die de sociaal-conservatieven niet zinnen, op de lange baan schuiven of ongedaan maken.

Ayatollah Janati waarschuwde president Khatami, direct na diens verpletterende verkiezingsoverwinning in mei, dat hij gehoorzaamheid moest betrachten, “in de eerste plaats aan God, in de tweede plaats aan de Leider (ayatollah Khamenei) en daarna aan de verlangens van de kiezers”. De president moest met andere woorden niet al te zeer luisteren naar de 69 procent van de Iraanse kiezers die op hem gestemd hebben.

Die uitspraak betekent dat de sociaal-conservatieve geestelijken en hun aanhang het programma van Khatami met alle middelen zullen bestrijden. Khatami streeft naar een rechtsstaat met meer zorg voor en inspraak van de bevolking, minder corruptie, meer respect voor de mensenrechten en een wat grotere culturele en politieke vrijheid. Maar het staat allerminst vast dat hij zijn ideeën zal kunnen uitvoeren.

Mislukt hij, dan blijft het 'systeem' intact. Dat systeem houdt in dat wie met Gods zegen over de juiste connecties en voldoende dollars beschikt, zich oneindig veel meer kan veroorloven dan zijn minder geprivilegeerde medeburgers. Daarom verloopt het ene feest met drank en vrouwen zonder chador vrolijk en zonder problemen. Het plaatselijke komiteh, dat over de mores en zeden van de buurt waakt, heeft immers voldoende geld toegeschoven gekregen. Maar het andere 'gemengde' feest loopt met zweepslagen af. Je weet het nooit zeker. Zo gaat het met rechtszaken, met boeken en films die misschien wèl, misschien niet worden verboden. Zo gaat het met alles.

Niet alleen de zegeningen Gods zijn ongelijk verdeeld, ook de straffen in naam van God. De permanente onzekerheid over wat er wel of niet kan gaan gebeuren, schept permanente angst onder de bevolking. De critici van en de zwakkeren in de Iraanse samenleving hebben er meer last van, omdat zij eerder bedreigd worden door het systeem van absolute willekeur.

De asielzoekers die teruggestuurd dreigen te worden, zijn helemaal doodsbang. Zij hebben, precies zoals de Nederlandse ambassade in Teheran en het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag, geen flauw idee wat hun bij terugkeer wacht. Met één verschil. De Nederlanders hopen en denken dat het goed afloopt, hoewel ze geen enkele garantie hebben gekregen of kunnen bieden. De Iraniërs vrezen en verwachten daarentegen het allerergste.