Mosselen en oesters met bacteriën besmet

ROTTERDAM, 14 AUG. Veel van de in Nederland verkochte mosselen en oesters zijn besmet met de bacterie Campylobacter, een belangrijke veroorzaker van bacteriële darminfecties bij de mens. Dat schrijft de Hoofdinspectie Gezondheidsbescherming, vroeger de Keuringsdienst van Waren, in het vandaag gepubliceerde jaarverslag.

De bacterie gaat dood als de mosselen minimaal een halve minuut zijn verhit tot een temperatuur boven de negentig graden. Dat gebeurt als het bereidingsvoorschrift op de verpakking wordt gevolgd.

Bij het eten van rauwe mosselen en oesters is de kans groot dat er een voedselvergiftiging optreedt. Bij rauwe mosselen is de kans 5 tot 20 procent, bij oesters 2 tot 10 procent. De kans stijgt als er maandelijks (50 procent) of wekelijks (bijna 100 procent) rauwe schelpdieren op het menu staan. In Nederland wordt 12 miljoen kilo mosselen gegeten, waarvan 0,1 procent rauw. Van oesters wordt het merendeel rauw geconsumeerd, voornamelijk rond Kerstmis. Volgens het Productschap Vis is het aantal ziektegevallen zo klein dat het nauwelijks te meten is.

De Hoofdinspectie heeft de aanwezigheid van Campylobacter in schelpdieren laten onderzoeken omdat de bacterie de laatste jaren steeds vaker de kop opsteekt.

Beide bacteriefamilies zijn ongeveer even schadelijk voor de mens. De Campylobacter lari is verwant aan de Campylobacter jejuni die voorkomt in kippenvlees, waarvan in Nederland jaarlijks naar schatting 320.000 mensen ziek worden. De besmetting wordt waarschijnlijk veroorzaakt door meeuwenuitwerpselen.