Mali: een politieke dialoog tussen doven

President Konaré van Mali, gevierd als kampioen van de democratie in West-Afrika, is zijn tweede ambtstermijn deze zomer begonnen met alle kenmerken van een autocraat.

ROTTERDAM, 14 AUG. In democratisch Mali lijkt de een-partijstaat terug. Als gevolg van een boycot door de oppositie werd president Alpha Oumar Konaré op 11 mei zonder serieuze concurrentie herkozen en zijn partij, de Alliance pour la démocratie au Mali (ADEMA), bezet na de parlementsverkiezingen van 20 juli vrijwel alle zetels in de Nationale Vergadering. Sinds zondag bevinden de leiders van de grootste oppositiepartijen zich in hechtenis.

Het politieke toneel van dit immense land op de grens van Sahara en savanne biedt een desolate aanblik. In weerwil van Konaré's goede naam en bedoelingen, heeft de democratie in Mali in de vijf jaar van zijn bewind geen wortel geschoten: de opkomst op 20 juli bedroeg nog geen twintig procent. Het échec van de verkiezingen is zowel te wijten aan de president en zijn partij als aan de oppositie. Voor zover er nog sprake is van een dialoog, is het een tweegesprek tussen hardhorenden.

Konaré (51) is een intellectueel, die het in de jaren zeventig kortstondig bracht tot minister van Cultuur. Mali, een voormalige Franse kolonie, kreeg zijn onafhankelijkheid in 1960. De jonge republiek volgde onder de eerste president, de pan-afrikanist Modibo Keita, een ongebonden koers. Konaré behaalde een graad in de archeologie aan de Universiteit van Warschau. Luitenant Moussa Traoré zette in 1968 met een militaire staatsgreep president Keita aan de kant. Traoré promoveerde zichzelf tot generaal en bouwde zijn militaire bewind in 23 jaar om tot een een-partijstaat, de zogenaamde Tweede Republiek, met alle corruptie en nepotisme vandien. Konaré verliet de overheidsburelen en begon een uitgeverij en een kritisch dagblad, Les Echos.

In maart 1991, na bloedig politie-optreden tegen anti-regeringsbetogers, pleegde luitenant-generaal Amadou Toumani Touré - in de volksmond 'ATT' - een staatsgreep. President Traoré werd gearresteerd en ATT schreef in 1992 een referendum uit over een ontwerp-grondwet, gevolgd door parlementsverkiezingen, waaraan 18 partijen deelnamen. Grote winnaar werd de ADEMA, een bundeling van oppositiegroepen tegen het bewind van Traoré, die dankzij het districtenstelsel 76 van de 116 parlementszetels kreeg. Eerste verkozen president werd Konaré, die naam had gemaakt in het vreedzame verzet tegen de gevallen dictator. Deze overgang naar democratische verhoudingen werd alom in de wereld geprezen en ATT, inmiddels ambteloos burger, is tegenwoordig een veelgevraagd gastspreker en bemiddelaar in Afrikaanse conflicten.

Weinig Malinezen bestrijden dat Konaré het tijdens zijn eerste ambtstermijn goed heeft gedaan. Hij wist dankzij zijn persoonlijke integriteit en charisma het vertrouwen te winnen van de rebelse Toeareg in het noorden van Mali en maakte zo een einde aan een langdurig en bloedig etnisch conflict. De pacificering werd begin vorig jaar bezegeld met een openbare wapenverbranding in Timboektoe. De volgende stap was een ambitieus programma voor decentralisering van het openbaar bestuur. Konaré verwierf zich een goede naam bij IMF en Wereldbank door afslanking van het overheidsapparaat en geleidelijke privatisering van staatsbedrijven. Het straatarme Mali beleefde een bescheiden economische groei, waarvan vooral de plattelandsbevolking heeft geprofiteerd.

De overweldigende meerderheid van ADEMA in het parlement gaf de regeringspartij nagenoeg de vrije hand en de oppositie had het nakijken. Haar kritiek gold minder de inhoud van het ADEMA-beleid dan de arrogantie waarmee de niet-regerende partijen werden bejegend. Toen een oppositieleider uit de stad Segou in januari een motie van wantrouwen indiende tegen de premier, sloeg die terug met het omineuze dreigement: “We zullen zorgen dat U in Segou geen stem meer krijgt”. De politieke verhoudingen zijn vooral vergiftigd door de slordige manier waarop de parlementsverkiezingen van 13 april werden voorbereid. Men had vijf jaar de tijd om betrouwbare kiesregisters samen te stellen, maar die klus werd pas op het allerlaatste moment gegund aan een particuliere consultant, een zwager van Konaré. Buitenlandse waarnemers bespeurden tijdens de stemming op 13 april niet zozeer vals spel alswel een bedroevend slechte organisatie. Zozeer dat het Constitutionele Hof van Mali de resultaten afkeurde wegens “onregelmatigheden”. ADEMA had zo'n 40 procent van de stemmen behaald en zou in een tweede ronde gaan strijken met de absolute meerderheid. Dit besef en waarschijnlijk niet de gewraakte “fraude op grote schaal” bracht de gezamenlijke oppositiepartijen - een monsterverbond van Traoré-loyalisten, pan-afrikanisten à la Keita en voormalige opposanten tegen de dictatuur - ertoe zowel de presidentsverkiezingen als de herstemming voor het parlement te boycotten. Beide werden echter doorgezet, met voorspelbaar resultaat. De eisen van de oppositie - waaronder ongeldigverklaring van beide verkiezingen, ontbinding van parlement en regering en opschorting van nieuwe verkiezingen totdat “daarvoor de voorwaarden bestaan” - komen neer op een overgangsregering van brede samenstelling en dus deelname aan de macht.

Onderhandeld wordt er niet meer. ADEMA en oppositie kunnen elkaars bloed wel drinken. De spanning in het land is te snijden. Een deel van de tientallen particuliere radiostations, die dankzij de democratisering konden ontstaan, is in handen van de oppositie. Bij de herstemming op 20 juli werden stembureaus aangevallen, waarbij zeker twee mensen het leven lieten. Zaterdagavond belegde de oppositie een bijeenkomst. Deelnemers bespeurden onder het publiek een politieman en sloegen hem ter plekke dood. Dit was aanleiding voor de arrestatie van zes oppositieleiders op zondag en uitzinnig politie-optreden tijdens een persconferentie van de oppositie op maandag. Als Konaré niet snel laat zien wat hij waard is als verzoener, valt de jonge Malinese democratie terug in het zo vertrouwde patroon van de een-partijstaat.