Luipaardenmagie

In 1958 maakte ik een schoolreisje waarbij Diergaarde Amersfoort bezocht werd. In de dierentuin waren drie leeuwtjes geboren die niet door de moeder maar met de fles werden grootgebracht. Een oppasser van het roofdierenhuis kwam met een doos uit een van de bijgebouwtjes en liep op de verzamelde schooljeugd toe, langs de kooien.

In de doos zaten drie leeuwenwelpen die vriendelijk onnozel over de rand keken. Onze vertedering over de plompe poezen begon al bij de aantocht. Het 'ah' en 'oh' was niet van de lucht. De oppasser moest ook langs de kooi van de luipaard en bij de gevlekte kat wekte de aanblik of de geur van de leeuwtjes geen sentimentaliteit. Grauwend verscheen de luipaard aan het hek, en toen de processie zijn neus voorbij ging deed hij zijn sprong.

Dierenkooien waren toen nog hokken. De luipaard zat in een kubus van 4 x 4 x 4 meter. Brullend vloog het roofdier op het hek af waarlangs de oppasser ging, werd gestuit en zette zich af. Het kwam op de zijmuur terecht, zette zich weer af en stortte zich op de achterwand. Pas toen deed de zwaartekracht zich gelden, en maakte het de afsprong naar de grond. Drie van de vier wanden had de luipaard genomen in zijn woede. Wij schoolkinderen stonden aan de grond genageld, de welpjes lieten zich niet meer zien boven de rand, en de oppasser was wit om de neus.

De oppasser had beter kunnen weten, maar wij ook. Halverwege de jaren vijftig woedde in Kenya een lugubere strijd tussen het Brits-koloniaal bewind en een opstandige beweging onder de Kikuyu-stam die naar de katachtige naam Mau Mau luisterde. Luipaardenmagie speelde daarin een grote rol. In 1955 verscheen daarover Something of Value van Robert Ruark. In Nederlandse vertaling beleefde het boek vele drukken. De ontzetting onder de Engelsen over de overvallen en moordpartijen was zo groot dat ook in Kuifje in Afrika een resonantie van de gruwelverhalen was terug te vinden: de luipaardman. In Kuifje werd die ten slotte ontmaskerd als een bedrieger met een stok die luipaardsporen afdrukte, maar veel mensen vroegen zich af of er niet een kern van waarheid in zat. Het was de nauwelijks verborgen angst dat die negers zich in roofdieren konden veranderen.

Die fantasieën worden nu met een knipoog beleefd in films en computerspelletjes. Niemand hoeft ook nog geloof te hechten aan het gezellige leven van de kattenfamilie. De zapper wordt dagelijks vergast op reportages over het 'verborgen leven' van luipaard en leeuwen. Als uit die opnamen iets blijkt dan is het de dodelijke haat die de verwanten elkaar toedragen. Leeuwen, krachtpatsers met een uitgesproken F-side mentaliteit, zullen nimmer nalaten de luipaard zijn prooi af te pakken, en zijn jongen te doden. De eenzame jager die het wild met list en geduld verschalkt, en niet met het grove geweld van de leeuwenbendes, moet het bijna altijd afleggen. Geen wonder dat de luipaard buiten zichzelf raakte toen de jongen van zijn aartsvijand op een presenteerblaadje voorbijkwamen.

De kijker naar de guerilla's van de grote katten moet onweerstaanbaar denken aan het kat-en-muisspel dat in de geschiedenis zo vaak gespeeld wordt tussen autoritaire bewegingen en intellectuele of politieke dissidenten. In Nelson Mandela en Alexander Solzjenitsin begroet ik graag de luipaard. De voormalige Zaïrese dictator Mobutu Sese Seko was daarentegen een leeuw die zich tooide met de vellen van de luipaarden die hij had verslonden, de volkshelden Pierre Mulele en Patrice Lumumba.