Kunst voor het vergrootglas

Tentoonstelling: Wencelaus Hollar Bohemus. Etsen uit de begintijd van de drukkunst. T/m 14 sept, dag. (m.u.v. ma. en vr.) 13-17u., Museum Slot Zuylen, Toernooiveld 1, Oud-Zuilen. Catalogus: ƒ 10. Borg voor een vergrootglas ƒ 3,-.

Zelfs de insecten hebben een menselijke uitdrukking op hun gezicht, maar om dat te kunnen zien, heb je wel een vergrootglas nodig. De etsen van Wencelaus Hollar Bohemus (1607-1677), die momenteel worden tentoongesteld in Slot Zuylen, zijn zo fijn en gedetailleerd dat ook de scherpste beschouwer nog wel wat kleinigheden ontgaan. Turend door een loep veranderen vage stipjes in de verre lucht in trefzekere zwaluwen en worden de titels zichtbaar van de boeken op het portret van de leden van de Londense Royal Society (1667). Hollar maakte deze laatste ets naar een origineel van John Evelyn enhet is een van de ongeveer dertig werken op de expositie in Zuilen. Ze zijn afkomstig uit de Lukas-verzameling uit het Tsjechische Šumperk, die 750 prenten en daarmee bijna eenvierde van Hollars totale productie omvat.

De in Praag geboren, maar tijdens zijn leven over heel Europa uitgezworven Hollar mag dan een van de meest vooraanstaande grafici uit het midden van de zeventiende eeuw worden genoemd, zijn voornaamste verdienste ligt in de reproducties die hij van andermans werk maakte. Hij deed dat bijvoorbeeld in opdracht van Thomas Howard, graaf van Arundel, een belangrijke kunstverzamelaar en mecenas, voor wie hij een grafische catalogus van zijn kunstcollectie vervaardigde. Hollar profiteerde zowel van de opkomst van de boekdrukkunst, die een grootschalige verspreiding van illustraties mogelijk maakte, als van de impuls die de etskunst kreeg van de populariteit van Rubens, wiens oeuvre in grote oplagen werd gereproduceerd. Zijn werk is dat van een ambachtsman die zich heeft bekwaamd in alle facetten van zijn métier.

Hollar maakte portretten, stadsgezichten, illustraties bij natuurhistorische verzamelingen en uiteenlopende series van vlinders tot klederdrachten en bontmoffen. En hoe saai dat laatste misschien ook is, het verraadt wel het beste de karakteristieken van zijn handschrift. Door de duizenden fijne lijntjes, die Hollar met de kleinste etsnaalden moet hebben ingekrast, heeft het bont een knuffelige echtheid gekregen. Het liefst zou je even met je vinger over de afdruk strijken om je ervan te verzekeren dat het slechts een afbeelding betreft. Die 'zachtheid' kenmerkt ook Hollars landschappen, stadsplattegronden en stillevens.

De weinige werken waarin de kunstenaar achter de ambachtsman tevoorschijn komt, zijn de allegorische prenten die Hollar maakte, bijvoorbeeld naar de fabels van Aesopus. Opeens benut hij de hem toegestane creatieve ruimte met overgave en wordt speels en brutaal in zijn beelden. Dat zijn dieren mensenogen hebben is niet langer slechts een curiosum, maar functioneel. Hij houdt zich niet langer aan de voorgeschreven compositiewetten, maar laat zijn apen, leeuwen en muisjes zwieren over het papier. En hoe meer artistieke vrijheden hij zich permitteert, hoe pietepeuteriger zijn detaillering aandoet. Al die precieze lijntjes krijgen iets indifferents, van een afstand lijken zijn prenten grauw en diffuus. En hoe aardig het ook is om kunst te bekijken met een vergrootglas, uiteindelijk zou je wensen dat Hollar meer kwaliteiten had die ook met het blote oog zijn waar te nemen.