Klein meisje in verbluffend spelletje met de realiteit

Een van de kandidaten voor de Gouden Luipaard op het festival van Locarno is 'Ayneh' (De spiegel) van Jafar Panahi. Daarin begint een klein meisje een odyssee door Teheran. Panahi slaagt er in van het oversteken van een zebrapad een avontuur te maken.

LOCARNO, 14 AUG. Afgelopen nacht even na enen keken een paar duizend toeschouwers op het Piazza Grande van het Zwitserse Locarno in de open lucht naar de wereldpremière van een korte Nederlandse film. Die vertoningen op een enorm doek in de zoele zomeravond zijn de grootste troef van het Internationale Filmfestival van Locarno. Bridges van Dick Rijneke had eigenlijk de opening van de Erasmusbrug in Rotterdam moeten opsieren, maar de gemeente Rotterdam had behalve Rijneke ook de fameuze Brit Peter Greenaway een opdracht verstrekt tot het vervaardigen van een brugfilm. Naar diens Rotterdam Bridge Celebration, een flutterige montagefilm, ging afgelopen januari op de openingsavond van het Rotterdamse festival exclusief alle aandacht uit. Rijneke's Bridges is eerder een requiem voor de oude hefbrug Koningshaven, die Joris Ivens in 1928 al vereeuwigde in De brug. Rijneke citeert zowel die film als Ivens' Regen in een stille beeld-rapsodie. De filmische waarde is beslist groter dan wat Greenaway afleverde; Rijneke's film van dertien minuten leunt zwaar op de begeleidende symfonische muziek van Zbigniew Preisner, de vaste componist van wijlen Krzysztof Kieslowski. Je kunt je zelfs afvragen of die muziek niet wat erg heftig uitgevallen is voor een tamelijk sobere liefdesverklaring aan een verdwijnend stukje Rotterdam.

Ook op het Piazza Grande ging, buiten competitie, Career Girls in wereldpremière, de nieuwe film van Mike Leigh. Na het succes van zijn Secrets and Lies waren de verwachtingen uiteraard hoog gespannen. In feite voltooide Leigh de opnamen voor Career Girls, een aanzienlijk minder ambitieuze film, een paar weken voordat hij in 1996 de Gouden Palm won in Cannes voor Secrets & Lies. Het recept is vertrouwd: de intense karakterstudie van enkele eigentijdse Engelse semi-marginale personages is het resultaat van lange repetities, waarin de acteurs al improviserend hun personage gestalte konden geven. De indrukwekkende hoofdrollen worden dit keer vertolkt door Katrin Cartlidge (de rafelige Sophie in Leighs Naked) en de debuterende Noord-Ierse Lynda Steadman. De twee vriendinnen ontmoeten elkaar weer na lange tijd in de Londense tweekamerflat van Cartlidge. In flashbacks zien we hoe zij als studentes in emotionele en materiële chaos een huis plachten te delen. Hun woede en verwarring (in de flashbacks acteren beiden in de hoogste neurotische versnelling) hebben plaatsgemaakt voor berusting en een meer geregeld bestaan, maar die maatschappelijke aanpassing heeft ook geleid tot een psychische dofheid.

Getrouw aan de thema's van zijn eerdere films heeft Leigh veel oog voor de maatschappelijke transformaties in het Engeland van Thatcher en Major. Dit keer is de boodschap subtiel, misschien te subtiel voor een buitenlands publiek. Dat loopt het risico de ironie van de titel Career Girls mis te verstaan; Cartlidge speelt een vertegenwoordiger in kantoorartikelen, draagt kleren waar ze in haar studententijd niet van had durven dromen, maar is voor Londense begrippen zeker geen carrièrevrouw. De bezichtiging door haar van een koopflat van 260.000 pond, nu bewoond door een hitsige effectenhandelaar, is dan ook een grap, en dat zal niet iedereen direct door hebben. Een film van Leigh is nooit slecht, maar Career Girls zit ongeveer op het bescheiden niveau van zijn vroegere producties als Life is Sweet en High Hopes.

Heel Locarno is gehuld in geel-zwart geschakeerde vlekkenpatronen, die een gestileerd luipaardvel moeten verbeelden. In de jaren zestig werd de hoofdprijs van het festival, in navolging van de Gouden Beer in Berlijn en de Gouden Leeuw in Venetië omgedoopt in de Gouden Luipaard, hetgeen ook de keuze voor de tijger als symbool van het Rotterdamse filmfestival verklaart. Na een uiterst sterk begin zakt de kwaliteit van de films in de competitie van het 50ste festival van Locarno zienderogen. Directeur Marco Müller heeft een aantal onbeduidende probeerseltjes toegelaten in naam van een open oog en oor voor alles wat alternatief, nieuw en onbekend is. Een uitzondering vormt het speelfilmdebuut van de als fotografe bekendheid genietende New-Yorkse Cindy Sherman. De fan van de Italiaanse horrorkoning Dario Argento neemt in Office Killer begrippen als deconstructie en decompositie wel heel letterlijk; met een knipoog naar Hitchcocks Psycho laat Sherman een rancuneus kantoormuisje (Carol Kane) een groot deel van haar collega's gruwelijk vermoorden, om ze vervolgens bij haar thuis al rottend op de sofa plaats te laten nemen, terwijl een invalide moeder niets in de gaten heeft. De door Tom Kalin (Swoon) geschreven zwarte komedie getuigt van visuele originaliteit en speelt prettig met clichés over krengen van vrouwelijke chefs (onder meer Barbara Sukowa en Jeanne Tripplehorn). Office Killer kan makkelijk uitgroeien tot een cultklassieker in de trant van het oeuvre van John Waters.

Interessant is ook de Italiaans-Zwitserse coproductie Le acrobate geregisseerd door Silvio Soldini, van wie in Nederland Un' anima divisa in due bekend is. Zijn laatste film is een teder portret van vier totaal verschillende vrouwen, die door het toeval met elkaar in contact komen en gezamenlijk een alternatief trachten te formuleren voor de kille, verzakelijkte, bij herhaling door stompzinnige televisieprogramma's gesymboliseerde moderne Italiaanse samenleving.

De belangrijkste kandidaat voor de Gouden Luipaard is echter, naast het al eerder gesignaleerde Winterschläfer van de Duitser Tom Tykwer, de tweede film van de Iraniër Jafar Panahi, in alle opzichten een discipel van zijn landgenoot Abbas Kiarostami. Net als in Panahi's in Cannes bekroonde debuut De witte ballon speelt in Ayneh (De spiegel) het kleine meisje Mina Mohammad Khani de hoofdrol. Ze wacht vergeefs bij school tot haar moeder haar komt ophalen, en begint dan een odyssee door Teheran vol van alledaagse ontmoetingen en tegenslagen. De simpele, transparante, zeer effectieve stijl van Panahi slaagt erin van het oversteken van een zebrapad een spannend avontuur te maken. Geheel in de trant van Kiarostami bevat De spiegel ook een reflectie op de vraag wat het verschil eigenlijk is tussen speelfilm en documentaire. Midden in een scène in een autobus barst Mina in huilen uit, zegt dat ze niet meer in deze film wil spelen en loopt weg. Dan zien we de filmploeg overleggen en besluiten haar stiekem te volgen, terwijl ze, de zendmicrofoon nog opgespeld, naar huis wegloopt. Het is duidelijk dat dit tweede quasi-documentaire deel ook geënsceneerd is, maar de verwarring bij de kijker is de belangrijkste bestaansreden van De spiegel, een verbluffend spelletje met kaders, raamvertellingen, realiteit en fictie.