In Veracruz bestaat vertier uit eten en zwijgen

Het is weer tijd om het strand op te zoeken - hier of verder weg. Ook een aantal van onze correspondenten gaat deze zomer een dagje naar zee. Vandaag: Veracruz, Mexico.

VERACRUZ, 14 AUG. “Hier komen we dus vandaan”, wijst de vader. In het gemeentemuseum staat Hernan Cortés in vol ornaat. Met zijn bleke kraalogen staart de Spaanse veroveraar het jonge Mexicaanse gezin aan. Tegenover hem knielen de indiaanse vertegenwoordigers van het Azteekse Rijk dat Cortés twee jaar later met de grond gelijk zal maken. Ze schenken Cortés gouden mantels. In ruil ontvangen ze een zakje glazen kralen.

“Hier kwamen de culturen bij elkaar”, onderwijst de vader zijn kinderen. “Hier onstond het huidige Mexico, de vermenging van het Spaanse en het indiaanse ras; en vanuit hier begon de verovering van het hele Amerikaanse continent.” Met een breed gebaar probeert hij de aandacht van zijn kroost te vestigen op het feit dat ze op een 'historische plek' op vakantie zijn. Maar de kinderen zijn alweer weggehold naar het volgende wassen beeld: de acteur Arnold Schwarzenegger als de terminator, a-historisch ingeklemd tussen Cortés en de Azteekse keizer Cuauhtémoc die door een paar Spaanse soldaten onder zijn voetzolen gemarteld wordt. “Mogen we een hotdog”, bedelen de kinderen.

De meest swingende stad van Mexico. Wil je iets proeven van het 'hete' Caraïbische - weg van de Mexicaanse ingetogenheid - dan moet je naar Veracruz, hadden de vrienden in Mexico-Stad gezegd. En mis vooral de Zócalo niet, het centrale plein. Daar gebéurt het op zaterdagavond. Muziek én historie. Badplaats én haven. De grootste van Mexico zelfs. En dan het drama: eeuwenlang zetten gelukszoekers en slaven hier, in de stad van het Ware Kruis, voet aan wal in de 'Nieuwe Wereld'.

Met brede heupen deint de handlezeres tussen de tafeltjes door. “Liefde zult u niet vinden, en al uw kinderen zullen zichzelf aborteren”, zegt ze. Tien pesos (een rijksdaalder) wil ze voor haar gaven. Voor minder voorspelt ze ramp en verdriet. Maar daar is de troost van een indiaanse. Met haar dikke wollen rokken aan verkoopt ze kakatoes en zeemeerminnen. “Of anders een zon?”

Een kakofonie van eten en muziek in de hete tropennacht. Zelfs wat je nooit gedroomd hebt kun je op de Zócalo kopen. Vogelgeluiden, lichtgevende hondjes, salamanders. “Een echte”, zegt de jongen die zijn reptiel vlak boven een bord met taco's van een ouder echtpaar uit Mexico-Stad zwaait. “Ach, Veracruz is niet zo ver weg, en de lucht is beter”, verklaart de man zijn aanwezigheid in Veracruz, met zijn ogen nog steeds op zijn bord gericht. Rustig duwt hij de salamander weg, en hervat zijn gekauw.

Niemand praat, niemand lacht, niemand danst. Pas nu valt het op: het is als overal in Mexico. Ook hier, onder de amandelbomen van Veracruz, bestaat vertier uit eten en zwijgen. Straatverkopers en muzikanten. Zij zorgen in Mexico voor het sociale leven. Alleen zijn het er méér, oneindig veel meer dan op welke andere plek dan ook. Een jongetje zingt een atonaal liefdeslied, overstemd door een band van cowboyhoeden. De tonen van een indiaanse xylofoon tokkelen tussen de schreeuw van de hotdog-verkoopster. “Achthonderd pesos”, zegt de jongen terwijl hij zijn houten boot met 'echte' zeilen op het cafétafeltje deponeert. Welk schip dit is? De jongen veegt het zweet van zijn voorhoofd. Is het soms de schoener waarmee Cortés in Veracruz is geland? Of misschien het piratenschip waarmee de Hollandse zeerover Laurent de Graaff in 1683 Veracruz leegroofde? De jongen haalt zijn schouders op. “Het is veel werk zo'n schip te maken”, zegt hij. “Kopen of niet kopen: zévenhonderd pesos.”

Slijmerige golfjes over een zwartig strand. Bij daglicht blijkt de stad een vervallen geheel. “We mogen van de regering geen monumenten afbreken”, zegt stadshistoricus Bernardo Lorénzo (76) spijtig. Dus wordt er gezwommen. Uitgebreid en met hele families tegelijk. Die dag is er zelfs iemand verdronken, meldt het dagblad El Dictamen. Vlakbij het grijsbetonnen Hotel Paraíso. Een straatverkoper had de man drijvend in de branding gevonden.

“Het schoot als een vuurbal over de binnenplaats”, vertelt Maritza Calderón (32). Ze is er nog steeds een beetje beverig van. Haar broer en echtgenoot proberen nu te redden wat er nog te redden valt. 'Hete honden branden' luidde de kop boven het nieuwsbericht waarin met geur en kleur de explosie van de hotdog-kar van Doña Maritza werd beschreven. “Ik had haast en vergat de gaskraan dicht te draaien”, zegt Maritza.

Een klein huisje van golfplaat. Op de binnenplaats liggen gasflessen en grote zakken met worst. “Het offer van een heel leven”, zegt de moeder van Maritza terwijl ze in de richting van de zwartgeblakerde kar knikt. Elke avond van zes tot twee uur 's nachts verkocht Maritza haar worst, op de hoek bij parfumerie Vlinder en bar Parel. Vijf tot zeven gulden per dag verdiende ze ermee. “Gotdog, you eat in Central Park”, zegt opa in zijn zelfgefabriceerde Engels. Nee, de Mexicaanse hotdog “ies not clean, ies not correct”. Onverstoorbaar legt oma uit: De taco is bewerkelijk, de hotdog daarentegen is 'goedkoop en zeker'. “In Mexico zijn het de vrouwen die vechten voor het bestaan”, hint ze. “En we wachten niet tot de gringos ons komen leren hoe dat moet.” Laatste vraag: hoe heten die dingen, 'hotdog' of 'hete hond'? De vrouwen lachen. “Eigenlijk is het hete hond”, zegt Maritza. “Maar om ze te verkopen klinkt hotdog geraffineerder.”

Zoekende schimmen door de slecht verlichte straten. De regen heeft het buitenleven weggespoeld. Discotheken of andere overdekte après-strandgelegenheden zijn haast niet te vinden. In een nauwe steeg ligt bar Bambolero. Buiten branden hoopvol een paar lichtjes. Een stevige portier verwelkomt de bezoeker. Binnen zitten mannen aan tafels. Meisjes in fosforescerende bikini's in de hoek op een rij. Dan klinkt uit de luidsprekers de bambolero. Het black-light gaat aan, en een schijnwerper wordt op de tafel in het midden gericht. Een jong meisje in een gewaagd matrozenpakje komt uit de wc: “Baby Joeeee. Een applausje graag!” Draaiend en tollend begint het meisje te dansen. Liggend op de tafel, met haar benen wijd. Dan weer cirkelend rond een paal die door de tafel heen zit geboord. Langzaam wordt haar kleding minder. Totdat ze alleen haar schoenen nog draagt.

Na afloop maken we een praatje. Ze heeft vier kinderen, vertelt ze. Maar hier verdient ze ten minste 250 gulden per avond. Vijftig voor het dansen. En daarna nog eens hetzelfde per klant per uur. Ze mag gebruikmaken van het bed naast de wc. Toch hoeft ze aan de club maar een tientje af te staan. “Ik vind Veracruz geweldig”, zegt Baby Joe.