Hersengram

Op het verjaarspartijtje waar ik als handlezer optrad werd het ezeltje-prik verstoord door een troep dondervliegjes die na het verorberen van een mespuntje gif uit een olieblik een rotan tafeltje de kleur antraciet gaf.

De taalvervuiling van de deelnemer aan de zeepkistenrace met hun 'Tering!' gaf mij het déjá vu van een azijnpisser die over een vetplant bij de Dommel klaagde dat die een oortje tekort kwam.

De slons, die met een kwast een hertje van Mak inkleurde, kreeg AOW van de SER, maar toen in Assen Alice haar sik met kalk en olie enorm stug tot een asla met brij had vermaald, kon ze daar zowel de ruïne als het zwerk van het ene Epe mee schilderen. Toen viel de koker op de loper en was de slons uitgeverfd.

“Ik smaak het best als ik me strek”, las de abt voor aan de UNO, terwijl zijn oksel uniek rook en een keg sans beer van ivoor een kwak ijzel op zijn oma wierp, die in haar asiel riep: “Ik slemp sec, zo iel als ik ben”. Toen zette een ree zijn eerste trede op de akker.

Aldus haalde een cryptbreker zijn hersengram.