Exota-miljoenen komen toe aan oude eigenaar fabriek

BREDA, 14 AUG. De schadevergoeding die de VARA betaalde in de Exota-affaire komt toe aan de oorspronkelijke eigenaren van de limonade-fabriek en niet aan de zakenman J.K. Leutscher, die de slepende zaak had gewonnen. Dat bleek gisteren bij een uitspraak van de president van de rechtbank in Breda.

Zes leden van de familie Van Tuijn, voormalig eigenaar van de Van Tuijn's Limonadefabrieken (VTL) uit Dongen, hadden beslag laten leggen op de tegoeden van een Trustkantoor, waar de VARA onlangs 7,7 miljoen gulden aan heeft overgemaakt. Dat beslag was gerechtvaardigd, oordeelde de president van de rechtbank, mr. P. Paalvast, gisteren in een kort geding.

De limonadefabriek ging in 1972 ten onder nadat Marcel van Dam, die toen de ombudsman was, in een VARA-programma liet zien dat een limonade-flesje ontplofte. De ontploffing was voor de omroep in scène gezet door TNO. Tijdens die beelden werd twee keer de naam Exota genoemd.

De uitzending bleek het begin van jarenlange juridische procedures. De limonadeproducent daagde de omroep voor de rechter en eiste een schadevergoeding. Toen het bedrijf net voordat het failliet dreigde te gaan, werd opgekocht door de onlangs in Spanje overleden zakenman Leutscher, zou deze daarbij de rechten voor de claim in handen hebben gekregen.

Leutscher zou de rechten voor de claim hebben overgedaan aan het Nederlandsch Trustkantoor voor Belegging en Financiering in Amsterdam, een firma waar hij directeur van was. Vorig jaar besliste het gerechtshof dat de VARA 7,7 miljoen gulden schadevergoeding moest betalen. Het bedrag werd overgemaakt aan het trustkantoor.

De familie Van Tuijn zegt dat zij volgens het verkoopcontract recht heeft op de stijging van de waarde van de aandelen die is ontstaan door het toekennen van de claim. Om de eis kracht bij te zetten, werd beslag gelegd op de tegoeden van het Amsterdamse kantoor.

In het jongste hoofdstuk van het al 26 jaar slepende juridische steekspel, wilde het kantoor via een kort geding van het beslag af. Als belangrijkste reden werd gezegd dat het bedrijf een vordering van de belasting van 4 miljoen gulden moet voldoen. Volgens de rechter is betaling van NTK aan de fiscus heeft onvoldoende grond om het beslag op te heffen.

Het bedrag van 7,7 miljoen was slechts de helft van de vergoeding die Leutscher had gevorderd van de VARA. Leutscher was ervan uitgegaan dat de VARA voor de hele schade als gevolg van de Exota-affaire zou moeten opdraaien: volgens deskundigen bijna 4,5 miljoen gulden. Vermeerderd met rente vanaf 1971 zou dat uitkomen op minstens 15 miljoen gulden.

Ook de strijd tussen Leutscher en de familie Van Tuijn is ontaard in een langdurig conflict. Leutscher kocht de aandelen voor één gulden, onder de voorwaarde dat hij een eventuele schadevergoeding zou delen met de oorspronkelijke aandeelhouders. Maar al gauw bleek de Van Tuyns dat Leutscher niet van plan was hen mee te laten delen in een schadevergoeding. Daarover zijn al meer dan 200 vonnissen gepasseerd.