Eerst de Surinamers dan de Noordzee

Wat doen wij met Desi Delano Bouterse? Deze vraag schijnt sinds 1980 (coup) de politieke verhouding tussen Suriname en Nederland te structureren. In 1980 gaven de ex-koloniale geldschieters hem beperkt toegang tot liquide middelen om zijn revolutie verder vorm te geven. Maar reeds in 1982 (decembermoorden) werd die geldstroom abrupt ingedamd en raakte de Surinaams-Nederlandse politiek in een kil conflict. Sindsdien worden de politieke afspraken tussen beide landen wezenlijk bepaald door hoe onderhandelaars zich verhouden tot het enfant terrible van de Surinaamse politiek.

Bij voorbeeld: Chin A Sen en Haakmat blijven verdacht omdat zij door Bouterse politiek zijn binnengehaald; Venetiaan was gewild zolang hij Bouterse op grote afstand kon houden. Maar terwijl 'het herstel van de democratie' in Paramaribo erop was gericht de voormalige legerleider periodiek publiekelijk te herinneren aan zijn wandaden (coup, decembermoorden en cocaïnehandel) en zo goodwill te vergaren bij Nederlandse politici en andere (anti-Bouterse) opinie- en beleidsmakers werkte Bouterse zijn strategie uit om democratisch aan het bestuur van zijn land mee te mogen doen.

De vraag 'wat doen wij met Desi Delano Bouterse' was blijkbaar toch niet afdoende beantwoord. Ondanks de wrevel van velen mocht hij met zijn politieke partij meedoen aan de verkiezingen en wist hij het (de structurele anti-Bouterse-lobby ten spijt) in een tijdsbestek van een kleine twintig jaar te brengen tot 'adviseur van de staat Suriname'. Via democratische procedures, wel te verstaan: zijn NDP zit in de regeringscoalitie, heeft de president geleverd en nu ook de topambtenaar 'adviseur van staat'.

Maar vooral dat laatste had de Surinaamse regering zeker niet moeten doen: Bouterse op de loonlijst plaatsen! Zolang hij zich als ondernemer ontwikkelde, zich in burgerkleding door de samenleving bewoog, zijn politieke visie op particuliere wijze etaleerde werd hij getolereerd als het enfant terrible dat bezig was uit te groeien tot een 'angry old man' en in het beste geval in beperkte kring tot charismatisch politicus. Maar de ambities van de NDP zijn blijkbaar ook gekleurd met rancune: die Hollanders en die Surinamers die Bouta en zijn NDP 'haatdragend blijven achtervolgen' moesten maar eens finaal met hun politieke frustraties worden geconfronteerd. Bouterse trad uit de schaduw van president Wijdenbosch en kreeg zijn titel: 'adviseur van staat'. In Suriname zelf was nauwelijks van enig protest sprake. Alleen de oppositie foeterde wat na. Met de benoeming was de vraag 'wat doen wij met Desi Delano Bouterse' officieel beantwoord. Maar heeft de NDP niet kunnen weten dat deze benoeming contra-productief zou werken in termen van buitenlandse betrekkingen? Het was alsof de Nederlandse overheid op deze benoeming had zitten wachten. De handelsmissie van Wijdenbosch werd zonder pardon internationaal geblameerd door het arrestatiebevel van Interpol jegens staatsadviseur Bouterse.

In diplomatieke zin heeft Suriname met de prominente benoeming van Bouterse een blunder gemaakt, een tactische inschattingsfout, die misschien voor het eerst een serieuze aanleiding zal blijken te zijn om de vraag 'wat doen wij met Desi Delano Bouterse' voor eens en altijd te beantwoorden. Maar het plaatsen van Bouta op de officiële loonlijst, het hem toekennen van een achtenswaardige ambtelijk-politieke status is meer dan sommige kopstukken in politiek Den Haag en bij justitie hebben kunnen verdragen. En omdat zij zich welbeschouwd niet mogen mengen in binnenlandse aangelegenheden van Suriname is niet de benoeming als zodanig ter discussie gesteld, maar wordt zogenaamd de burger Desi Delano Bouterse internationaal in staat van beschuldiging gesteld in verband met grootscheepse handel in cocaïne. Deze Nederlands-politieke set kunnen veel personen begrijpen en ik had hem ook zien aankomen.

Maar precies als bij die Surinaamse NDP-macho's heeft blijkbaar niets en niemand de justitiële macho's in Den Haag kunnen bewegen om het machtsspel tegen de NDP diplomatiek te spelen. Niet alleen maant advies nummer 111 van de Nationale Adviesraad uit december 1996 getiteld 'Ontwikkelingssamenwerking tussen Oorlog en Vrede', tot 'conflict-preventie' gefaseerd in termen van 'peace-making', 'peace-keeping' en 'peace-building' in landen waar politieke conflicten bloedig worden (werden) uitgevochten; Hollandse politici hadden zoveel goodwill bij Surinamers vergaard als het arrestatie-bevel op een ander moment was uitgebracht (na de handelsmissie, na het zomerreces, na de grote Surinaamse droge-tijdvakantie) en op een minder bombastische wijze.

Nu lijkt het aanhoudingsbevel (wegens het tijdstip en alle persbombarie) geladen met rancune, persoonlijke machtswellust en is naar het oordeel van velen het belang van de staat Suriname aldus ondergeschikt gemaakt aan een politiek spierballensteekspel, waar wij met z'n allen ook nog een heet persspektakel van dreigen te maken. Overal is de onrust uitgebroken en vooral voor Surinamers is de herinnering aan de sfeer tijdens de machtsgreep van 1980 en de executies van 1982 voldoende om het ergste voor de nabije toekomst te vrezen. Want Bouterse is dan weliswaar geen sergeant meer en ook geen bevelhebber van een leger, zijn aanhang en zijn invloed zijn aanmerkelijk toegenomen en zijn relaties hebben netwerken gevormd waar rekening mee dient te worden gehouden. Waarom wakkert justitie-topman Docters van Leeuwen opnieuw een 'burgeroorlog' aan tegen de man die ook de binnenlandkrijg tegen Ronnie Brunswijk heeft overleefd en bekend staat als de gevaarlijkste militair-strateeg van het Caraïbische gebied? Als we een paar eeuwen eerder leefden hadden wij kunnen voorstellen om de aartsvijanden Van Leeuwen en Bouterse met elkaar te laten duelleren en hadden wij ons tenminste kunnen vermaken. Om daarna gepast te weeklagen of te jubelen als een der heren het zwaard vol bloed aan ons liet zien, nietwaar?

Maar de tijden zijn veranderd en het zwaardgevecht is getransformeerd tot een 'beschaafde' strafrechtelijke procedure, die naar de stellige overtuiging van 'weldenkende' rechtsstaatpropagandisten de enige context is om de vraag te beantwoorden: 'wat doen wij Surinamers met Bouterse?'

Ik (met heel veel anderen) ontken geenszins zijn betrokkenheid bij de coup van '80, de moorden van '82, de drugsdoorvoer tussen '82 en '86 en bij de binnenlandgevechten. Laten wij hem dan eindelijk de gelegenheid geven zich binnen een juridische setting te verantwoorden en te verdedigen maar dan onder condities die recht doen aan alle Bouterse-(res)sentimenten en aan het rechtsidee van Bouterse zelf.

Het is evident dat de rechtsgang in Suriname zal moeten plaatshebben (getuigen uit Nederland krijgen een vrijgeleide); dat, het oordeel schuldig/niet schuldig uitgesproken zal moeten worden door een Surinaamse publieksjury, die een weerspiegeling is van de (totale) Surinaamse gemeenschap. En als Desi Delano Bouterse ten slotte na de slotpleidooien schuldig wordt bevonden, dan doen wij wat president Mandela in Zuid-Afrika met zijn criminele tegenstanders heeft gedaan: wij dwingen Bouterse om zich met zijn hele hebben en houden in te zetten voor de ontwikkeling van zijn geboorteland. Dus benoemen wij hem tot staatsadviseur voor het leven. En als hij na een lang en werkzaam zwoegen natuurlijk sterft dan mogen Nederlanders als Docters van Leeuwen en Surinamers als Ronnie Brunswijk bepalen of zij hem met militaire eer zullen begraven of voor de haaien in de Noordzee zullen werpen.

Maar eerst moet Desi Delano Bouterse, schuldig bevonden of niet, 'gedoemd' zijn zich politiek in te zetten in het belang van zijn geboorteland om zijn omstreden schuld menselijkerwijs te kunnen inlossen.

    • Astrid H. Roemer