Een smoezelig fenomeen

Een 'uitgekookte herrieschopper', een 'abnormaal verschijnsel van voorbijgaande aard', een schreeuwer die 'al kronkelend een prettig banksaldo bij elkaar rock-and-rollt': het heeft geruime tijd geduurd voordat keurig Nederland aan Elvis Presley gewend was. Deze week is het twintig jaar geleden dat de bariton overleed. “Zonder hem hadden we ons gewoon tussen het publiek van de Ramblers moeten voegen.”

Ik had me verslapen, die ochtend, en in allerijl een taxi genomen. In de auto zette de chauffeur het nieuws aan. Eigenlijk vond ik dat hinderlijk, omdat eens temeer duidelijk werd hoe laat het al was. Maar de radio stond hard aan; de stem van de nieuwslezer was te luid om te negeren. “In zijn woonplaats Memphis...,” begon het eerste bericht. Hè? “...is vannacht op 42-jarige leeftijd...” Wàt? En toen kwam, voor het eerst in de geschiedenis van de radionieuwsdienst, de naam van Elvis Presley. De rest van het nieuws heb ik niet meer gehoord. Het was 16 augustus 1977 en opeens voelde ik me oud.

Elvis was van ons, daar kwam het op neer. De grote mensen hadden Doris Day en Frank Sinatra, Guy Mitchell en Peggy Lee, en wij hadden Elvis. Later kregen we er veel méér, en ik geef eerlijk toe dat Elvis Presley voor mij in 1977 niet veel meer betekende - twee jaar eerder had nog meesmuilend in de krant gestaan dat hij vet en veertig was geworden, en in onze muziek klonk zijn geluid intussen allang niet meer mee. Hij mocht al blij zijn, vonden de meeste van ons, als hij af en toe nog een hit had. Maar wat voor altijd vast bleef staan, was dat het met hem begonnen was. Dat we nu onze eigen muziek hadden, was aan hem te danken.

De eerste foto die ik ooit van hem zag, stond in de Libelle van een tante. “U hebt er al van gehoord natuurlijk, van die uit Amerika overgewaaide waanzin, die ze daar Rock 'n' Roll noemen”, stond eronder. “Rock 'n' Roll-opperhoofd is de jeugdige 'musicus' Elvis Presley, een uitgekookte herrieschopper, die al schreeuwend en kronkelend een prettig banksaldo bij elkaar rock-and-rollt.” Daarna kwamen er, in de loop van 1956, mondjesmaat meer berichten - allemaal van volwassenen die niet van plan waren zich in hun artistieke rust te laten verstoren. De bekende cabaret-producer Wim Ibo, tijdelijk in New York, meldde sussend in Het Parool dat Presley's optreden 'een abnormaal verschijnsel van voorbijgaande aard' was. Simon Carmiggelt bespotte in zijn Kronkel 'de heupse zangprestaties van dit smoezelig fenomeen'. En in Tuney Tunes, het lijfblad van de liefhebber van lichte muziek, schreef redacteur Skip Voogd vol weerzin over 'het afschuwelijke, mensonterende geschreeuw, gepaard gaand met sinister uitgestoten klanken'. Dat maakte ons dus alleen maar nieuwsgieriger.

Waar en wanneer ik hem voor het eerst heb horen zingen, weet ik niet meer. Ook niet welk nummer het was. Veel keus hadden we in elk geval niet. Op de Nederlandse radio bestonden geen popprogramma's; het hele woord pop bestond nog niet eens en een hitparade hadden we evenmin. Misschien was het Radio Luxemburg, daar zaten Engelse discjockeys de nieuwste platen uit Engeland en Amerika te draaien. Maar wel was al op die eerste platen (Heartbreak Hotel, Blue suede shoes, Hound dog, Don't be cruel) onmiddellijk duidelijk hoe sensationeel ze waren. Hier stond niet een nette zanger met een overhemd en een das voor de microfoon, hier was geen vocalist bezig zijn publiek te charmeren - dit was het geluid van iemand die zong wat hij voelde. En wat hij voelde, was niet zorgvuldig verpakt in een melodieus arrangement en een zoetgevooisde voordracht. De stem kronkelde en krauwde, en de begeleiding beperkte zich tot het hoogst nodige: het ritme. Zo hadden we het nog nooit gehoord.

Hoe hij zich bewoog, wisten we nog niet. In de muziekbladen stonden steeds meer foto's, maar op de Nederlandse televisie was per avond nog maar één programma te zien (dit verhaal begint steeds prehistorischer afmetingen aan te nemen) en daar was, tussen de toneelstukken en de operettes en de gezellige shows, heus geen ruimte voor beelden van Elvis Presley. Het moet wel in de bioscoop zijn geweest, dat we hem voor het eerst zagen bewegen. Hij leek me aardig, toen, en wat de meiden in hem zagen, sprak voor zichzelf.

Een beetje dichterbij kwam hij voor ons in 1959, juist toen hij in Amerika buiten beeld raakte: als dienstplichtig soldaat in het Amerikaanse leger in Duitsland. Nog steeds was er op de Nederlandse televisie nauwelijks iets van te zien, maar het gaf tenminste een vaag gevoel van verbondenheid dat Pim Maas (uitgeroepen tot de Nederlandse Elvis Presley) bij het idool op bezoek mocht en daarover in geuren en kleuren vertelde. “Pim bleef er de hele avond, praatte veel met Elvis en gaf hem een paar mooi beschilderde klompjes ten geschenke”, aldus deeltje negen uit de toenmalige pocket-reeks Teenager Parade. “Elvis vertelde dat hij heel wat in Pim zag en gaf hem de raad goed te studeren.”

Toen hij een jaar later terugkeerde naar Amerika, was er in de tussentijd veel gebeurd. Een hele rij nieuwe idolen was opgestaan, die met aanstekelijke liedjes over schoolvreugde en ludduvuddu de gevoelens van het jonge volk vertolkten. Elvis was geen puber meer, maar een man met een mooie bariton die voluit Surrender, Can't help falling in love of It's now or never zong. Soms tokkelden er zelfs mandolines met hem mee, zoals ze dat later ook bij BZN en de George Baker Selection gingen doen. Toch maakte hij in die eerste jaren zestig de grootste hits uit zijn carrière, misschien mede doordat ook de grote mensen er langzamerhand wel iets in gingen zien.

Maar echt afgelopen leek het bij de opkomst van de Beatles. Groepen waren voortaan in, solisten uit. En bovendien begon die Presley behoorlijk gevestigd te raken, dat zag je aan de steeds slapper wordende films en aan de foto's waarop hij poseerde met niemand minder dan Frank Sinatra. Hij was al bijna show business, terwijl wij nu juist opgewonden bezig waren een betere wereld te maken met muziek die anti-establishment was. Niet voor niets schreef André van der Louw eind 1966 in het nieuwe blad Hitweek dat de Beatles links waren en Elvis Presley rechts - net als Anneke Grönloh en Willem Duys. En met rechts wilde natuurlijk niemand iets te maken hebben.

Hoewel hij in 1968 in een tv-show plotseling nog weer even de oude vitaliteit uitstraalde, in een hippe uitmonstering van glimmend leer, met een ruige kop haar en zichtbaar plezier in zijn ogenschijnlijk informele optreden, maakte Elvis Presley sindsdien niet meer de muziek die er toe deed. Zijn domicilie werd Las Vegas en als hij verscheen, speelde het orkest Also sprach Zaratustra - een pompeuze bedoening die de volhouders nog steeds als hemels in de oren klonk, maar geen betekenis meer had voor de trouwelozen die de meeste van ons waren.

Maar ons respect had hij voor eeuwig. Zonder hem was alles ongetwijfeld heel anders gelopen, zonder hem hadden we ons gewoon tussen het publiek van de Ramblers moeten voegen. En zo lang hij er was, bestond er nog een band tussen het prille begin van onze eigen muziek en datgene wat er van geworden was. Tot zijn ogen uitdrukkingsloos werden, fonkelde nog ergens in zijn gezicht de herinnering aan Heartbreak Hotel - een blik van verstandhouding tussen de man die het had teweeggebracht en de generatie die dat had meegemaakt. Toen hij stierf, werd die band doorgesneden. Even voelde ik me oud, en daarna troostte ik me met de gedachte dat we tenminste John Lennon nog hadden.

INFORMATIE

ELVIS-BOEK

Paradoxaal klinkt de titel van het pas verschenen boek Elvis in Nederland van Rob van Scheers, want Elvis Presley is nooit in Nederland geweest (hoewel het laatste hoofdstukje melding maakt van een ongeïdentificeerde jongeman die in 1959, toen soldaat Presley in Duitsland gelegerd was, een adres zocht in Breda, de geboorteplaats van manager Tom Parker). Op populaire toon doet Van Scheers verslag van de invloed die Presley niettemin op velen in ons land heeft gehad. Andy Tielman, grondlegger van de rock 'n' roll in Nederland, vergelijkt zijn idool met het Vrijheidsbeeld: “Als je goed kijkt naar het Statue of Liberty, dan zie je dat haar profiel uitgesproken Elvis is. Ze trekt zelfs haar lip net zo gemeen op - d'r mond, d'r neus, het zijn dezelfde contouren.” Verder in dit onderhoudende grabbeltonboek vraaggesprekken met onder anderen Monique van de Ven over Elvis als acteur, Jan Cremer over Elvis als inspiratiebron, Connie Palmen over Elvis als lustobject en André Hazes over de tol van de roem. Ook informatie over toepasselijke locaties, zoals strandtent Heartbreak Hotel op Terschelling (0562-448634), waar een Amerikaanse krant van 16 augustus 1977 aan de muur hangt.

*Rob van Scheers: Elvis in Nederland. Uitg. De Prom, ƒ 29,90.

CD'S

De beste Elvis-cursus voor beginners is de zojuist verschenen cd Always Elvis/ The Dutch Album, waarop 28 nummers staan die in Nederland een hit zijn geweest, van Heartbreak Hotel in 1956 tot en met Moody Blue in 1976. In het tekstboekje staan mooie illustraties uit de Nederlandse muziekbladen van die tijd, maar helaas niet de toenmalige klassering van elk nummer. Voor het Nederlandse kantoor van platenmaatschappij BMG is het project een manier “om weer eens iets te doen met een bredere uitstraling dan alleen de vaste fans”, hoewel hier nog steeds zo'n 100.000 Elvis-cd's per jaar worden verkocht.

De aandacht van de vaste fans zal vooral uitgaan naar het album Platinum, met vier cd's waarop honderd opnamen staan - merendeels alternatieve versies van bekende nummers die niet eerder op de plaat werden gezet.

*Alway Elvis/ The Dutch Album. BMG 74321 488062

*Elvis Presley: Platinum. BMG 78636 74692

BEURZEN

Twee grote Elvis-beurzen beloven een keur aan authentieke souvenirs, muziek, zeldzame platen en video-opnamen, jukeboxuitstallingen, bijpassende modeshows en Elvis-lookalikes.

De eerste, Back to the 50's & 60's/ Always Elvis, heeft dit weekeinde plaats in de RAI. Eén van de extra attracties is een opnamestudio waar bezoekers hun eigen karaokeversie kunnen zingen van Elvis-hits en daarvan de bandopname mee naar huis nemen. Op het programma staat verder het optreden van Albert West, de Blue Diamonds, Lee Towers, Hank the Knife & The Jets en Herman Brood met een aangepaste ode aan Elvis.

De tweede, Elvis Forever, wordt in september gehouden in Arnhem, die volgens de organisatoren zal veranderen in een Graceland-museum, naar het befaamde Presley-landhuis in Memphis. Ook een deel van de Graceland-expositie komt naar Arnhem, bewaakt door de enige echte Thomas B. Morgan die ook Presley's begrafenis heeft begeleid. Organisator is de Nederlandse Elvis-vertolker Freddy King; hij treedt op met muzikanten die nog met Presley hebben gewerkt.

*Back to the 50's & 60's/ Always Elvis, 16 en 17 aug. in de RAI in Amsterdam, 9-23u. Toegang ƒ 32,50. Inl. 020-5492323.

*Elvis Forever, 2 t/m 7 sept. in de Rijnhal in Arnhem, 12-22u. Toegang ƒ 25 (museum) en ƒ 55 t/m ƒ 75 (concerten). Inl 026-3229111.

FANCLUBS

Nederland kent diverse Elvis Presley-fanclubs, maar de oudste en volgens kenners belangrijkste is It's Elvis Time, opgericht in 1962 en nog steeds actief met een kwartaalblad en een jaarlijkse fanclubdag.

*It's Elvis Time, postbus 27015, 3003 LA Rotterdam.

WINKEL

Een bronzen Elvis Presley beheerst het beeld in de bric à brac-winkel annex postorderbedrijf Elvisly Yours in Londen, waar behalve boeken, platen en souvenirs ook andere prullaria te koop zijn, waaronder damesslipjes met teksten als Love me tender en Are you lonesome tonight? De toonzetting is positief; boeken met verhalen over drugsgebruik of veelwijverij zijn er niet te koop. “Dat zouden de fans niet op prijs stellen”, aldus eigenaar Sid Shaw.

*Elvisly Yours, 107 Shoreditch High Street, London E1, tel. 00441717294217

FILMS/DOCUMENTAIRES

Op diverse zenders worden dit weekeinde films met en documentaires over Elvis Presley vertoond:

15 aug: Clambake (1967), RTL5, 20u30-22u

Elvis, the burger and the king (documentaire over Presley's excessieve eetgedrag), TROS, Ned.2, 22u45-23u43

16 aug: Frankie and Johnny (1966), RTL5, 20u30-22u

Follow that dream (1962), RTL5, 22u05-24u

Elvis, the great performances (compilatie van archiefmateriaal), SBS6, 23u10-1u20

17 aug: Flaming star (1960), SBS6, 15u30-17u10