De roep van een reuzenkoekoek

Het regent in het Zwarte Woud, ideaal weer voor een tochtje naar de grootste koekoeksklok ter wereld. Die staat in Schonach, direct gelegen aan de Deutsche Uhrenstraßsse, vanuit Freiburg een uur gaans in een donker landschap. In dat dorp vol koekoeksklokken woont Josef Dold, telg uit een beroemd geslacht van koekoeksklokkenmakers. Teneinde de ambachtelijke Schwarzwalder koekoeksklok voor de vergetelheid te behoeden, bouwde Dold in 1979 zijn werkplaats om tot koekoeksklok.

Pas de roep van de koekoek maakt een klok tot een koekoeksklok. In 1730 was Franz Ketterer uit Schönwald de eerste die twee fluitjes aangeblazen door blaasbalgen in een eenvoudig uurwerk monteerde. Er zijn prachtig gelakte barokexemplaren bewaard gebleven, en Biedermeierkoekoeksklokken in een lijst, alles te bewonderen in het klokkenmuseum te Furtwangen. Maar zijn opmars begon de koekoeksklok pas goed toen hij de vorm van een baanwachtershuisje aannam. Versierd met eikenbladeren, jachttaferelen en ander kunstig houtsnijwerk veroverde hij in de tweede helft van de 19de eeuw de wereld, zelfs in Franse uurwerken deed de koekoek zijn intrede.

Oorspronkelijk boden de koekoeksklokken een aardige bijverdienste aan boeren die de lange winteravonden niets beters te doen hadden. Ze werden met de hand uit hout gesneden, ook de raderen van het uurwerk, en uitgevent door kooplui die hun waar op hun rug meevoerden. Later werd in de koekoeksklok steeds meer messing toegepast en deed de industriële productiewijze zijn intrede. Door zijn populariteit werd de klok ook buiten het Zwarte Woud vervaardigd, vooral in Zwitserland.

Als wij onze auto in de grazige weide achter de koekoeksklok parkeren, is een touringcar met ouden van dagen uit Dresden ons net voor. Even later staan we opeengepakt in de koekoeksklok annex werkplaats. Het is een knus vakwerkhuisje met zolder, zeven meter hoog. De klok heeft een traditioneel ontwerp en is geheel uit hout vervaardigd, schaal 50:1. Breed gebarend wijst Dold op de tandwielen voor uur- en minutenwijzer, op het aandrijfgewicht van 85 kilo bestaande uit een emmer metalen dennenappels. Omhoog uit het machtig radarwerk steken stokken die boven op zolder de 80 centimeter grote koekoek in gang zetten. Ruim twee jaar heeft Dold aan zijn reuzenklok gewerkt. Inmiddels staat hij vermeld in het Guiness Book of Records. Dat het Zwarte Woud inmiddels meerdere grootste koekoeksklokken ter wereld bezit, deert hem niet: hij was de eerste.

Het loopt tegen half zes, de hoogste tijd om ons buiten voor de wijzerplaat op stellen. De ene na de andere oude van dagen inspecteert zijn of haar horloge om te constateren dat Dolds koekoeksklok keurig op tijd loopt. Het geklessebes verstomt en terwijl de laatste seconden wegtikken houden we de schuilplaats scherp in de gaten. Dan zwaait het zolderluikje open en als een duveltje uit een doosje schiet de blauwrode koekoek naar voren, om na een schorre roep met dezelfde vaart te verdwijnen.

Er klinkt een bevrijdend gelach, daßss war super. Met de moed der wanhoop probeert Josef Dold de ouden van dagen een koekoeksklok uit zijn werkplaats te slijten. Maar zelfs het aanbod dat ze bij aanschaf van een exemplaar de toegansprijs tot die erste älteste weltgrößsste Kuckucksuhr terugontvangen, mag niet baten. We kijken elkaar aan: is één roep van de reuzenkoekoek niet wat mager, zullen we wachten tot zes uur? Dan breekt boven Schonach de hemel open en we vluchten richting auto.