Amnesty: ambtsbericht over Iran is onvolledig

ROTTERDAM, 14 AUG. Amnesty International levert forse kritiek op het laatste ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken over het politieke klimaat en de mensenrechtensituatie in Iran. Volgens Amnesty is het ambtsbericht onduidelijk en onvolledig.

Buitenlandse Zaken stuurde het ambtsbericht op 5 juni aan staatssecretaris Schmitz (Justitie). Op grond van het stuk heeft de regering, met steun van de Tweede Kamer, besloten dat uitgeprocedeerde asielzoekers uit Iran kunnen worden teruggestuurd.

Amnesty International reageerde onlangs in een brief aan Schmitz op het ambtsbericht. Volgens Amnesty beschrijft Buitenlandse Zaken de mensenrechtensituatie in Iran veel te rooskleurig. Het ministerie zou bovendien onvoldoende aangeven op welke bronnen de constateringen zijn gebaseerd. Ook zou belangrijke informatie van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) en het Amerikaanse minsterie van Buitenlandse Zaken buiten beschouwing zijn gelaten.

Het ambtsbericht meldt dat in Iran sinds maart 1996 in toenemende mate “druk” wordt uitgeoefend op “intellectuelen die door het regime worden verdacht van een gebrek aan loyaliteit aan het systeem. Deze intellectuelen zijn niet zelden slachtoffer van intimidaties, van publicatieverboden en in incidentele gevallen van arrestaties”. Amnesty in haar brief: “Buitenlandse Zaken vermeldt niet dat de laatste jaren verschillende schrijvers, onder wie ook ondertekenaars van de open brief tegen de censuur van oktober 1994, onder onopgehelderde omstandigheden dood zijn aangetroffen.”

Een woordvoerder van Amnesty: “Voor alle duidelijkheid: wij vinden niet dat alle Iraanse asielzoekers een verblijfsvergunning moeten krijgen. Maar de ambtsberichten van Buitenlandse Zaken spelen een heel belangrijke rol in asielprocedures. Ze moeten helder zijn en niet vol staan met vage, veel te positieve beweringen.”