AbvaKabo wil ook profiteren van optieplan

DEN HAAG, 14 AUG. Ambtenaren en werknemers van nutsinstellingen willen in hun CAO een financieel extraatje, als het personeel van beursgenoteerde ondernemingen massaal aandelenopties krijgt uitgereikt. Dit zegt de ambtenarenbond AbvaKabo.

De AbvaKabo vreest dat zijn leden door de optieregelingen verder achterop zullen raken bij werknemers in de marktsector. Het kabinet bespreekt morgen een wetsvoorstel van VVD-minister Zalm en PvdA-staatssecretaris Vermeend (Financiën) voor de optieregelingen van ondernemingen, dat gisteren in de publiciteit kwam. Naast een verzwaring van de belasting op personeelsopties - die nu veelal aan het management worden uitgereikt - willen Zalm en Vermeend de deelname van andere werknemers juist bevorderen. De fiscale vrijstellingen in de winstdelings- en spaarloonregelingen worden daartoe verruimd.

De AbvaKabo maakt zich er zorgen over dat deze vorm van beloning niet toegankelijk is voor mensen die werken in de 'collectieve sector'. “Er dreigt een vergroting van de 'tweedeling', waarvan de collectieve sector de dupe wordt”, zegt woordvoerder G. Veth. “Als deze vorm van beloning algemeen wordt, dan moeten we maar eens kijken of in de CAO's geen compensatie kan worden opgenomen. Ik kan mij voorstellen dat wij ons nog sterker maken voor de invoering van de dertiende maand, die bij veel instellingen nog niet wordt uitbetaald.” Na de zomer hervat de AbvaKabo de afgebroken CAO-onderhandelingen met de gemeenten.

Beursgenoteerde ondernemingen zien personeelsopties als een instrument om de betrokkenheid van hun medewerkers te vergroten. Alleen ondernemingen waarvan de aandelen verhandelbaar zijn op de beurs kunnen dergelijke aandelenopties verstrekken. Opties geven managers en werknemers het recht om tegen een vooraf vastgestelde prijs aandelen te kopen in hun eigen onderneming. In Nederland hebben de financiële instellingen Aegon, ING, Fortis en ABN Amro optieplannen voor het voltallige personeel, net zoals het voedings- en wasmiddelenconcern Unilever.

De vakbond FNV is niet zo gelukkig met deze ontwikkeling, omdat die voor werknemers financiële risico's inhoudt. “De werknemers moeten zonder meer kunnen delen in de winsten van de onderneming, maar liever niet alleen investeren in het eigen bedrijf”, zegt CAO-coördinator H. van der Kolk. De FNV wil liever een spreiding van het vergaarde vermogen over aandelen van verschillende bedrijven en obligaties.

Pagina 12: Vakcentrale wil nationaal beleggingsfonds

De vakvereniging speelt met de gedachte een fonds te laten vormen dat belegt in verschillende 'vermogenstitels'. “In plaats van een deel van de winst uit te keren in de vorm van aandelenopties, kan dat worden gestort in een fonds. Aan dat fonds kunnen ook werknemers van niet-beursgenoteerde ondernemingen en uit de collectieve sector meedoen”, oppert Van der Kolk. Het FNV heeft nu nog geen plannen om een dergelijk fonds op te nemen in het beleid voor de nieuwe CAO's, die in de eerste helft van volgend jaar afgesloten moeten worden. Van der Kolk: “Pas als er naast een goede loonstijging bij bedrijven ruimte is voor iets extra's, dan kun je denken aan zaken als verlofdagen, scholing of zo'n fonds.”

De Tweede Kamer-leden houden zich nog niet zo bezig met de mogelijk nadelige effecten van de verruiming van de spaarloonregeling. H. Hoogervorst (VVD) “moet er nog eens naar kijken”, T. Witteveen-Hevinga (PvdA) vindt het allemaal “positief” en F. Giskens (D66) ziet “democratisering” van de opties. Bij de oppositiepartijen bestaan meer reserves. Bij Groen Links verwacht een medewerkster “dat wij bezwaar zullen hebben tegen een verruiming van de spaarloonregeling”. R. Poppe (SP), die tevreden is over de “aanpak van de a-sociale verrijking door de top van het bedrijfsleven”, roept de bonden op om “goede CAO's af te sluiten in de collectieve sector”.

Kamerlid H. Hillen, van de grootste oppositiepartij CDA, zegt de zorgen van de vakbonden te delen. “Het is een verzuchting van de eeuwigheid dat de overheid, die per definitie werkt met budgetten, niet kan bieden wat bedrijven bieden aan salarissen. Anders dan in de jaren zeventig is de winstdeling in het bedrijfsleven nu flexibel, met als gevolg dat werknemers met opties financieel nadeel krijgen als hun bedrijf het op de beurs niet zo goed doet. En daar hebben ambtenaren weer geen last van”.