Woodstock

Woodstock (Michael Wadleigh, 1970, VS). RTL5, 20.30-23.50 uur.

Het was een partijtje modderworstelen voor een half miljoen Amerikanen, maar het ging de geschiedenis in als de geestverruimende mythe van een nieuw millennium, vol 'love and peace'. Michael Wadleigh's muziekfilm 'Woodstock', de registratie van het driedaagse gelijknamige Amerikaanse popfestival in augustus 1969, werd het hoogtepunt van de hippiegolf, toen die maatschappelijk gesproken allang gebroken en aan het terugrollen was. Maar de mythe 'Woodstock' overleefde, en wie de film nu bekijkt kan de gestileerde viering zien van een jeugdcultuur die sindsdien in de westerse wereld is uitgegroeid tot een vraatzuchtige miljardenindustrie.

Bijna dertig jaar later vallen ook een paar andere zaken op aan de film, afgezien van de soms opwindende maar even vaak slaapverwekkende gitaarmuziek, zoals die van de sardonische antipatriot Jimi Hendrix ('The Star Spangled Banner'), de melige hippiedruïdes Crosby, Stills, Nash and Young ('Suite Judy Blue Eyes'), of de onvermoeibare snarenbeul Alvin Lee, die maar niet naar huis wilde gaan, al zong hij het nog zo vaak ('Goin' Home').

Wat nu opvalt is vooral hoe lelieblank de 'Woodstock nation' was - althans, voordat het modderworstelen begon na de zware regenval op het festivalterrein - en hoe nerveus geëxalteerd.

Al die kinderlijk blije hippiegezichten, al die hupsende naakte mannenlijven, al dat geschreeuw om de regen te laten ophouden - het doet huiveringwekkend veel denken aan een Zuid-Afrikaanse broederschapsviering, of een lentefeest voor New Age-adepten. We zijn hier onder elkaar, is de boodschap, en we zijn aan de winnende hand.

Sommige aanwezige muzikanten waren aanmerkelijk nuchterder: “Het leken me gewoon erg veel mensen”, zei Neil Young, die de filmploeg verbood zijn bijdrage aan het festival vast te leggen.

Grote afwezige is ten slotte Bob Dylan, de jaren zestig-afgod die niets moest hebben van de hippiedroom en uit voorzorg een reis naar Engeland had geboekt om vooral uit de buurt te blijven. Maar Bob Dylan is nu dan ook geen miljardenindustrie meer.