Vervolging Desi B. dient geen redelijk belang

Strafvervolging van Bouterse vindt brede instemming: het recht moet eindelijk zegevieren. Daar lijkt veel voor te zeggen. Bouterse wordt verdacht van groothandel in verdovende middelen buiten en binnen Nederland en boeven moeten worden gestraft.

Nederland kan geen normale politieke verhoudingen hebben met een land waarin de lakens door een crimineel worden uitgedeeld. Ook internationaal hoort recht voor politiek te gaan. Pas als Suriname niet langer door de misdaad wordt geregeerd, kan met zinvolle samenwerking een nieuw begin worden gemaakt.

Van Surinaamse zijde klinken voorzichtig verontwaardigde geluiden. Tot nu toe gaan die niet veel verder dan de gebruikelijke bezweringen van Nederlandse inmenging en bemoeizucht. Ook heeft het er niet de schijn van dat Suriname er zelfstandig in slaagt om criminaliteit in de top van het land de kop in te drukken. Dan moet het (voormalig) moederland er maar voor zorgen dat recht voor politiek opportunisme gaat?

Maar dit ritueel enthousiasme voor 'de beginselen van de rechtsstaat' heeft zelf iets opportunistisch. Het wettelijk vastgelegde opportuniteitsbeginsel wordt gemakshalve vergeten: de overheid is - uitzonderingen daargelaten - niet verplicht om strafrechtelijke vervolging in te stellen. Vervolging die nergens toe dient, kan achterwege blijven. Ook dat is een deel van de rechtsstaat. Vervolging of niet is mede een kwestie van afweging in termen van algemeen belang, van criminele politiek.

Wat valt er in het geval van Bouterse af te wegen? Om te beginnen is het niet erg waarschijnlijk dat hij ooit achter Nederlandse tralies terechtkomt. Achter de schermen van Suriname is Bouterse de baas en ter plaatse durft niemand tegen hem op te staan. Hij zal heus niet zo gek zijn naar een Nederland gewillig buitenland af te reizen. Dan is vervolging weinig opportuun en lijkt het om niet meer dan een politiek gebaar te gaan. Dat is nu juist niet de bedoeling, want het recht moest boven de politiek zegevieren.

Vervolgens (als het al ooit zo ver komt): welke strafrechtelijke doelen worden met een veroordeling van Bouterse gediend? Preventie van drugshandel? Dat is zo langzamerhand wat naïef. Wie gelooft nog in de strafrechtelijke strijd tegen verdovende middelen? Wat anders dan de gevangenis van de internationale politiek dwingt Nederland om er aan mee te blijven doen? De strafrechtelijke strijd tegen verdovende middelen is het failliet van de criminele politiek. Maar als het om Bouterse gaat, wordt dat (weer) vergeten.

Bovendien: als de strijd tegen verdovende middelen toch belangrijk wordt gevonden, waarom dan niet in Nederland begonnen? Volgens de IRT-enquête was (is?) de Nederlandse overheid een heel grote drugshandelaar. Waarom worden onze officiële drugsbaronnen niet vervolgd en Bouterse wel? Als daarop het antwoord komt dat de Nederlandse overheidshandel goed is om echte boeven te vangen en daarom niet strafbaar is, dan valt het blijkbaar wel mee met de ernst van de drugshandel. Stel je voor dat de overheid moorden gaat plegen om moordenaars tevangen. Zover zijn we nog niet.

Bouterse heeft wel moorden gepleegd en ook afgezien van de gebeurtenissen van december 1982 zal hij meer dan drugshandel op zijn geweten hebben. Maar die decembermoorden en andere criminaliteit kunnen niet de gronden zijn van strafrechtelijke vervolging door Nederland. Dat kan alleen in Suriname gebeuren, als het ooit zover komt. Vervolging door Nederland op dergelijke stilzwijgende gronden is precies het soort instrumentalistische strafrechtspleging dat niet past in de nu tegen Bouterse aangeroepen rechtsstaat. Het is immers een beginsel van strafrecht dat alleen wordt vervolgd en gestraft op grond van duidelijke en vooraf strafbaar gestelde feiten.

Het heeft er de schijn van dat strafrechtspleging hier verwordt tot een vorm van buitenlandse politiek met andere middelen: drugsbaronie Nederland tegen bananenrepubliek Suriname. En dat was nu juist niet de bedoeling in de beoogde zegetocht van het recht boven de politiek. Zo zetten wij niet Bouterse, maar Suriname gevangen. In naam van de rechtsstaat wordt aan Suriname een eis tot uitlevering gesteld waaraan het onmogelijk kan voldoen. Dat leidt er alleen toe dat in naam van diezelfde rechtsstaat het volk van Suriname verstoken blijft van broodnodige hulp uit Nederland. Wat wel moet gebeuren is zo langzamerhand een moeilijke vraag. Hier kan onze (criminele) politiek wel wat geestverruiming gebruiken.