Uiteindelijk verdwijnt alles in de bak

Zomerweer betekent strandpret, maar ook strandvuil. Terwijl de badgasten op één oor liggen, trekt een ploeg gemotoriseerde schoonmakers over het Scheveningse strand. Vijftien ton vuil per nacht is geen uitzondering.

SCHEVENINGEN, 13 AUG. Als de zon is ondergegaan, zijn de meeste badgasten in Scheveningen naar huis of terras vertrokken. Een enkeling neemt nog een duik in zee, groepjes jongeren en verliefde stelletjes zitten verspreid over het donkere strand. Wat daarnaast achterblijft in het zand is een enorme berg afval, geproduceerd door de tienduizenden badgasten die dag.

Dan verschijnen om elf uur 's avonds de beach cleaners: zes tractoren die het vuil van het strand verwijderen. Want om acht uur 's ochtends verwachten de eerste badgasten weer een brandschoon strand.

Iedere warme zomerdag blijft er ongeveer vijftien ton afval liggen op het Scheveningse strand. Dat is veel, vooral omdat de meeste rotzooi bestaat uit blikjes en frietzakjes van weinig gewicht. “Veel mensen zijn nog te beroerd om vijftig meter te lopen naar de afvalbak”, zegt Cor Teeuwisse, beheerder van het strand en de boulevard. Voordat de beach cleaners op pad gaan, rijdt hij met zijn auto over het strand om de situatie op te nemen. Teeuwisse wijst op zo'n twintig lege limonade- en bierblikjes die in het zand liggen. De dichtstbijzijnde prullenbak staat op een paar meter afstand. “Pure gemakzucht. Men weet dat het strand toch wel wordt schoongemaakt.”

Het publiek en de mentaliteit van de mensen zijn veranderd, meent Teeuwisse. In de ruim vijfentwintig jaar dat hij in de badplaats woonde, zag hij Scheveningen langzaam veranderen. Nu herkent hij de badplaats bijna niet terug uit de tijd toen hij jong was. En daar wordt hij wel eens nostalgisch van: Vroeger, zegt hij, had Scheveningen allure en status. Het Kurhaus domineerde de omgeving, gelegen aan een statig plein met een wijds uitzicht over zee. “Het was meer voor de elite.” Nu is die omgeving volgebouwd met flats, winkels en strandtenten. Er komen mensen uit alle bevolkingsgroepen op het strand. “Natuurlijk is dat op zich veel beter. Maar nu hangt bijvoorbeeld bij de pier iedere dag een groep jongeren rond. Ze gooien van alles naar beneden. Zomaar, voor de lol. Dat zag ik vroeger niet.”

Werk aan de winkel daarom voor de beach cleaner: de tractor die een ijzeren vangnet enkele centimeters diep door het zand trekt. Het zand en de schelpen verdwijnen door de gaten in het net, het afval wordt opgevangen in een bak er achter. Die wordt weer geleegd in een vrachtwagen, die het vuil naar een afvalverwijderingsdepot brengt. De zes chauffeurs van de tractoren rijden van 's avonds elf uur tot 's ochtends acht uur heen en weer op het strand. Daarnaast is er een ploeg in een vrachtwagen die de prullenbakken leegt. In totaal werken er 's nachts vijftien tot 25 mensen, afhankelijk van de drukte van die dag.

Badgasten laten de meest uiteenlopende dingen achter op het strand, van gebruikte luiers en maandverband tot verbrande strandstoelen, gestolen bij een strandtent om een kampvuur brandende te houden. Blikjes en frietzakjes zijn in de absolute meerderheid. “Typisch zomerafval,” zegt Teeuwisse. “In de winter vinden we bijna alleen hout en netten van schepen.” In een kring van meter rondom vrijwel elke prullenbak die hij passeert tijdens de inspectie ligt het afval opgestapeld.

De beheerder trapt plotseling hard op de rem. Twee meter voor de auto liggen een jongen en meisje in een kuil. Teeuwisse vloekt. “Het is een wonder dat er nog niemand is overreden. Vorige week reed ik nog bijna iemand dood, ik kon die jongen nog net ontwijken. Anders was het echt voorbij geweest, niemand overleeft het als zo'n tractor over je heen rijdt.” Het stelletje zoent onverstoorbaar door.

De nachtelijke strandgangers zijn een groot probleem voor de schoonmakers. Sommigen blijven slapen, anderen gaan in het holst van de nacht pas naar huis. Hoewel slapen op het strand verboden is, wordt er niet gecontroleerd door de politie. Omdat het strand vol kuilen en hobbels zit, is niet altijd goed te zien wat er op de grond ligt.

De schoonmaakacties worden uitgevoerd door de Ridderkerkse firma Van Kessel. De voorman van de ploeg, Pim Bobelijk, heeft een brief naar de gemeente Den Haag gestuurd waarin hij schrijft niet verantwoordelijk te kunnen zijn voor de veiligheid van overnachters. “Het is mijn grootste angst dat een van de chauffeurs iemand over het hoofd ziet”, zegt hij. “De politie zou moeten controleren op het strand. Er slapen steeds meer mensen op het strand en badgasten blijven langer. Het enige wat ik nu kan doen is rondrijden om mensen te waarschuwen.”

Ook Bobelijk treft vreemde zaken aan op het strand. Hij zegt zo nu en dan zelfs slapende kinderen te vinden. “Absurd. Het zijn kinderen van twaalf, dertien jaar. Hoe komen die hier terecht?” Bobelijk roept in deze gevallen de hulp van de politie in. Daarnaast laten mensen soms hun barbecue op het strand staan. Die wordt dan samen met het afval vernietigd. Bobelijk: “Tenzij een van de jongens zo'n ding wil hebben. Maar na deze dagen is iedereen al voorzien.”

In de Noordzee, vlak bij de Pier, zwemmen om twaalf uur 's nachts nog twee mensen. Hun kleren liggen keurig opgevouwen op het strand. Maar wanneer zij niet terug zijn voordat de beach cleaners op dit stuk arriveren, zal hun kleding waarschijnlijk zijn verdwenen. Bobelijk: “Het is donker, de lichten van de tractor staan vrij hoog. Bovendien moeten de chauffeurs voortdurend achterom kijken om te controleren of het net nog wel op de goede hoogte in het zand hangt. Zij zien niet wat er in de bak verdwijnt.” De voorman heeft geen idee hoeveel mensen al blootsvoets of ontkleed naar huis moesten gaan. “Het is ongetwijfeld voorgekomen.”

Johan Flikweert is een van de tractorchauffeurs. De hele nacht zit hij schuddend in zijn voertuig, terwijl hij verschillende malen een traject van ruim een kilometer over het strand aflegt. Al zeven weken wordt het strand iedere nacht opgeruimd, Flikweert heeft in die periode nog weinig gezien van de zon of de zee bij daglicht. “Sommige jongens springen na het werk even de zee in. Maar ik ben niet zo dol op het water.”

In het ijzeren vangnet van zijn tractor heeft Flikweert magneten bevestigd, in de hoop wat extra's te kunnen verdienen met aanklevende munten en andere waardevolle zaken. Het resultaat is teleurstellend. Af en toe blijft er een gulden kleven en daar houdt het mee op. “Eigenlijk hoopte ik camera's en portemonnees te vinden. Maar alles verdwijnt in de bak.”