Rubens' volle kleuren fristen tapijtkunst op

Tentoonstelling: Rubenstextiel, in het Hessenhuis, Falconrui 53, Antwerpen. T/m 5 oktober, open di t/m zo 10-17u. Catalogus 650 Bfr.

Een kunstenaar moet de beperkingen van een artistieke vorm eens vergeten, wil hij er een nieuwe wind in brengen. Dat is wat Rubens deed, toen hij wandtapijten begon te ontwerpen. Voordien hadden ontwerpers daarvan zich aan de eisen van het medium gehouden. Het kleurengamma beperkten ze tot de tinten waarmee je toen textiel kon verven; overdadige schilderkunstigheid was uit den boze. En de personages waren doorgaans klein, in een groep afgebeeld en omgeven door een minutieus uitgewerkte, decoratieve natuur.

Maar de ontwerper Rubens liet zich niet intomen, Hij schilderde monumentale figurengroepen met zwier en in volle kleurenpracht. De tapijtwevers moesten op zoek naar nieuwe pigmenten, wilden ze het genie recht doen. Een glorieuze opfrissing van de tapijtkunst was het gevolg. Vandaag echter, toont de onversaagdheid van de schilder haar schaduwzijde. De nieuwe pigmenten bleken minder kleurvast. Het verbluffende effect van die dagen is verbleekt.

Over de impact van Rubens op het kunstige textiel van de zeventiende eeuw, loopt nu de tentoonstelling 'Rubenstextiel'. De expositie werd georganiseerd naar aanleiding van het vijftigjarige bestaan van het Antwerpse Rubenshuis als museum, en gaat door in het Hessenhuis, ook in Antwerpen. Er zijn niet alleen wandtapijten te zien. Medaillons op tafelkleden, kazuifels of antependia (de voorhangsels voor een altaar) konden eveneens op composities van Rubens teruggaan. Zelfs de schematische voorstellingen op de Sint-Ignatiusdoeken, kun je langs omwegen met Rubens in verband brengen.

Het meest imposant zijn de wandtapijten. Voorzover bekend kreeg Rubens vier opdrachten voor dat medium, maar daarmee hield zijn succes niet op. De patronen belandden voor en na zijn dood nog herhaalde malen op het getouw, en zelfs composities die hij nooit voor wandtapijten bedoeld had, vonden gretig aftrek bij de wevers.

De laatste twee tapijten op de tentoonstelling dateren van rond 1700. Een ervan, een Boodschap aan Maria, hangt naast het schilderij van Rubens dat er model voor stond. De geconcentreerde compositie van het schilderij heeft op het wandtapijt plaatsgemaakt voor een wijds decorstuk, met suikerkleuren en links een landschapje. De Rubensiaanse dramatiek is ver weg.

Rubens verfriste niet enkel het koloriet, heel de conceptie van het wandtapijt gaf hij een resolute draai richting barok. Dat gebeurde meteen in de eerste serie uit 1617, die de geschiedenis van Decius Mus verhaalt. Decius Mus was een Romeinse consul die zijn leven aan de onderwereld offerde om Rome in de strijd tegen de Latijnen de overwinning te schenken. De scène waarin de consul van zijn bijlbundeldragers afscheid neemt, is een staaltje van barokke gebaldheid: links trekken de dragers zich terug, rechts en deels centraal staat de consul in vol ornaat, net voor hij zijn schimmel bestijgt om zich op het slagveld te begeven. Zijn opgeheven rechterhand is het knooppunt: droeve berusting en vastberaden heldenmoed komen er samen.

In de derde reeks (de Triomf van de Eucharistie) ontwikkelde Rubens een specifiek barokke retorica van het wandtapijt. Op twee exemplaren op de tentoonstelling staan de figuren (de verdedigers van de eucharistie en de vier evangelisten) afgebeeld op een fictief tapijt op het echte tapijt. Twee engeltjes laten de stoffen lap vanuit de bovenhoeken naar beneden vallen, met de nodige nonchalance, waarbij het bovenaan verfrommelde textiel slordig over de onderste boord valt en rechts om een zuil floddert.

Tapijten uitgehangen in tapijten, een even simpel als spitsvondig voorbeeld van barokke spielerei met de voorstelling. Daarbij komt dat de tapijten deel moesten uitmaken van een illusionistisch spektakel waarbij ze, uitgehangen in twee verdiepingen, de binnenwand van een kloosterkerk zouden vullen. Om ze tot een theatrale eenheid te verbinden, verving Rubens de conventionele tapijtboord door een architecturale setting, met aan weerszijden twee zuilen, bovenaan verbonden door een hoofdgestel of kroonlijst, onderaan door een architectonische boord.

Zo ontstond een enorme denkbeeldige galerij, met tussen alle zuilen engeltjes die tapijten ontrollen. Later verdwenen de tapijten jammer genoeg uit de kerk, al bleven ze in bezit van het Madrileense klooster waaraan ze geschonken werden - door aartshertogin Isabella, dochter van Filips II van Spanje en landvoogdes van de Spaanse Nederlanden.

Tapijten weven naar een schilderij van Rubens, het lijkt een op voorhand verloren strijd. De tapijten van de laatste opdracht-reeks (de Geschiedenis van Achilles) kunnen onmogelijk concurreren met de sensuele kleurengloed en de lenige, verbindende kracht van het penseel in twee onnavolgbare olieverfschetsen uit het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen.

En dat zijn nog maar 'bozzetto's', de allereerste, kleine schetsen voor een wandtapijt. Elders toont de reproductie van een 'modello' - de tweede, gedetailleerde schildering op ware grootte, en in spiegelbeeld - dat Rubens schilderde alsof alles ophield bij dat schilderij.

Indrukwekkende decorstukken zijn deze tapijten wel, vooral als de kleur beter bewaard bleef, zoals in een tapijt van Daniel II Eggermans naar een Rubensiaanse everzwijnenjacht. Overigens weet dat stuk weet wel degelijk decoratieve verfijning met schilderkunstige zwier te combineren. Eggermans moet een buitengewoon wever geweest zijn.