Oud-strijder zou berouw passen

In oorlogssituaties vinden vaak afschuwelijke, soms zelfs misdadige activiteiten plaats. Doorgaans zijn wij geneigd anderen daartoe wél in staat te achten maar onszelf niet. Bekentenissen als die van de oud-militair Schüssler in NRC Handelsblad van 4 augustus zijn dan ook buitengewoon zinvol. Zij maken ons duidelijk dat ook wij, nette mensen als wij zijn, zulke daden kunnen plegen, en niet alleen nazi's, Serviërs en Noord-Ieren.

Dit geeft ons als individuen en als volk de mogelijkheid om van te voren besluiten te nemen die moeten voorkomen dat wij onszelf in dergelijke situaties manoeuvreren. Als docent bedrijfsleer aan een technische universiteit bereid ik aankomende ingenieurs voor op een verantwoorde beroepsuitoefening, die vaak in de sfeer van het management ligt. Daarbij hoort naar mijn idee het bijbrengen van het besef dat een zogeheten 'objectbenadering' van mensen - in eerste instantie in de context van een bedijf maar ook in meer algemene zin - vaak niet functioneel is en veel schade kan berokkenen.

Wie een objectbenadering heeft, is immers niet goed meer in staat zich met de belangen van anderen te identificeren. Hij valt zo als manager vroeg of laat door de mand. Door zo'n objectbenadering worden intermenselijke verhoudingen geschaad, bereiken taakgroepen hun doelstellingen niet, worden mensen beschadigd voor wie men als leidinggevende (mede)verantwoordelijkheid draagt en raakt men als ondernemer het contact met zijn klanten kwijt. Effectief en verantwoord management is daarentegen gebaseerd op respect en belangstelling voor mensen en hun innerlijke situatie, niet alleen bij medewerkers, medestanders en klanten maar ook bij concurrenten en potentiële tegenstanders.

Het interview met de oud-militair Schüssler laat zien waartoe een objectbenadering in extremo kan leiden. Het afstotende in dit interview zit niet slechts in op het gedrag dat hij heeft vertoond als zodanig, maar ook in de onverschilligheid die Schüssler nu jegens zijn slachtoffers toont, zijn volstrekte afwezigheid van respect voor een mensenleven én in het feit dat de pleger ervan nog steeds trots is op zijn 'prestaties'.

Verwacht had mogen worden dat Schüssler, als reactie op de gebeurtenissen waarin hijzelf zo'n actieve rol had moeten spelen, nadien te lijden zou hebben gehad van een psychisch trauma. Maar niets in het interview wijst daar op. Nee, Schüssler poseert op de foto zelfs voor een kast met zijn onderscheidingen.

Is bij deze oud-militair sprake van een gestoorde of wellicht zelfs nooit goed tot ontwikkeling gekomen gewetensfunctie? Het verbijsterende is in dat geval dat dit destijds, na zijn terugkeer in Nederland, kennelijk nooit heeft geleid tot een ontslag uit de krijgsdienst. In de opleiding van aankomend politiefunctionarissen en in hun verdere carrière wordt tegenwoordig altijd aandacht besteed aan deze gewetensfunctie en de evenwichtige hantering daarvan. Voor met wapens uitgeruste ordehandhavers die bovendien een voorbeeldfunctie vervullen is dat cruciaal. Ook in de krijgsdienst had daar ruime aandacht voor verwacht mogen worden.

Bij Schüssler heeft zijn gebrek echter noch tot ontslag noch tot gedwongen psychiatrische behandeling geleid. Nee, hij heeft ongestoord een militaire carrière kunnen opbouwen en ging in 1980 met pensioen.

Dit roept vragen op naar de opleiding, bijscholing en verdere begeleiding van onze beroepsmilitairen. Is daaraan sinds 1980 iets wezenlijk veranderd of bestaat er nog steeds de kans dat Nederlandse beroepsmilitairen met een onderontwikkelde gewetensfunctie worden ingezet voor vredesoperaties?

Bij zijn pensionering ontving Schüssler van de koningin een telegram met de volgende passage: “U kunt er van verzekerd zijn dat uw voorbeeld een bron van inspiratie zal zijn voor komende generaties.” Ik vertrouw erop dat de adviseurs van Hare Majesteit in 1980 niet de beschikking hadden over de informatie die de lezers van deze krant nu hebben. Voor een verantwoorde ontwikkeling van onze samenleving en van het bedrijfsleven in het bijzonder zijn andere bronnen van inspiratie nodig dan luitenant-kolonel b.d. B. Schüssler.