Meryl Streep

In een serie over gezichtsbepalende filmsterren deze week Meryl Streep, de kameleontische, klassieke actrice uit de jaren tachtig met de aristocratische neus die nu te zien is in Marvin's Room.

Sexy zou ik haar niet noemen - eerder klassiek mooi, zoals een Grieks godinnenbeeld of een madonna van Rafael. Meryl Streep heeft het in Hollywood dan ook nooit van haar groenbruine ogen, haar aristocratische neus en haar hoge jukbeenderen hoeven hebben. In de rollen die ze speelde, was het vooral haar acteertalent dat overrompelde, haar vermogen om bij ieder nieuw personage het vorige te doen vergeten; zelfs al was dat de droefogige soldatenvrouw uit The Deer Hunter (Michael Cimino, 1978), het Shoahslachtoffer uit Sophie's Choice (Alan J. Pakula, 1982), of de actrice met een moedercomplex uit Postcards from the Edge (Mike Nichols, 1990). Geen wonder dat ze elf maal voor een Oscar genomineerd werd, slechts één keer minder dan de (voorlopige) recordhoudster Katharine Hepburn.

In de jaren tachtig was Meryl Streep (Summit, New Jersey, 22 juni 1949) de meest vooraanstaande actrice van Hollywood. Haar twee Oscars - voor de rol van Sophie, en voor die van de emanciperende moeder in Kramer vs Kramer (Robert Benton, 1979) - gaven haar alle vrijheid in het uitkiezen van scenario's en regisseurs (Mike Nichols, Fred Schepisi) met wie ze wilde werken; het verhaal ging dat haar vrouwelijke collega's in Hollywood alleen de rollen onder ogen kregen die zij geweigerd had. Maar op Out of Africa (Sydney Pollack, 1985) na koos Streep niet voor makkelijke projecten met veel glamour: ze was een armoedige kernenergie-activiste in Silkwood, een verveelde Engelse ex-verzetsstrijdster in Plenty, een drinkende zwerfster in Ironweed en een Australische outcast in A Cry in the Dark. De perfectie en subtiliteit waarmee ze de meest uiteenlopende accenten (van Pools tot Deens tot Oxbridge) stem gaf, werd haar handelsmerk.

Bij het grote publiek werd Meryl Streep steeds minder populair. Niet alleen omdat ze bijna altijd in serieuze films speelde ('She's the movie star as medicine,' schreef een Amerikaans filmblad ooit: 'good for you, but not much fun'), maar ook omdat ze weigerde om de ster uit te hangen. Ze haatte interviews en hield afstand van het leven in Hollywood door te forensen vanuit Connecticut, waar ze woonde met haar man en drie kinderen. Haar favoriete motto leerde ze naar eigen zeggen van haar grootmoeder: 'Fools' names and fools' faces/ Always appear in public places.'

Aan het begin van de jaren negentig leek het alsof de klassieke actrice Meryl Streep voor de film verloren was. In een poging haar tanende populariteit terug te winnen speelde ze in een aantal komedies (She-Devil, Death Becomes Her) en in de bespottelijke Isabel Allende-verfilming House of the Spirits. Maar twee jaar geleden was ze er weer, als de schuchtere, gracieuze Francesca (compleet met Italiaans accent) in The Bridges of Madison County. Het succes van die film van Clint Eastwood leverde haar een elfde Oscarnominatie op, en ook de felbegeerde bewondering van het grote publiek. “Movies are a young person's playground”, zei Streep een paar jaar geleden. Het ziet er naar uit dat ze nog vaak haar eigen ongelijk zal bewijzen.