De wraak op het oude India

De memoires van een hindu prinses: 50 jaar India. Ned.1, 22.37-23.33u.

Het ligt misschien niet erg voor de hand om het vijftigjarige bestaan van de Indiase republiek te herdenken met een portret van een Indiase monarche, maar in het geval van Gayatri Devi weet de documentairemaker Françoise Levie er aardig mee weg te komen. Nog altijd woont ze in een imposante bungalow met schitterende wenteltrappen en antieke meubelen, haar gazon wordt geknipt door gehurkte tuinlieden en naast de Rolls staat een trotse chauffeur in uniform.

Maar wat een achteruitgang is dat in vergelijking met waar ze mee opgroeide. In het paleis van Cooch Behar werkten honderden bedienden, er waren stallen voor renpaarden en olifanten, haar broers kleedden zich als dandy's, speelden biljart en luisterden naar jazz, haar moeder liet zich schilderen door Franse kunstenaars terwijl Gayatri Devi even op een olifant vertrok om een tijger neer te knallen: “U ziet”, zegt ze tegen de interviewer, “ik had een doodgewone jeugd.”

In 1940 werd Gayatri Devi de derde vrouw van de machtige maharadja van Jaipur, die er een eigen leger op na hield waar de Britse overheersers regelmatig een beroep op konden doen. De kleine boeren van Jaipur moesten een deel van hun oogst aan hem afstaan en de vrouwelijke familieleden in zijn paleis, zo'n duizend in totaal, leefden strikt gescheiden van de mannen. Ze mochten zich niet in het openbaar vertonen en genoten geen enkele vorm van onderwijs. Daar wilde de jonge Gayatri verandering in brengen en ze kreeg toestemming van haar man om een school te beginnen voor adellijke meisjes.

Maar dan komt onherroepelijk de onafhankelijkheid eraan en op het middernachtelijke uur van 14 op 15 augustus 1947 verliezen de 565 maharadja's van het ene op het andere moment hun koninkrijken. Van premier Nehru mochten ze aanvankelijk hun paleizen en titels behouden, ze kregen zelfs speciale bestuursfuncties en toelagen. Maar zijn Congres Partij bleef de feodale vorsten zien als collaborateurs en toen Indira Gandhi, de dochter van Nehru, aan de macht kwam maakte ze in één klap een eind aan alle privileges.

Het zou interessant zijn te weten of de vorsten de onafhankelijkheid hadden ingeschat als het eind van hun tijdperk en of ze er daarom afkerig tegenover stonden. Françoise Levie schijnt het aan Gayatri Devi te hebben gevraagd, maar het enige wat ze zei was dat de onafhankelijkheid onafwendbaar was en dat in het Indiase denken geen eindes voorkomen omdat het leven gewoon doorgaat. En dan met een koninklijk air: “Genoeg gesproken over dit onderwerp”.

Gayatri Devi is nog altijd een prinses, zoveel wordt wel duidelijk, en nergens in de film valt ze uit haar rol. Behalve aan het begin, als ze het paleis in Cooch Behar bezoekt. Het verval is troosteloos, het Italiaanse behang hangt aan flarden, in de muren zitten gaten en de archieven slingeren op de grond. Ze kijkt om zich heen, de camera volgt haar blik, en ze merkt op dat het allemaal nog in 'redelijke' staat verkeert. Dan zien we haar ogen, als ze besluit met: “Well, anyhow...”

In India bestaat geen monumentenzorg en de verklaring van historici is geweest dat hindoes geen lineair tijdsbesef hebben. Als het leven cyclisch is en alles eens terugkeert, waarom zou men dan het verleden bewaren? Maar de schade die aan het ouderlijke huis van Gayatri Devi is toegebracht suggereert een heel andere uitleg: wraak. Het nieuwe India nam wraak op het oude, zoals verderop in de film blijkt als we belastinginspecteurs meedogenloos zien hakken in de muren van de oude paleizen, op zoek naar niet opgegeven schatten. Ze worden niet gevonden. Maar de wraak is genomen.