Cage en Travolta op dreef als elkaar

Face/Off. Regie: John Woo. Met: John Travolta, Nicholas Cage, Joan Allen, Gina Gershon, Nick Cassavetes. In: 66 theaters.

Een jongetje luistert naar 'Somewhere over the Rainbow' terwijl zijn vader door een glazen ruit springt, zijn moeder een machinegeweer leegschiet en een stuk of dertig agenten het loodje leggen. Het joch luistert naar de regenboog via een koptelefoon, maar wij horen het ook, keihard tussen de kogels, en zo'n detail kenmerkt de regie van John Woo, de Hongkongse meester die van actiefilms musicals wil maken. Geweld moet bij hem op de eerste plaats mooi zijn, en mooi is het wel, zo'n man die door een ruit valt, zo'n vliegtuig dat een hangar binnenrijdt, zo'n speedboot die op de rotsen ontploft, nu eens donker en verwarrend, dan weer licht en koel in beeld gebracht. Maar voor een verhalende film is mooi niet genoeg, het geweld moet ook spannend zijn, of grappig. In Face/Off is het sentimenteel, met dank aan kerken en kinderen, draaimolens en duiven.

Het idee voor Face/Off, Woo's derde Hollywoodfilm, is nog nooit vertoond. Wat gebeurt er als je het gezicht van een ander kunt lenen? Woo weet het absurde uitgangspunt snel uit te tillen boven de vraag of dat wel kan en zijn film is vervolgens een vluchtige verkenning van het verschil tussen good en bad guys, die dit keer allebei gespeeld kunnen worden door John Travolta en Nicholas Cage. FBI agent Sean Archer (Travolta) heeft eindelijk huur-terrorist Castor Troy (Cage) in een coma weten te schieten. Maar vlak daarvoor heeft Troy nog wel laten weten dat er binnenkort een chemische bom in L.A. zal afgaan. Om te weten te komen waar, moet Archer Castors broertje, opgesloten in een griezelige gevangenis, aan de praat krijgen. Maar de gewone methoden hebben geen effect op hem. Dan snijdt een speciale chirurgische eenheid Castors gezicht los en plakt het op dat van Garner, die vanaf nu door Cage gespeeld wordt. Maar Garner zit nog niet in het gevang of Castor ontwaakt uit zijn sluimer en dwingt de chirurg hem het op sterk water bewaarde gezicht van Garner te geven. De terrorist is nu een FBIagent, die nog steeds door Travolta gespeeld wordt. Maar dan ontsnapt de echte agent uit de gevangenis, en kunnen ze elkaar weer te lijf, met pistolen, vuisten, messen en harpoenen.

Cage en Travolta zijn allebei op dreef in hun dubbelrol, al kreeg Travolta wel de leukste opdracht; het is nu eenmaal grappiger om een boef op de dochter van een agent te zien geilen dan een agent te zien houden van het zoontje van een boef. Cage moet schrikken van een snuifje coke, Travolta mag een buitenwijk binnenrijden en 'I'm in hell' zeggen.

Maar net als boef Robert DeNiro en agent Al Pacino in Heat twee jaar geleden al zoveel gemeen bleken te hebben, verschillen Travolta en Cage in Face/Off niet alleen van elkaar. Ze hebben bijvoorbeeld allebei een zoontje, zo'n jongetje met steil haar dat een beetje voor zijn ogen hangt. Hollywood houdt van die coupe, misschien omdat de jongetjes hun hoofdjes nog meer achterover moeten houden als ze willen opkijken tegen hun macho pappies. Tegen zoveel mannenkitsch kan geen ontploffende speedboot op.