Buitenland dicteert aanpak opties

DEN HAAG/ROTTERDAM, 13 AUG. Krijgt het poldermodel nu ook politiek correcte Anglosaksische trekjes? In Engeland heeft een politiek gestimuleerde golf van privatiseringen van staatsbedrijven in de jaren tachtig een natie van particuliere aandeelhouders gecreëerd.

En daarna zorgden aanvallen in de media op de plotseling hoge salarissen van de topmanagers in de geprivatiseerde nutsbedrijven - de fat cats - voor aanpassing van de lucratieve optieregelingen op aandelen in “hun” eigen bedrijf.

Het Nederlandse links-liberale kabinet gaat nu op z'n Hollands dezelfde weg op: een verruiming van werknemersparticipatie door een verschuiving binnen de de fiscale spaarloonregeling van sparen naar beleggen en een verzwaring van de fiscale last op opties die binnen drie jaar worden uitgeoefend.

De fenomenale stijging van de beurskoersen dit jaar heeft de verborgen rijkdom van de optieregelingen op de politieke aganda gezet. De weelde bleef en blijft echter grotendeels verborgen, doordat Nederlandse bedrijven nu nog geen duidelijke verplichting hebben om hun aandeelhouders en werknemers in hun jaarverslag daarover te informeren. Op basis van de cijfers over de opties die begin dit jaar waren verleend kan de waarde van de regelingen nu op ongeveer 4 miljard gulden worden becijferd. Dit bedrag komt - fiscaal niet belast - grotendeels ten goede aan een beperkte groep van zo'n 1.000 à 1.500 managers.

Zoveel rijkdom voor enkelen tegenover 15 jaar loonmatiging voor velen moet minister-president Kok (PvdA) in het verkeerde keelgat zijn geschoten. Voor zijn collega's in het kabinet kwam het als een donderslag bij heldere hemel. Kok gebruikte medio april zijn wekelijkse tv-gesprek om het idee te lanceren van een vermogensaanwasbelasting om de “exhibitionistische stijgingen van salarissen” van managers af te romen. “Ik zou het verstandig vinden het een beetje rustig aan te doen.”

Het aanpakken van hoge inkomens is een pakkend verkiezingsthema voor een partij met een links imago. VVD-minister G. Zalm (VVD) van Financiën was 'not amused' dat Kok met het oog op de Tweede-Kamerverkiezingen volgend jaar voor een belasting pleitte waarbij de optieregeling voor managers zwaarder wordt belast.

Samen met zijn staatssecretaris W. Vermeend (PvdA) werkte hij aan een concept voor het belastingsysteem van de volgende eeuw. Kok maaide het gras voor zijn voeten weg. Zalms irritatie werd ook gevoed omdat op Financiën het gerucht ging dat Kok was gesouffleerd door Vermeend. De staatssecretaris ontkent dit zelf overigens ten stelligste. Maar premier Kok had zijn punt gemaakt en Zalm en Vermeend mochten het idee verder uitwerken.

Morgen bespreken de zes meeste betrokken ministers een wetsvoorstel van Financiën waarvan de twee hoofdpunten (verruiming van aandelenbezit door werknemers en belasting van opties die binnen drie jaar worden uitgeoefend) inmiddels zijn uitgelekt.

De snel stijgende beloning van managers is geen typisch Hollands fenomeen. Het weerspiegelt de door de premier zelf fel bepleite internationalisering van de economie, waarbij langzaam maar zeker een internationale markt voor topmanagers ontstaat en het Nederlandse belastingstelsel ook steeds nadrukkelijker wordt beïnvloed door het buitenland. Buiten Nederland is men verder met deze vorm van belasting van vermogenswinstbelasting: de premier kan in zijn pleidooi voor een belastingheffing verwijzen naar Frankrijk, maar ook naar modellen van aandeelhouderskapitalisme als de Verenigde Staten en Engeland, die een dergelijke belasting al in respectievelijk 1964, 1972 en 1913 hebben ingevoerd.

Het plan om opties zwaarder te belasten maakt geen onderdeel uit van belastingconcept voor de volgende eeuw, waarover op dit moment in de ministerraad wordt gesproken. Maar het voorstel dat morgen wordt besproken, zet de toon. Het buitenland dicteert het belastingstelsel voor de volgende eeuw.

Niet alleen op fiscaal gebied spiegelt Nederland zich hiermee aan het buitenland. De fiscale bestraffing van opties die binnen drie jaar worden uitgeoefend borduurt voort op de Britse praktijk. Opties zijn okay, als zij op de lange termijn betrokkenheid van managers met het bedrijf stimuleren en het financiële belang van de managers koppelen aan dat van de aandeelhouders. En als de opties economische waardecreatie belonen en de waardestijging niet de uitkomst is van een beurshausse die ontstaat door een renteverlaging.

De twee grootste Nederlandse bedrijven die openheid geven over de optieregelingen, Unilever en Elsevier, die beide Britse zusterondernemingen hebben, gebruiken de 3 jaarstermijn als norm. En Unilever-bestuursvoorzitter M. Tabaksblat vindt een termijn van tien jaar ook prima.

De termijn van drie jaar sluit eveneens aan van een zeldzaam snel tot stand gebracht consensus. Zowel de aandeelhouders (Vereniging van Effectenbezitters) als de werkgeversorganisaties als de commissie Peters (met managers, grote beleggers en experts) die veertig adviezen heeft gedaan voor effectief ondernemingsbestuur staan achter de drie jaar.

Een vernieuwing is de uitbreiding van aandelenopties voor werknemers. Verschillende grote bedrijven, zoals Unilever, gebruiken de spaarloonregeling al voor aandelenoptieplannen voor hun Nederlandse werknemers. Het volkskapitalisme à la Thatcher is bij Nederlandse privatiseringen (DSM, KPN) nooit echt populair geworden, ook al omdat de overheid terugschrok voor Britse toestanden. Thatcher wilde de vakbondsmacht breken door werknemers een eigen huis en aandelen te geven. Kok straft nu snelle winsten bij managers en beloont werknemersparticipatie.