Avontuur van een olifant

Op 6 augustus is de president van Suriname Jules Wijdenbosch op weg van Brussel naar Nederland, niet voor een officieel bezoek maar om via Schiphol terug te keren naar Suriname. Onderweg, of bij aankomst in Den Haag wordt hem verteld dat op verzoek van de Nederlandse regering Interpol een internationaal arrestatiebevel heeft uitgevaardigd tegen Desi Bouterse, in Suriname Adviseur van Staat.

Vertel deze korte geschiedenis tegen iemand die verstand heeft van politiek en diplomatie, maar niet van Nederland. “Zozo,” zal de deskundige zeggen. “Dan hebben jullie de president natuurlijk ruim van tevoren verteld wat er bij zijn aankomst ging gebeuren?” Nee, dat niet. “Dan wil Den Haag waarschijnlijk oorlog.” Als goed vaderlander verzeker je de buitenlander dat wij hier alleen naar vrede streven en willen dat het recht zijn loop heeft. “Hoe lang loopt het onderzoek tegen deze gevaarlijke verdachte al?” Dat hangt ervan af in welk jaar je het laat beginnen. Zes tot veertien jaar, is een ruwe schatting. “En dat heeft nù tot de onontkoombare conclusie van het arrestatiebevel geleid, terwijl de president in uw land is”, vraagt de buitenlander. Ja, alles wijst daarop. “Dan”, besluit de buitenlander, “hebt u wel een zeer hoge opvatting van het recht; tenzij er natuurlijk iets anders achter zit.”

Voormalig legerleider Bouterse is een gecompliceerde persoon, politiek gesproken. In 1980 werd hij via een staatsgreep de sterke man van Suriname. In 1982 waren er de decembermoorden waarbij hij was betrokken en die 15 mensen het leven kostten. Zijn militair bewind slaagde er niet in het land op de been te helpen. Wel werden in de Verenigde Staten en Nederland de verdenkingen dat hij betrokken zou zijn bij de handel in cocaïne steeds sterker. In Suriname werd zijn populariteit daardoor niet aangetast. De verkiezingen van vorig jaar hebben geleerd dat hij, ongeacht datgene waarvan men hem buiten zijn land verdenkt, in Paramaribo een macht is. De president heeft dit erkend door hem tot Adivseur van Staat te benoemen. Bouterse is als internationaal gezochte verdachte in de verhouding tussen Suriname en Nederland een politieke factor van groter betekenis geworden. De Surinaamse regering laat dat nog eens merken door intrekking van het arrestatiebevel te eisen. Dit zal Den Haag niet doen. Paramaribo denkt er ook niet aan, de nota in te trekken. Zo bereikt men het resultaat dat diplomaten en politici meestal liever vermijden: dat de partijen zich ingraven.

Zal de verdachte worden gearresteerd? Dat is niet zo waarschijnlijk. Buurland Brazilië bijvoorbeeld toont geen animo. Er zullen nog wel meer veilige landen zijn. Als Bouterse uit handen van Interpol wil blijven, betekent dit nog niet dat hij zich in Suriname opgesloten hoeft te voelen. Het is interessant, het boek Inzake Opsporing van de Commissie Van Traa erop na te lezen. Pagina 259, het verhoor van mr. C.V. Vervoort, officier van justitie in Den Haag. Het gaat over het COPA-onderzoek (Colombia-Paramaribo) waarin Bouterse vanaf het begin, in 1992, verdachte is. De heer Th.C. de Graaf, vice-voorzitter, vraagt: “Heeft u nog hoop dat het ooit tot aanhoudingen op grond van de doelstellingen van dit onderzoek komt?” De heer Van der Voort: “Die hoop heb ik niet.” De G.: “U heeft niet die hoop.” V.d.V.: “Neen.” De G.: “Laat staan de verwachting.” V.d.V.: “Laat staan de verwachting.” De Voorzitter: “Dat is nogal wat. Dan bent u toch eigenlijk met een krankzinnig avontuur bezig, afgezien van alle successen die u boekt?”

Men wisselt wat van gedachten over dit 'krankzinnig avontuur' waarna de heer Van der Voort tot een wezenlijke uitspraak komt: “De vorige minister, Hirsch Ballin, had daar een heel duidelijke mening over. Hij zei: als het boeven zijn, dan moeten de boeven worden gepakt. Dat is iets waarmee ik kan werken. Dat is heel duidelijk. Dat is heel tastbaar. Dan ga ik ervan uit dat hij een en ander politiek heeft afgewogen en dat hij dat politiek ook kan waarmaken.” (Cursivering HJAH.)

Daar gaat het om: hoe wordt het recht politiek 'waargemaakt'. Nemen we, ondanks de wanhoop en de verwachting van Van der Voort aan dat de Nederlandse justitie Bouterse in handen krijgt, dat hij hier zal worden opgesloten (in de Bijlmer?) en berecht. Dat kan een belangwekkend proces worden. Daar staat iemand terecht die in zijn land van herkomst - bevriende mogendheid - volksheld, zij het omstreden, en in ieder geval Adviseur van Staat is. In het land van berechting wonen 200.000 van zijn landgenoten onder wie hij ook omstreden is: held voor een groot aantal jongeren, en, laten we dat niet vergeten, verwerpelijk voor een niet te onderschatten aantal dat van staatsgrepen en cocaïnehandel niets wil weten.

Kan Bouterse door hier te worden berecht onheil veroorzaken in de Surinaamse gemeenschap? Dat zal dan proefondervindelijk worden bewezen. Hij zal in ieder geval van de kans gebruik willen maken. En dan blijft het Nederlandse raadsel waarover hij misschien zelf een bijdrage tot opheldering zal kunnen verschaffen: waarom eerst nauwelijks vervolgd, daarna jaren zo sloom, en nu sinds een paar maanden alsof Vrouwe Justitia de procureur-generaal persoonlijk op de hielen zit?

Dat Nederland zich inspant om iemand te berechten die verdacht wordt van grootscheepse import van cocaïne zal door praktisch de hele wereld worden toegejuicht, zeker omdat juist wij het zijn, die in de 'internationale gemeenschap' alom worden aangezien voor nakomertjes in de drugsbestrijding. Halen we ons daarmee problemen op de hals dan moeten we dat op de koop toe nemen als onze opvatting van het recht het eist. Maar het recht eist niet dat degenen die het moeten handhaven de politici dwingen als olifanten in de porceleinkast te gaan zitten, of dat zelf te doen (al zou je uit de vaderlandse geschiedenis weleens iets anders opmaken). Kortom: waarom de president van een bevriende mogendheid beledigen als die hier op bezoek is, terwijl het zo gemakkelijk anders had gekund. Verdient dit geen opheldering?

    • H.J.A. Hofland