'Alleen buitenlanders tegen vrouwenbesnijdenis'

In 1994 zette de Amerikaanse zender CNN met schokkende beelden van een vrouwenbesnijdenis de kwestie in Egypte weer op de politieke agenda. Drie jaar later is de besnijdenis een van de vele kwesties waarover de regering en radicale moslims de degens kruisen.

KAIRO, 13 AUG. Hind Ismawi liet haar oudste drie dochters zonder nadenken besnijden. Maar bij de vierde was ze aan het twijfelen geraakt. Dat was vorige zomer. Toen bekrachtigde de minister van Gezondheid een ministerieel decreet uit 1959 om besnijdenis in ziekenhuizen te verbieden. Het oude decreet werd wijd en zijd in de wind geslagen, zei de minister. Daarom vaardigde hij het - in iets strengere versie - opnieuw uit. Besnijdenis is slecht voor de gezondheid van vrouwen, zei hij. En de sjeik van Al-Azhar, de hoogste islamitische autoriteit in Egypte, liet weten dat het volgens de Koran niet verplicht was om vrouwen te besnijden. Voor Hind, een 36-jarige gesluierde huishoudelijke hulp die met man en vijf kinderen (de jongste is een jongetje) in de Kaireense volkswijk Imbaba woont, was die informatie nieuw. Zij wist niet beter of besnijdenis hoort erbij. Iedereen die ze kent is besneden. Maar nu dacht ze: “Als de minister en de sjeik het zeggen, zal het wel verkeerd zijn.”

Nu, een jaar later, heeft Hind haar vierde dochter alsnog laten besnijden. In juli dit jaar las ze namelijk in de krant dat de minister een rechtszaak had verloren van een andere sjeik die zei dat besnijdenis wel “moet” van de Koran. Hind ging meteen naar de daya, de vroedvrouw die in Egypte vaak ook de besnijdenis ter hand neemt. De daya kwam twee dagen later bij haar thuis om de operatie uit te voeren, twee dagen voor de tiende verjaardag van het meisje. En dat was dat.

Voor het handjevol Egyptische actievoerders tegen vrouwenbesnijdenis was het een klap, dat de minister de rechtszaak verloor. “Wij roeien tegen de stroom op”, zegt Marie Assaad. Assaad, een tengere vrouw met een ongekende vitaliteit voor haar 75 jaar, is de grande dame van de anti-besnijdenislobby. Volgens haar is besnijdenis onuitroeibaar als de overheid zich er niet tegen uitspreekt. Hind Ismawi, zegt zij, is niet de enige die na het vonnis haar dochter alsnog liet besnijden - de dienstbode van Assaads kleindochter deed hetzelfde. Dat bewijst hoezeer Egyptenaren hun gedrag laten afhangen van wat “de autoriteiten” zeggen. Dat de minister het proces van de sjeik verloor, bevestigt in Assaads ogen bovendien het wijdverbreide misverstand dat besnijdenis een islamitisch voorschrift is. Binnenkort dient het hoger beroep dat de minister heeft aangespannen. Maar Assaad heeft weinig hoop dat hij dat wint.

Uit de laatste peiling van de Nationale Bevolkingsraad blijkt dat 97 procent van de Egyptische vrouwen besneden is. Bij de meesten worden niet alleen de clitoris, maar ook de kleine schaamlippen weggesneden; 82 procent van de vrouwen is er vóór. Dat het verwijderen van deze, wat men hier noemt, “lelijke delen” meer een traditioneel dan een religieus gebruik is, blijkt wel uit het feit dat de moslim-leiders in Egypte twisten over de vraag of de Koran het gebiedt. Ook komt het in de meeste andere moslim-landen niet voor - zelfs niet in 'strenge' landen als Saoedi-Arabië of Iran. Behalve in Egypte worden vrouwen alleen in sommige andere Afrikaanse landen besneden, zoals Soedan en Ethiopië. Uit de studie blijkt ook dat besnijdenis onder de christelijke minderheid in Egypte net zo vanzelfsprekend is als onder moslims. Alleen hooggeschoolden en bepaalde nomadische stammen passen het wat minder toe.

Marie Assaad komt uit een gegoede christelijke familie. Anders dan haar zusters is zij niet besneden. Niet omdat haar ouders bedenkingen hadden, maar omdat zij het zwarte schaap was “naar wie niemand omkeek”. Als meisje geloofde zij wat iedereen geloofde: dat ze om die reden nooit zou trouwen. Veel Egyptische mannen willen immers geen onbesneden echtgenote. Zij geloven dat de clitoris de bron van ongebreidelde begeerte is, die vrouwen overspelig maakt. Ook denken zij dat de clitoris hen 'prikt', als een cactus. Besnijdenis, giteen, wordt hier ook wel tahara genoemd - “purificatie”. Als Assaad (die overigens wel trouwde) er met besneden vrouwen over sprak, dachten die dat ze gek was. De paar onbesneden vrouwen die zij kende, veranderden meteen van onderwerp. Zij zeiden dat ze besneden waren, om sociaal aanvaardbaar te blijven. Assaad was de eerste die ooit een rapport publiceerde over het fenomeen in Egypte. Dat was in 1979, op verzoek van Unicef. Dat dit rapport nog altijd in omloop is, toont aan hoe weinig publiek debat er sindsdien over besnijdenis gevoerd is, tenminste tot voor kort.

Want tijdens de VN-bevolkingsconferentie in Kairo, in 1994, zond CNN een documentaire uit over een besnijdenis van een jong Egyptisch meisje - thuis, zoals dat in driekwart van alle gevallen gebeurt, met een scheermes en zonder verdoving. Door het schreeuwende meisje, het bloed en de barbier die de operatie uitvoerde, kwam het onderwerp in één klap op de agenda. Niet alleen in Egypte, maar in de hele wereld. Sindsdien haalt vrijwel elk meisje dat bij een besnijdenis overlijdt aan infecties of andere complicaties, het wereldnieuws.

Op 30 augustus dient in Kairo een rechtszaak tegen CNN, aangespannen door de advocaat Mustafa Ashub. “Ik eis 500 miljoen dollar”, zegt Ashub, een islamist, zelfverzekerd. “CNN heeft de reputatie van Egypte en van de dertienjarige Naglaa Fathi door het slijk gehaald.”

Maar ook Marie Assaad was niet gelukkig met de CNN-uitzending. Besnijdenis werd één van de vele wapens in de politieke strijd om de macht tussen de regering en de radicale moslims - de rechtszaak tussen de minister en de sjeik in juli was daar de laatste uitloper van. Ook begonnen sommige Westerse donoren goedbedoelde maar agressieve campagnes tegen mishandeling en seksuele onderdrukking van vrouwen in Egypte. Die sterkten de gewone Egyptenaar eerder in zijn overtuiging dat Westerlingen er een verkeerde moraal op na houden, dan dat ze hem aan het denken zetten over de gevaren van besnijdenis. De enige manier om het probleem bij de wortel aan te pakken, zegt Marie Assaad, is door medisch-sociale voorlichting - voorzichtig, ver van de politiek. Onlangs deed een Egyptische arts, een moslim, in een dorpje een zaal voor christelijke mannen versteld staan door met dia's te tonen dat niet de clitoris, maar de hersenen de begeerte sturen. Dat gebeurde terloops, want hij sprak ook over huidziektes en andere kwalen. Maar de boodschap kwam aan. “Dus besnijdenis bij vrouwen,” vroeg een verbouwereerde toehoorde, “is hetzelfde als castratie bij mannen?!”

Intussen zijn er 61 non-gouvernementele hulporganisaties (NGO's) die vrouwenbesnijdenis in hun programma hebben opgenomen. Maar door de vaart waarmee het onderwerp in de aandacht kwam, moesten zij overhaast strategieën bedenken. Hoewel zij nu in de zogenoemde Task Force samenwerken, zijn er bijna net zoveel strategieën als NGO's. De ene NGO gelooft dat besnijdenis bestreden kan worden door de daya's, de vroedvrouwen, voor te lichten. De ander probeert plaatselijke religieuze leiders om te praten. Weer een ander wil de mentaliteit van de moeders veranderen, omdat die de besnijdenis van hun dochters meestal organiseren. “Onzin”, zegt een Egyptische psychologe, die een vierde school aanhangt. “Die gaan uit van het typische mannenargument: “Zie je wel, de vrouwen willen het zelf! Maar als mannen weigeren onbesneden vrouwen te trouwen, moeten zij de vrouwen er niet van beschuldigen dat die de besnijdenis in stand houden.” De NGO waar deze psychologe voor werkt, organiseert dus mannenpraatgroepen. De 'Task Force' hamert op meer medisch onderzoek, zodat er meer 'bewijsmateriaal' komt om mensen voor te lichten. Geld is niet het probleem. Haast alle NGO's worden door het Westen gesponsord. Het probleem is meer dat lang niet allen dat een goede aanpak vinden.

Ook de overheid werd door CNN hardhandig wakkergeschud. Aanvankelijk ontkende zij, gekwetst, dat besnijdenis van vrouwen in Egypte op grote schaal voorkomt. Nu bezint zij zich op een campagne met tv-spots. Het ministerie van Gezondheid instrueert sociaal-werkers om het thema in vrouwengroepen te bespreken, in wijken en dorpen. Veel meer durft de overheid niet te doen. Sinds het vonnis in juli kan alles koren op de molen van de sjeiks zijn. De minister verloor de rechtszaak om een “technische reden”: de rechter vond dat besnijdenis niet per ministerieel decreet mocht worden geregeld maar alleen bij wet. Maar sjeik Yousouf al-Badry, de man die de minister had aangeklaagd, had nog niet gehoord dat hij de zaak had gewonnen, of hij riep: “De islam heeft gezegevierd.” Ofwel: de minister is een afvallige.

Hoezeer de overheid tussen twee uitersten schippert, blijkt wel uit de peiling van de Bevolkingsraad. De raad kreeg voor het eerst toestemming om vragen over vrouwenbesnijdenis te stellen - maar de resultaten werden, na lang aandringen van de anti-besnijdenislobby, alleen in het Engels openbaar gemaakt. En als er vragen komen over het rapport, zeggen ambtenaren geregeld dat de cijfers “overdreven” zijn.

Besnijdenis bij wet verbieden, de methode die de rechter ambieert, is geen optie. Dat moet via het parlement. Voor hij zijn decreet uitvaardigde, in 1996, heeft de minister dat geprobeerd. Maar de meeste parlementariërs in Egypte piekerden er niet over. Zelfs de 'liberalen' zijn te bang om het sociale taboe zelfs maar aan te snijden. Geen wonder dus, dat een kapper in Imbaba, de volkswijk waar Hind Ismawi na het vonnis haar vierde dochter liet besnijden, rustig kan blijven zeggen: “Dat vrouwenbesnijdenis slecht is, zeggen alleen buitenlanders.”

Marie Assaad zucht. “Hij heeft gelijk”, zegt zij. “Ik ben Egyptische, maar mijn mentaliteit is niet Egyptisch.” Ze wijst op een berg knipsels op de bank in haar woonkamer - het zijn meest Amerikaanse en Europese kranten die aandacht besteden aan het onderwerp. “In mijn pessimistische buien denk ik: dit is een onmogelijke missie. Op optimistische momenten denk ik: er zijn tenminste een paar mensen die proberen iets aan vrouwenbesnijdenis te doen.”