Winterthur-Credit Suisse: een internationale krachtpatser met een kwakkelende thuismarkt; Europa's zieke, rijke man

De gisteren aangekondigde overname van verzekeraar Winterthur door de bank Credit Suisse creëert de op zes na grootste vermogensbeheerder buiten de Verenigde Staten, die omgerekend een biljoen gulden onder haar hoede krijgt. De manier waarop het huwelijk tussen de twee door een grootaandeelhouder is afgedwongen veroorzaakt een schok in Zwitserland. De Zwitserse behoudzucht, die dergelijke bedrijfsconcentraties tot nu toe tegenhield en verantwoordelijk lijkt voor de economische malaise die de financiële sector in zijn greep houdt, vertoont zijn eerste barsten.

ROTTERDAM, 12 AUG. Terwijl de landen van de Europese Unie zich in de jaren negentig concentreerden op hun eigen economische problemen, had in hun midden het grootste drama plaats: de Zwitserse economie maakt al zes jaar lang een stagnatie door die, binnen de groep van rijke industrielanden, zelfs de malaise in Japan verre overtrof. Tussen 1992 en 1996 bedroeg de groei van de Zwitserse economie gemiddeld 0,1 procent, tegen 1,4 procent voor Japan, anderhalf procent voor de EU en 2,6 in de Verenigde Staten.

Rijk is Zwitserland wel: met een bruto binnenlands produkt van omgerekend ruim 41.000 dollar per jaar per hoofd van de bevolking staat Zwitserland te boek als het welvarendste land ter wereld. Kampioenen heeft Zwitserland ook: van het Zweeds-Zwitserse ASEA-Brown Boveri tot de pharma-reus Novartis (Ciba-Geigy en Sandoz) en de internationaal opererende grootbanken en verzekeraars, waarvan Credit Suisse gisteren bekendmaakte Winterthur in te lijven.

De economische stagnatie volgde in Zwitserland, net als in de rest van Europa, op de boom-periode die de Duitse eenwording in 1989 in de buurlanden veroorzaakte. De Zwitserse bouwsector klapte vervolgens in elkaar door overcapaciteit, banken en verzekeraars leden door een opeenstapeling van faillissementen en slechte leningen. Interne problemen, een wrede speling van het lot en een imago-crisis hebben Zwitserland vervolgens parten gespeeld. Structurele hervormingen zijn in Europa's consensus-economieën al moeilijk door te voeren, maar regeringen kunnen daar tussen verkiezingen door in ieder geval nog gebruik maken van het hen verleende mandaat. In de Zwitserse referendum-cultuur is dat moeilijker. Hoewel de regering te boek staat als voorstander van meer ondernemersvrijheid en vrijhandel, zijn haar handen gebonden door tussentijdse referenda waar nieuwe wetten aan kunnen worden onderworpen. En daar wreekt zich telkenmale de behoudzucht van het electoraat.

De wrede speling van het lot betreft de Zwitserse franc, die vanaf 1993 tot halverwege vorig jaar op de valutamarkt als vluchthaven gold voor valuta-turbulentie in Europa, en met 20 procent steeg ten opzichte van de voornaamste handelspartners. Hoewel de Zwitserse exportsector nog steeds een miniem handelsoverschot bij elkaar sprokkelt, is de balans met drie van de voornaamste partners - Duitsland, Frankrijk en Italië - negatief. Hervormingen van de economie zijn intussen goeddeels uitgebleven. De werkloosheid liep in het eerste kwartaal van dit jaar op tot 5,4 procent, het hoogste sinds de jaren dertig. De werkloosheid zorgt voor een stagnatie in de consumptieve uitgaven, zodat Zwitserland het van zijn exportsector zal moeten hebben om de economie weer op gang te krijgen.

De franc is inmiddels weer wat in waarde gedaald, maar de exportsector heeft daar een nieuw probleem voor teruggekregen. De rol die Zwitserland in de Tweede Wereldoorlog zou hebben gespeeld bij de financiering van het Derde Rijk en de behandeling van Joodse tegoeden nadien hebben de relaties met het buitenland bekoeld, met name met de Verenigde Staten. Made in Switzerland dreigt voor buitenlandse consumenten een wrange bijsmaak te krijgen, en een direct gevolg van het imago-probleem is dat onderhandelingen met de VS over een vrijhandelsovereenkomst inmiddels in de ijskast zijn gezet. De sleutel tot een Zwitserse wederopstanding lijkt vooral te liggen in de beëindiging van het zelfverkozen isolement. Besprekingen met de EU kunnen volgend jaar wellicht uitmonden in een nauwere economische band tussen Zwitserland en de rest van Europa, en de export een stimulans geven. Maar een volledig lidmaatschap van de EU is nog ver weg.

Zelfs als Zwitserland er in slaagt zichzelf aan de eigen haren uit het moeras te trekken, zijn de vooruitzichten somber. Lange-termijnprognoses van instellingen als de Economist Intelligence Unit liegen er niet om: terwijl de EU zich de komende jaren bevrijdt van de malaise van de eerste helft van de jaren negentig, hoeven de Zwitsers tot in de volgende eeuw niet te rekenen op een economische groei van meer dan 1,5 procent per jaar.