Vervuilde grond verontrust inwoners van Zelzate

Net over de grens bij Sas van Gent is de bevolking van het Vlaamse Zelzate bezorgd over de milieuvervuiling. Boosdoener zou een fabriek zijn die de bewoners kennen als het teerkot.

ZELZATE/SAS VAN GENT, 12 AUG. Vierhonderd mensen opgepropt in de trouw- annex feestzaal van het gemeentehuis in Zelzate. Het is maandag 11 oktober, zeven uur 's avonds. Er wordt getrouwd noch feest gevierd. De bloedhete ruimte, waar elke vorm van ventilatie ontbreekt, is het toneel van een informatieve bijeenkomst. Burgemeester John Schenkels, een rijzige veertiger, geeft de bevolking tekst en uitleg over een verregaande vorm van vervuiling die de Vlaamse industriegemeente, pal tegen de Nederlandse grens, heeft getroffen. Het dorp is doordrenkt van de PAK's, polycyclische aromatische koolwaterstoffen, die berucht zijn om hun kankerverwekkende eigenschappen.

Waar deze stoffen vandaan komen, staat juridisch niet onomstotelijk vast, maar er is wel een duidelijke hoofdverdachte: de raffinaderij van teer en benzol VFT, voorheen Sopar Chemie en plaatselijk bekend als 'het teerkot'.

Op last van burgemeester Schenkels is het stadspark, grenzend aan de fabriek, gesloten voor publiek. Bovendien heeft hij de bewoners ten sterkste ontraden (“verboden” zegt men in Zelzate) om groenten en fruit uit de eigen moestuin te eten.

Ook in de aangrenzende Zeeuws-Vlaamse gemeente Sas van Gent zijn maatregelen getroffen. Vorige week donderdag en vrijdag heeft de provincie er monsters van bodem en gewassen laten nemen om ze op PAK's te onderzoeken. In de loop van deze week, waarschijnlijk donderdag, zal de uitslag bekend zijn. In afwachting daarvan heeft milieuwethouder L.E. Marquinie een voorzichtige waarschuwing aan de bevolking doen uitgaan: wacht even met het consumeren van zelfgeteelde groenten en fruit. Drie akkerbouwers kregen het verzoek een paar dagen later het graan te oogsten of die oogst voorlopig op te slaan.

Terug naar de hoorzitting in Zelzate, die een sterk emotionele lading heeft. De mensen praten heftig door elkaar heen, terwijl ze zich vruchteloos koelte toewuiven met pamfletten van het artsencollectief 'Geneeskunde voor het volk'. Achterin de zaal worden woedende kreten gehoord, die het gemeentebestuur en speciaal burgemeester Schenkels als doelwit hebben.

Zijn positie is verre van benijdenswaardig. De één vindt zijn optreden te laks, voor de ander is hij te hard van stapel gelopen door het stadspark met eendenvijver af te sluiten. “De eenden zwemmen nog lustig rond, dus wat is er eigenlijk aan de hand?” Er circuleren ook roddels over de man. Zijn dochter zou bij VFT hebben gesolliciteerd, maar ze zou afgewezen zijn. Zijn actie zou dus de trekken hebben van een persoonlijke wraakneming.

Schenkels (“U zijt allen welgekomen”) weet zich redelijk staande te houden in het rumoer. Rustig en zonder “op fabels in te gaan” probeert hij uit te leggen hoezeer de fall-out van PAK's het 13.000 zielen tellende dorp heeft vergiftigd. Op sommige plaatsen heeft de concentratie van die 'kankerverwekkers' de heersende norm voor bodemsanering met een factor tien overschreden. De Zelzater bodem blijkt gemiddeld dertig keer zoveel PAK's te bevatten als andere gemeenten van vergelijkbare grootte. “En ik heb zeker niet op eigen houtje gehandeld, maar eerst advies ingewonnen bij provincie en ministerie.”

Over de bron van het kwaad houdt hij zich angstvallig op de vlakte. VFT dan wel Sopar Chemie vermeldt hij niet met naam en toenaam. “Het is de chemische industrie en niet één industrie waar de ellende vandaan komt en wellicht heeft ook het verkeer een bijdrage geleverd.”

Een tengere man met een baardje bestrijdt hem op dat punt. Het is F. van Acoleyen van het artsencollectief, tevens raadslid voor de PvdA, een communistisch georiënteerde splinterpartij, die de bevolking tegen VFT in het geweer brengt. “De grootste vervuiler is wijd en zijd bekend en dient met kracht te worden aangepakt”, meent Van Acoleyen met grote stelligheid. “Wij sturen niet aan op sluiting, maar op een drastische sanering van VFT. Ook daar kunnen ze via technische ingrepen stukken schoner werken, als ze maar een fractie van hun winst willen afstaan.” Of in de woorden van het pamflet: “Een propere productie nu! VFT moet betalen!”

Over betalen gesproken. Een anonieme bewoner in de Zelzater trouwzaal vertolkt waarschijnlijk de vox populi als hij uitroept: “De waarde van ons onroerend goed gaat door alle gifverhalen met sprongen achteruit. En wie vergoedt die schade? Ik kan mijn huis aan de straatstenen niet meer kwijt.” Waarop zijn buurman somber vaststelt: “Dit is het begin van de leegloop van Zelzate”, een onlogische redenering, want als niemand zijn huis meer kwijtraakt, is iedereen gedwongen te blijven.

Aan de Nederlandse kant van de grens, in Sas van Gent, is van beroering nauwelijks sprake. Wethouder en loco-burgemeester Marquinie (71 en nog in de markt voor een nieuwe ambtstermijn) volgt de gebeurtenissen op de voet, maar “zonder in paniek te vervallen”. Marquinie: “Als we de uitslag van de bodemmonsters hebben, bepalen we ons definitieve standpunt. Maar ik ben in zekere zin gerust. Er zijn hier in het verleden al diverse onderzoeken gedaan voor een schone-grondverklaring als iemand wilde bouwen, maar bij die gelegenheden zijn nooit ongerechtigheden ontdekt.”

Hij signaleert wel een aanmerkelijk verschil tussen België, in het bijzonder Vlaanderen, en Nederland op milieugebied: “Wij lopen wel eens te hard, maar België loopt achter en het is beter te hard te lopen dan achter te blijven. En dat ligt niet aan de Belgische wetgeving. Die is in orde, net als bij ons. Waar het bij onze buren aan ontbreekt, is de handhaving, het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften.”