Tadzjiekse krijgsheren accepteren vrede niet

Tadzjikistan is drie dagen lang het toneel geweest van hevige gevechten tussen rivaliserende legerleiders. In juni werd in deze Centraal-Aziatische republiek na vijf jaar een burgeroorlog beëindigd. Maar vrede is het in Tadzjikistan nog lang niet.

ROTTERDAM, 12 AUG. In juni werd met een akkoord tussen het regime van de neo-communistische president Imomali Rachmonov en de 'Verenigde Tadzjiekse Oppositie' in Tadzjikistan een burgeroorlog beëindigd die vijf jaar had geduurd, 60.000 levens had geëist en 650.000 mensen op de vlucht had gejaagd. Hoe kwetsbaar echter de vrede in Tadjzikistan nog is, tonen de gevechten van de afgelopen dagen.

Daarbij heeft die strijd niet eens te maken met de burgeroorlog zelf - althans: niet direct. De democratische en islamitische opppositie was bij de gevechten van de afgelopen dagen niet betrokken: ze speelden zich geheel af tussen commandanten van legeronderdelen van president Rachmonov. Indirect echter had de strijd wel van doen met de bijgelegde burgeroorlog: de vrede van juni immers is niet in het belang van de Tadzjiekse war lords die vijf jaar lang de burgeroorlog hebben gebruikt als dekmantel voor de smokkel van drugs en wapens, het opzetten van mafiose organisaties en het beheersen van eigen koninkrijkjes. Deze war lords maken in het moegevochten en economisch verzwakte land de dienst uit. Het centrale gezag is zwak en machteloos. In grote delen van Tadzjikistan heeft Rachmonov niets te zeggen en de war lords willen dat graag zo houden.

De gevechten van de afgelopen dagen vloeiden voort uit de persoonlijke rivaliteit van twee commandanten uit Rachmonovs kamp, naar aanleiding van de moord op een familielid van de ene door de aanhangers van de andere. Ze escaleerden door de inmenging van 's lands beruchtste war lord, kolonel Machmoed Choedojberdjev, de commandant van de 'snelle-reactiemacht', 's lands belangrijkste elite-eenheid.

'Kolonel Machmoed' geldt als de sterke man van het land. Hij beheerst het westen en zuidenwesten van Tadzjikistan en wordt gesteund vanuit Oezbekistan. Hij zetelt in Toersoenzade, 65 kilometer van de hoofdstad Doesjanbe aan de grens met Oezbekistan gelegen en centrum van de Oezbeekse minderheid, maar ook, door de aanwezigheid van 's lands grootste exporteur, een aluminiumfabriek, een belangrijk economisch centrum. Choedojberdjev is een Sovjet-nostalgicus en een rabiate tegenstander van het voormalige islamitische verzet en hij keerde zich vorig jaar af van Rachmonov toen die begon aan te sturen op een vredesakkoord om de burgeroorlog te beëindigen. Van dat in juni gesloten akkoord, dat voorziet in een coalitie, verzoening en samenwerking tussen het bewind en de voormalige oppositie van democraten en islamieten, moet Choedojberdjev niets hebben. Hij heeft inmiddels twee mislukte couppogingen tegen Rachmonov op zijn naam staan.

Toen zaterdag de legeronderdelen van de twee rivaliserende kopstukken van Rachmonovs bewind - kolonel Soechrob Kasimov, commandant van de troepen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, en Jakoeb Salimov, ex-minister van Binnenlandse Zaken, nu voorzitter van de Nationale Douanecommissie - slaags raakten, greep Choedojberdjev zijn kans. Vanuit zijn bolwerk Toersoenzade rukte hij met zijn troepen op naar Doesjanbe, om Salimov bij te staan. Of het de bedoeling van Choedojberdjev en Salimov was om president Rachmonov uit het zadel te stoten, is niet duidelijk. Duidelijk is wel dat de presidentiële garde er gisteren in is geslaagd het duo tot staan te brengen: de garde verdreef hen uit Doesjanbe en veroverde zelfs Toersoenzade.

Dat is een niet gering succes, want voor 's lands economie en voor de staatskas is Toersoenzade van groot belang. Maar het is ook niet meer dan een tussenstand, want Choedojberdjev is tegengehouden, maar niet verslagen, laat staan uitgeschakeld.

De gevechten maken duidelijk waar de achilleshiel van het vredesakkoord van juni zit. De leiders van de twee partijen in de burgeroorlog kunnen vrede sluiten, maar in een land met een semi-feodaal systeem als Tadzjikistan is de waarde van zo'n akkoord betrekkelijk: de samenleving wordt beheerst door rivaliserende clans en etnische en regionale groepen die niet bij het vredesakkoord zijn betrokken en geen boodschap hebben aan vrede of de vestiging van een stevig centraal gezag. De burgeroorlog was op zichzelf in 1992 al een gevolg van allerlei krachten, die in dat grote mozaiek van regionale machtsstructuren en clanrivaliteiten loskwamen na de ineenstorting van het Sovjet-regime. Clanleiders uit de zuidelijke stad Koeljab en uit Leninabad (nu Chodzjand) in het noorden, die Tadzjikistan tientallen jaren hadden bestuurd, zegevierden in 1992 met behulp van Moskou over een alliantie van democraten die na de Sovjet-dictatuur meer vrijheid wensten, islamieten die de rol van de islam wilden uitbreiden en clans als de Garmi's en Punjabi's die in Sovjet-tijden nooit aan de bak waren gekomen. Die zege luidde de burgeroorlog in.

De Russische regering heeft zich verre gehouden van de recente strijd, ook al heeft ze 25.000 militairen in Tadzjikistan in de vorm van een vredesmacht van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten. Die vredesmacht wordt vooral gebruikt voor de bewaking van de grens met Afghanistan. Moskou, wijs geworden in Afghanistan, weet hoe gevaarlijk inmenging in het onoverzichtelijke Tadzjiekse wespennest is en hoe escalerend elke inmenging kan zijn.