Strijd tegen vervelend, taai ongerief

UTRECHT, 12 AUG. De Utrechtse politie heeft het afgelopen weekeinde geen 'wildplassers' op heterdaad kunnen betrappen. In de Utrechtse binnenstad worden in een weekeinde doorgaans zo'n tien personen bekeurd wegens urineren in het openbaar.

De gemeente Utrecht is vorige week een antiplascampagne begonnen, maar wijkagent W. den Herder vindt het nog te vroeg om al van een succes te spreken. “De testcase is volgend weekeinde, als het Roots-festival wordt gehouden.”

De campagne, onder het motto 'Illegaal lozen? De Pot op met je gezeik', is opgezet omdat bewoners en winkeliers in de binnenstad grote overlast ondervinden van wildplassers. De urine brengt bovendien schade toe aan monumentale gebouwen.

Het probleem heeft ook in andere steden de aandacht van de autoriteiten. Bij de St. Janskathedraal in Den Bosch staat sinds 1994 een hek om plassers op een afstand te houden. De gemeente Amsterdam wijdt op 29 september een symposium aan de strijd tegen de wildplasser.

De Utrechtse aanpak is geconcentreerd op het Janskerkhof en omgeving, omdat daar een belangrijk deel van het uitgaansleven zich afspeelt. Op het plein zijn openbare urinoirs, zogenoemde pinkelpalen, geplaatst en de nissen van de Janskerk worden hel verlicht zodra iemand zich daar vertoont. In de nissen van de kerk zijn ook 'spetterplaten' aangebracht, zodat een onnadenkende plasser zijn schoenen bewatert.

Bij succes wordt de campagne uitgebreid tot de hele binnenstad. Een 'geur- en reukpanel' zal de favoriete plasplaatsen regelmatig bezoeken om te controleren of het wildplassen afneemt. De horeca in het gebied heeft beloofd mee te werken. Zo wordt op bierviltjes het urineren in het openbaar vergeleken met het lozen van chemisch afval en mogen passanten in hoge nood gratis in de cafés gebruik maken van het toilet.

Sinds drie jaar treedt de politie tijdens de zomermaanden al strenger op tegen wildplassers. De boete is zestig gulden. Ook urineren in de grachten is verboden.

Wethouder H. Kernkamp spreekt van een “vervelend, taai ongerief”, maar het is volgens hem geen teken van hedendaagse normvervaging. Al in de vijftiende eeuw was wildplassen een bron van zorg voor stadsbestuurders. Tot in de jaren tachtig telde de binnenstad diverse openbare urinoirs, maar die zijn opgeheven wegens bezuinigingen en sociale onveiligheid. Er zijn nu vijf 'sanisettes', commercieel geëxploiteerde, afsluitbare toiletcabines met een entreeprijs van een gulden. Volgens Kernkamp blijkt dat voor velen toch een drempel te zijn en vormen de oude stegen en nissen in de binnenstad een gemakkelijk alternatief. De gemeente wil met de campagne vooral de 'onnadenkende plasser' bereiken. “Veel mensen realiseren zich niet dat ze veel overlast veroorzaken.” Kernkamp denk dat openbare urinoirs 'nieuwe stijl' onvermijdelijk zijn. De campagne kost honderdduizend gulden en loopt tot eind oktober.