Sectarisch geweld in Pakistan

NEW DELHI, 12 AUG. De Pakistaanse regering heeft gisteren nieuwe stappen aangekondigd om de orde te herstellen, nadat er de afgelopen twee weken alleen al in de provincie Punjab vijftig mensen om het leven waren gekomen bij tal van schietpartijen tussen religieuze extremisten. Ook in de grootste stad van het land, Karachi, is het al wekenlang zeer onrustig.

De regering van premier Nawaz Sharif, die zelf uit de Punjab afkomstig is, wil verdachten van sectarisch geweld voortaan sneller berechten. Op het ogenblik kan het jaren duren voor zulke zaken worden afgewikkeld. In plaats daarvan zou dit hooguit een kwestie van enkele maanden mogen zijn, vindt de regering. Met het oog hierop zijn speciale rechtbanken ingesteld.

De regering heeft inmiddels enkele honderden arrestaties verricht. Amnesty International vroeg zich gisteren bezorgd af of de autoriteiten hierbij niet wat willekeurig te werk waren gegaan.

Sinds eergisteren patrouilleren paramilitaire eenheden in plaatsen waar het de laatste weken tot uitbarstingen van geweld is gekomen tussen sunnieten - de overgrote meerderheid van de Pakistaanse moslims behoort tot die richting - en shi'ieten. Vooral moskeeën die het doelwit van aanslagen waren, worden scherp bewaakt.

Het sectarische geweld, slechts enkele dagen voor de vijftigste verjaardag van Pakistan, brengt Sharif in verlegenheid. Pakistan werd op 14 augustus 1947 in het leven geroepen als staat voor moslims en het doet de toch al enigszins wankele identiteit van het land geen goed, als de inwoners een halve eeuw later later zo agressief met elkaar omspringen.

Er zijn verschillende redenen voor het geweld tussen militante sunnieten en shi'ieten. Zo uiten velen in Pakistan het vermoeden dat dit in de hand wordt gewerkt door feodale landheren, die op die manier een aantasting van hun machtige positie hopen te voorkomen. Ze weten uit ervaring dat het makkelijker is de lokale bevolking, die nog grotendeels analfabeet is, onder de duim te houden wanneer die bang is. In Karachi komt de onrust niet zozeer voort uit religieuze tegenstellingen als wel uit de bittere rivaliteit tussen verschillende etnische groeperingen.